Opinie

Met je verlatingsangst op schoot in het theater

Maxim Februari

Lang, heel lang geleden, meldde mijn vriendin dat ze de kastelen aan de Loire ging bekijken met een ex. Dat waren ze altijd al van plan geweest en nu, jaren na het verbreken van de relatie, gingen ze het alsnog doen. „Je kunt maar het best met exen op reis gaan: die heb je al uitgeprobeerd”, zei mijn vriendin vrolijk. En alla, het was haar leven, niet het mijne, dus ik vond er officieel niets van.

Maar ja, deze ene ex had alles wat ik niet had. Ze was vrouw, Amerikaans, en een zeer luidruchtig, exuberant beeldend kunstenaar met kapsones. Daarom was ik nogal bezorgd toen mijn vriendin de eerste avond vanuit Frankrijk naar huis belde. Toch bleek de bezorgdheid niet nodig, want er klonk bittere teleurstelling door in haar stem. „Ze heeft haar koffiezetapparaat uit Amerika meegenomen”, bromde ze.

Er kwam meteen een grote rust over me. Deze competitie had ik gewonnen. Je kunt veel lelijks over me zeggen, maar niet dat ik een koffiezetapparaat meeneem op reis. En toen de Amerikaanse in de dagen daarna ook nog kritiek had op de Franse croissant, hoefde ik alleen nog maar achterover te leunen en te wachten tot mijn vriendin weer opgelucht bij me terug kwam.

De geschiedenis kwam in mijn herinnering bovendrijven door een nieuwe theatervoorstelling van Adelheid Roosen, Lineke Rijxman, Titus Muizelaar en George Groot. Ze spelen zichzelf en bestuderen met een mengeling van interesse en tegenzin hun onderlinge verhoudingen en gezamenlijke verledens. Waaronder die ene keer dat T aan zijn ex L vroeg om met hem kerstvakantie te vieren, hoewel hij inmiddels al een serieuze relatie met A had.

Terwijl de acteurs hun best deden de zaken van alle kanten te bekijken, zat ik in de zaal. Wat zeg ik? We zaten op stoelen midden in de voorstelling, en ik zat daar natuurlijk meteen met het oude koffiezetapparaat op schoot. De andere bezoekers hadden ongetwijfeld hun eigen respectievelijke verlatingsangsten op schoot. Maar niet een van ons kon daarover vertellen, want we zaten niet in het script.

Dat met die kerstvakantie van T was trouwens alweer 17,5 jaar geleden, en het plan was ook helemaal niet doorgegaan, want ex L had het verontwaardigd van de hand gewezen. Maar al die 17,5 jaar lang had het toch zijn schaduw op de liefde tussen A en T geworpen. Nu wilde de een erover praten, de ander niet, en dus ontspon zich het traditionele gesprek tussen geliefden. „Zeg eens wat, zeg eens wat. Ik praat altijd maar tegen je, en je zegt nooit iets terug.” Soms zei een acteur het zelfs tegen een van ons, de bezoekers. „Vind je ook niet?” Maar het was hun voorstelling, niet de onze, dus officieel vonden we er niets van.

Het tolde waarschijnlijk wel in de hoofden van de bezoekers. Hoewel we ogenschijnlijk rustig op onze stoelen zaten, hadden we allemaal onze eigen versies van de geschiedenis in gedachten, onze eigen argumenten en angsten, alleen konden we niets zeggen. En daarmee leek deze fascinerende voorstelling precies op de liefdessituaties die erin werden bestudeerd. Terwijl de een tijdens onmin op het podium staat, zit de ander in de zaal. In paniek. Wil wel iets zeggen, maar kan niets zeggen. Want zit niet in het scenario.

Misschien, dacht ik, is het zelfs de vaste rolverdeling in alle levenssituaties. De een op het podium en de ander in de zaal. „Zeg eens wat”, roept de baas op het podium. „Hier is de ideeënbus.” „Zeg eens wat”, zeggen opvoeders tegen het kind. „Ik praat tegen je! Kijk me aan als ik tegen je praat.” In politiek, kunst, journalistiek, overal staat de een op het podium en zit de ander in de zaal. „Zeg eens wat! Hier heb je een politieke analyse. Ik praat tegen je!” Maar je zit daar in de zaal en kunt geen woord uitbrengen, want het script is niet van jou.

Als theater inventief is, en dat was het hier, hoor je al die onuitgesproken verhalen vanuit de zaal op het podium doorklinken. Zo’n kerstvakantieverhaal heeft meerdere versies, en langzaam schemerden de varianten door van degenen die er niet over wilden praten, en dat bleken andere verhalen te zijn dan het eerste. Zoals het Loirekastelenverhaal waarschijnlijk ook anders zou klinken als ik zo eerlijk was de Amerikaanse te bellen en te vragen hoe het zat met de Franse croissant.

Degenen op het podium stonden het zware werk te doen. Ze spraken de onuitgesproken vraag uit van de mensen in de zaal, die hun eigen vraag was. „Zeg eens wat. Praat tegen me.” En gaandeweg besefte ik dat theater, dit spel van vertegenwoordiging, een spiegelpaleis is waarin verschillende versies en varianten van een verhaal tussen podium en zaal heen en weer stuiteren – en sprakeloos tolde ik naar buiten, op zoek naar een podium om greep te krijgen op dit besef.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.