Kalversterfte is een hardnekkig probleem

Veehouderij Bij acht procent van de veebedrijven gaan ruim één op de vijf kalfjes binnen twee weken dood. Sterfte is een hardnekkig probleem.

Boeren zouden maar weinig tijd hebben voor kalveren, die ze soms in zeer slechte en onhygiënische omstandigheden houden (niet op deze foto).
Boeren zouden maar weinig tijd hebben voor kalveren, die ze soms in zeer slechte en onhygiënische omstandigheden houden (niet op deze foto). Foto Jerry Lampen/ANP

Op bijna 1.300 Nederlandse boerenbedrijven stierf vorig jaar meer dan 20 procent van de pasgeboren kalveren binnen veertien dagen na de geboorte. Dat blijkt uit cijfers van het ministerie van Landbouw over 2018, die opgevraagd werden door RTL Nieuws. Het gaat om meer dan acht procent van de bedrijven waar pasgeboren kalveren worden gehouden.

In Nederland zijn er 17.000 boerderijen waar kalveren geboren worden, vooral melkveehouderijen, maar er zitten ook bedrijven bij die kalveren voor het vlees opfokken. Volgens RTL is het de eerste keer dat duidelijk wordt bij hoeveel bedrijven ruim twintig procent van de kalveren snel stierf. Bij nog eens een derde was dertien procent van de jonge dieren binnen twee weken dood. Bij de rest was de sterfte lager.

Kalversterfte is een hardnekkig probleem. En grootschalig bovendien: er komen jaarlijks zo’n 1,5 miljoen kalveren bij omdat melkkoeien elk jaar moeten kalven om de melkproductie op gang te houden. Het gemiddelde sterftecijfer schommelt al jaren zo rond de elf tot dertien procent bij kalfjes tot een jaar oud, ondanks de vele negatieve aandacht en beloftes van de sector. In 2017 introduceerden boerenvereniging LTO en de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) een programma dat de gezondheid van kalveren moet verbeteren.

Het ministerie zegt in een reactie dat er „ruimte voor verbetering” is. Adriaan Antonis, onderzoeker aan de WUR en gespecialiseerd in dierziekten, noemt de cijfers van het ministerie van Landbouw „zorgwekkend”. Hij vindt de sterfte „te hoog” en denkt dat de gemiddelden per bedrijf sterk naar beneden zou moeten kunnen: „5 procent is haalbaar.”

Dikke laag mest

RTL Nieuws publiceerde foto's waarop te zien is hoe kalveren in zeer slechte en onhygiënische omstandigheden worden gehouden. Zo is een kalf te zien met diepe wonden aan zijn knieën. Op een andere foto staan kalveren in een dikke laag urine en mest. De beelden zijn afkomstig van inspectierapporten van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) uit de periode 2015- 2017.

Slechte huisvesting is maar één van de problemen. De jonge dieren zijn erg kwetsbaar. Meestal worden ze snel bij de moeder weggehaald. Een deel van de boeren geeft kalveren niet de belangrijke eerste moedermelk (biest) die goed is voor het immuunsysteem. Soms is biest besmet met ziekteverwekkers.

Daarnaast krijgen sommige kalveren te weinig drinken, zegt Antonis. „Een jong kalf heeft een kleine maaginhoud. Twee keer per dag voeren is te weinig.” Ruim de helft van de kalveren sterft door diarree in combinatie met te weinig vocht. Doodsoorzaak nummer twee (ongeveer een kwart) zijn luchtwegaandoeningen, zoals een longontsteking.

Volgens Antonis hebben de misstanden verschillende oorzaken: een deel van de boeren heeft door toegenomen bedrijfsgrootte niet veel tijd om aan kalveren te besteden. Soms schiet kennis tekort. Ook zeggen boeren dat kalveren die ze verkopen om opgefokt te worden voor het vlees, te weinig opleveren: een stierkalf nu zo’n 100 euro, een vaarskalf zelfs maar een euro of 20. „Kalveren zijn een kostenpost,” zegt Antonis. „Maar een goede verzorging ben je verplicht aan de maatschappij. Bij voldoende liefde, zorg en aandacht gaat het over het algemeen goed.”

Jeanette van de Ven van LTO geeft toe dat een deel van de boeren het „slecht” doet, maar wijst er ook op dat acht procent van de kalveren te vroeg of doodgeboren wordt. „Daar kun je een stuk minder aan doen.”

In het programma voor kalvergezondheid uit 2017 is opgenomen dat boeren met bijvoorbeeld een hoog sterftepercentage verplicht een verbeterplan moeten opstellen met een dierenarts. Als dat niet helpt, kan een zuivelbedrijf als FrieslandCampina stoppen met melk ophalen. Deze sanctie is nog niet opgelegd, zegt LTO. Het programma zou daarvoor nog niet lang genoeg bestaan.

Antonis zegt dat de sector goede initiatieven ontplooit. „Maar aan de andere kant: de cijfers zijn al heel lang te hoog. Vorig jaar nog steeds. Misschien is er meer tijd nodig, maar hoe lang moeten we wachten?”