Molukkers in Maastrichtse wijk blijven graag onder elkaar

Gemeenschap Huizen in Molukse woonwijken worden gewoonlijk aan Molukkers toegewezen. Nadat een niet-Molukse gegadigde zich vorige week in de Molukse wijk van Maastricht meldde, werd een huis besmeurd en een ruit ingegooid.

De bekladde woning van woningcorperatie Woonpunt aan de Diederik van Havertstraat in Maastricht.
De bekladde woning van woningcorperatie Woonpunt aan de Diederik van Havertstraat in Maastricht. Foto Chris Keulen

‘Dit is de Molukse wijk’ en ‘Alleen voor Molukkers’ staat er op het raam van een leegstaande woning aan de Maastrichtse Diederik van Haverstraat. Deze, en nog een andere ruit, zijn bovendien besmeurd met een wit goedje en er is glas ingegooid.

Met een medewerker van woningstichting Woonpunt veegt Sam Abraham van de Stichting Moetiara Maloekoe de scherven op. „Dan zijn die alvast weg.” Later zullen de vaklui nog wel volgen voor verdere schoonmaak en schadeherstel.

Abraham keurt het gebeurde af, maar wil verder niet praten. Eerst wil de buurt „in alle rust” aan tafel met Woonpunt. „Daarna komen we met een verklaring.”

Veel andere buurtbewoners weigeren eveneens te praten, een enkeling uit zich dreigend. Het vertrouwen in de journalistiek is miniem: „De media komen alleen als ze iets negatiefs kunnen schrijven.”

De al wat oudere Joop Saya passeert het pand aan de Diederik van Haverstraat wandelend op weg naar een doktersbezoek. Hij wil wel wat zeggen. „Triest”, noemt hij het incident. Saya heeft ook geen idee wie de dader is. Hij kent wel de gevoelens die erachter lijken te zitten. „Ook de jongere generaties hechten sterk aan de adat (gewoonterecht, red). Ook hier in Nederland willen ze de binding en saamhorigheid van de kampongs graag vasthouden. Maar wie hier wil huren moet aan bepaalde inkomenseisen voldoen en dat is niet voor alle jonge mensen even makkelijk.”

Lees ook: Thuis in Nederland, liefst op Molukse grond

Onvrede en spanningen

Woonpunt heeft 102 woningen in de Molukse buurt. Die werd in 1961 gebouwd in boomgaarden bij wat toen nog de zelfstandige gemeente Heer was en sinds 1970 onderdeel is van Maastricht. Vanaf het moment dat de overheid in 1951 ruim 3.500 Molukse militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) en hun gezinnen had laten overkomen, woonden die in vaak armetierige omstandigheden in onder meer kazernes, kloosters en voormalige Duitse interneringskampen.

De Nederlandse staat had beloofd dat het verblijf tijdelijk zou zijn. Dat bleek niet zo. Bovendien werden de mannen plotseling werkloze burgers in een vreemd land door gedwongen demobilisatie. Onvrede daarover leidde door de jaren heen geregeld tot spanningen en in de jaren zeventig zelfs tot bezettingen, treinkapingen en gijzelingen met dodelijke slachtoffers.

In 2014 ontstond er ook onrust over een woning in een Molukse wijk in Hoogeveen. Lees het artikel De wijk blijft voor Molukkers – nog even dan

Woonpunt heeft afspraken met de bewoners van de Molukse buurt in Maastricht dat Molukse kandidaten altijd voorrang krijgen, als er een huis vrijkomt. In het najaar van 2017 zijn die nog eens herbevestigd. „Normaal gesproken komt dan de eerste op de lijst in aanmerking”, legt woordvoerder Roel Haanen uit. „In dit geval wordt het een Molukse kandidaat, ook als die pas op nummer twintig van de lijst van wachtenden staat. Alleen de gezinssamenstelling en het inkomen moeten aan de voorwaarden voldoen. Iemand moet de huur op kunnen brengen. In de betreffende buurt zijn de woningen op deze manier tot nu altijd aan Molukkers toegewezen.”

Ook voor het huis aan de Diederik van Havertstraat had Woonpunt twee kandidaten uit de gemeenschap zelf. „Maar die voldeden beiden niet aan de voorwaarden”, vertelt Haanen. „Daarna hebben we vorige week met twee niet-Molukse kandidaten een woningbezichtiging gedaan.”

Is dat vooraf verteld aan de buurtbewoners. „Nee”, zegt Haanen. „We hebben het ook nog niet eerder aan de hand gehad.”

De vernielingen en bekladdingen noemt Woonpunt „onacceptabel”. De stichting wil wel zo snel mogelijk in gesprek met vijftien jonge Molukkers, die in een open brief op Facebook om een gesprek met de stichting hebben gevraagd. „Om te horen welke zorgen er leven.”

Beloftes

Frans Pelletimu, dominee van de Beth-El Kerk in de Molukse wijk wijst op het sterke gemeenschapsgevoel in het buurtje. „De Molukkers hier zijn geïntegreerd, maar niet geassimileerd. Ik zeg altijd: word beter dan de ander. Niet uit hoogmoed, maar omdat je met een Molukse achternaam alleen die baan krijgt als je beter bent dan de niet-Molukkers. Dat is gelukt. De jongeren hebben een mooie opleiding en werk. En mensen van buiten lopen niet meer – zoals vroeger – met een bocht om de wijk heen. Er is sprake van vreedzame co-existentie.”

Frans Pelletimu, dominee in de Maastrichtse wijk Heer.

Foto Chris Keulen

De dominee hoopt „dat we er ook nu samen uit zullen komen”. Hij verwijst naar de wapenspreuk van het koninkrijk der Nederlanden: Je maintiendrai. „Dat betekent: ik zal handhaven. Als je daar echt voor staat, betekent het ook het recht handhaven, je houden aan eerder gedane beloftes. De overheid heeft ooit tegen de mensen gezegd dat ze bij elkaar mochten wonen, er is hier een kerk gebouwd en een gemeenschapshuis. Dan moet dat ook in stand kunnen blijven.”