In de Poolse kwekerij wordt niet meer over politiek gepraat

Zap In Nederland wonen 250.000 Polen, maar hun ziel bevindt zich nog in het thuisland. Dore van Duivenbode (haar moeder was Pools) maakt daar een bijzondere serie over.

Dore van Duivenbode in Moja Polska!
Dore van Duivenbode in Moja Polska! Beeld VPRO

“Eigenlijk hebben we het alleen over Auschwitz als jullie er zijn”, hoorde journaliste Dore van Duivenbode van haar Poolse nichtje. Het is een tekenend citaatje voor de zondag begonnen reisserie Moja Polska (VPRO).

Tekenend omdat eruit blijkt wat Nederlanders graag willen in Polen (over Auschwitz praten) en wat Polen graag willen (niet over Auschwitz praten). Dat de opmerking van een nichtje komt, maakt duidelijk dat Van Duivenbode kind aan huis is in het land: haar moeder werd er geboren.

Er is reden genoeg voor een serie over Polen. Van Duivenbode noemt de 250.000 Polen die in Nederland wonen en werken, maar wier ‘hart en ziel’ zich nog in hun thuisland bevinden. Daar stromen de wit-rode vlaggen door de straten bij het 100-jarige bestaan van de natie. „Dit is hun opstand tegen het onbekende.” Een 20-jarige student bij wie ze in Kraków logeert wentelt zich in nostalgisch nationalisme. Hij droomt van een land waarin katholieke tradities nooit meer ter discussie komen te staan; een land waarin niemand ooit nog over abortus begint.

Aan de andere kant staat een oom van Van Duivenbode. Hij werkte lang in Nederland en heeft nu een snelgroeiende kwekerij in het zuiden van Polen. Bij hem werken zeven Oekraïners en drie Nepalezen. Veel Polen zijn immers elders in de EU aan het werk. (Biologisch leek het bedrijf overigens niet: ik zag ook hoe met een spuitbus heideplantjes in één klap verpaarst werden.) In de kwekerij wordt er niet meer over politiek gepraat; daar komt maar ruzie van.

Moja Polska (‘Mijn Polen’) gaat niet alleen over de actualiteit. Van Duivenbode (1985), die vorig jaar Mijn Poolse huis. Vakanties naar Auschwitz publiceerde, wil ook een persoonlijk verhaal vertellen. Ze slaapt een laatste nacht in het buitenhuisje van haar familie. Haar oma en moeder zijn overleden, het huis is verkocht. De oppassende buurvrouw vindt het eigenlijk te koud, Van Duivenbode zegt dat ze dikke sokken heeft. Het afscheid van het huis is pijnlijk. „Nu is het leeg, is iedereen dood en ben ik hier als allerlaatste en laat ik het koud achter.”

De geest van Van Duivenbodes overleden moeder waart door de eerste aflevering van Moja Polska. Ze is óók op reis naar het verleden van haar familie. Dankzij papieren in het koude huis komt ze een oude minnares van haar grootvader op het spoor. Ze gaat bij deze vrouw in Oświęcim op bezoek. „Was mijn opa goed in bed?” wil Van Duivenbode weten. Bij het bevestigende antwoord schuift de 84-jarige vrouw haar gast een reep chocolade toe. „Ik hoop dat jij ook goed bent in bed.”

Haar woonplaats Oświęcim is in de rest van de wereld bekend als Auschwitz

Het is een bijzondere scène, al is het er misschien ook wel eentje die bij een ander verhaal hoort. Wel is het juist de ex van de opa die wel over de oorlog wil praten. Haar woonplaats Oświęcim is in de rest van de wereld bekend als Auschwitz. De moeder van Van Duivenbode groeide er in de buurt op. Toen ze zich voor het verleden ging interesseren, ontdekte ze hoeveel van de omgeving met de oorlog verbonden was. Een schuldig landschap vol schuldige gebouwen – vaak gebouwd door de dwangarbeiders van de nazi’s.

Er wordt nog steeds langs het verleden geleefd. Op persoonlijk niveau: de oom wil niets weten van het overspel van grootvader. En breder: op zijn terrein staat een kas die in de oorlogsjaren is gebouwd, wellicht door dwangarbeiders. Als de kas in beeld wordt gebracht, laat regisseur Britta Hosman in een tussenshot even een oude luidspreker zien – waardoor je in gedachten de oude commando’s hoort schallen. Zoals Van Duivenbode ergens zegt: „Hier graaf je niet in het verleden, je leeft tussen de gebouwen door.”