Profiel

President-directeur ProRail

Pier Eringa: een Pietje Bell die altijd wil winnen

Pier Eringa, de mediagenieke baas van ProRail, stapt volgend jaar op.

Op zondag werden de koeien op de boerderij van de familie Eringa in de buurt van Bolsward snel gemolken. Daarna traden de zes kinderen op in een van de Nederlandse-Hervormde kerken in Friesland. Met religieus repertoire, vanzelfsprekend. Pier zong en speelde trompet, vertelt zijn zus Janny, negen jaar jonger. „Pier was de oudste, hij had de leiding. Hij praatte ook de liedjes aan elkaar, dat vond hij leuk.”

Pier Eringa (57), topman van spoorbeheerder ProRail, houdt van het podium. Hij zoekt graag de publiciteit, soms tot ergernis van de bewindslieden met spoor in hun portefeuille. Twee weken geleden werd bekend dat Eringa zijn huidige podium gaat verlaten. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verlengt zijn aanstelling per 1 april, maar hij zal zijn tweede termijn niet volmaken. Zodra een opvolger is gevonden stapt Eringa op, waarschijnlijk begin volgend jaar.

ProRail, nu een vennootschap met de staat als enige aandeelhouder, wordt een zelfstandig bestuursorgaan (zbo), direct aangestuurd door het ministerie. Eringa is het niet eens met dat politieke besluit. Het wetsvoorstel hiervoor gaat dit najaar naar de Tweede Kamer, het ministerie verwacht dat ProRail per 1 januari 2021 een zbo is.

Roger van Boxtel, president-directeur van NS, trekt vaak samen op met Eringa als het gaat om ambities voor het spoor. „Ik snap zijn beslissing om weg te gaan, het past bij zijn karakter. Ik heb grote bewondering voor hoe hij ProRail weer op de kaart heeft gezet.”

Ans Rietstra werd in 2016 door Eringa binnengehaald als directeur projecten en maakt deel uit van de twaalfkoppige executive committee. „Hij laat zich niet met handen en voeten binden aan het ministerie, dat gaat hij niet doen. In het bedrijf is niemand er blij mee dat hij vertrekt. Er is dankzij hem veel veranderd bij ProRail.”

Grillige loopbaan

Eringa had al een grillige loopbaan achter de rug toen hij precies vier jaar geleden begon als hoogste baas van ProRail (4.000 werknemers). Na zijn opleiding aan de Politieacademie in Apeldoorn begon hij in 1984 als inspecteur bij gemeentepolitie in Leeuwarden. Hij wisselde banen tussen NS en politie en werd in 2001 korpschef Flevoland. Bob Visser maakte hem mee in de Raad van Hoofdcommissarissen, waar Eringa voor discussie zorgde met „contraire standpunten”. Visser: „Pier heeft lef en is niet snel onder de indruk, want hij calculeert in wat voor storm hij creëert. Friesland heeft niet veel diplomaten voortgebracht.”

Na vier jaar Flevoland volgde een zelfde termijn als gemeentesecretaris van Nijmegen. Toenmalig burgemeester Thom de Graaf: „Die functie was voor hem een oefening in nederigheid, vanwege zijn expressieve karakter. Hij voelde zich meer bestuurder dan ambtenaar. Pier neemt bewust risico’s. Hij laat zichzelf niet makkelijk begrenzen maar is wel heel loyaal.”

Eringa kiest niet voor veiligheid. Hij beperkt zich niet tot een bepaalde sector of regio. Als nieuwkomer in de zorg wist hij het Albert Schweitzer-ziekenhuis in Dordrecht op te tillen. Twee jaar achtereen werd het ziekenhuis gekozen als beste ziekenhuis van Nederland in de AD Ziekenhuis Top 100.

Eringa is zeer competitief ingesteld. Als jongen al, zegt zus Janny: „Hij werd heel boos als hij verloor met kaatsen.” In zijn carrière tekent zich een patroon af: hij knapt slecht functionerende, publieke organisaties op. En hij blijft niet lang. Vijf jaar vindt hij een mooie periode, zei hij in 2016 tegen het AD: „Eén jaar inwerken, twee jaar om er flink tegenaan te gaan, twee jaar om te genieten.” Zo bezien is het maar de vraag of Eringa zonder zbo langer bij ProRail zou blijven.

Weinig plezier

Vier jaar geleden stond ProRail er slecht voor. Het was een naar binnen gekeerde, defensieve organisatie, vaak in conflict met NS en de politiek. De financiën waren niet op orde. „Er is hier te weinig plezier”, constateerde Eringa een paar maanden na zijn aantreden tegen NRC.

Met zijn uitgesproken media-optredens en politieke provocaties heeft Eringa ProRail getransformeerd naar een open bedrijf met ambitie, bekend bij het grote publiek. De prijs die hij daarvoor betaalt is dat hij geregeld wordt teruggefloten door een staatssecretaris. Wilma Mansveld (PvdA) wees hem in 2015 pijnlijk terecht in de Tweede Kamer („U mag hier niet komen”), Stientje van Veldhoven (D66) sneerde vorige week: „Iedereen kent Pier en weet dat hij het mooi vindt om zaken als een soort Pietje Bell in de media op te schudden.”

Suzanne Kröger, Kamerlid voor GroenLinks: „Het debat is gekanteld, er is nu veel meer ambitie en pit bij NS en ProRail dan vijf jaar geleden. Ik vind het terecht dat Van Boxtel en Eringa zich niet alleen opstellen als uitvoerders, maar ook nadenken over wat er nodig is voor de toekomst van het spoor, en zich daarover uitspreken.”

De werkwijze van Eringa heeft een aantal kenmerken. Hij heeft haast. Al in het tweede jaar bij ProRail verving hij een aantal directeuren en paste hij de bestuursstructuur aan. Hij forceert een snelle uitvoering van maatregelen door ze naar buiten te brengen, of door alvast te beginnen met de uitvoering. Toen het overleg over overwegen te lang duurde, liet hij er een paar tijdelijk afsluiten met betonblokken. Het ministerie vond het niets, een rechter gaf hem gelijk.

Kenmerkend is ook de zelfkritiek. Eringa is open over wat er niet goed gaat bij ProRail, en verbaast zich over onlogische procedures, bijvoorbeeld bij het oplossen van storingen. Hij introduceerde bijpraatsessies voor de pers, intern stimuleert hij tegenspraak. Tegelijk is hij ambitieus in plannen voor verbetering. Hij wil de plannen van Van Veldhoven voor effectiever gebruik van het spoornet uitvoeren met als streefjaar 2030 in plaats van 2040.

Een aantal ambities (minder wissels, sneller rijdende treinen, hoger voltage) herhaalt hij net zo lang tot ze op de agenda staan.

Eringa maakt gebruik van zijn imago als flapuit: „Mag Pier dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen.” Zijn uitspraken lijken soms onhandig, maar dienen een doel. Het is functionele branie. Ze maken Eringa ook toegankelijk, hij is geen afstandelijke topman. Hij oogt immer opgewekt en straalt uit dat hij met plezier zijn werk doet. Om daarna met evenveel plezier zijn twee trekpaarden en andere dieren thuis in Hoog Soeren, bij Apeldoorn, te verzorgen.

Het is een belangrijke waarde die de kinderen Eringa meekregen van hun ouders, zegt zus Janny. „Werk is belangrijk, maar thuis ook. Uiteindelijk draait het om geluk en gezondheid.” Eringa gaat zich ook na ProRail niet vervelen, denkt Van Boxtel. „Er komt heus wel een mooie andere klus voorbij. Maar voorlopig is hij nog niet weg hoor.”