Nicaraguaans journalist Ileana Lacayo (links) en haar Venezolaanse collega Beatriz Adrián zien dat aanvallen op de pers in beider landen sterk overeenkomen.

Foto Merlijn Doomernik

Nicaragua en Venezuela volgen Cuba in persbreidel

Interview In Nicaragua en Venezuela zit de staat de pers op alle mogelijke manieren dwars. De methoden lijken afgekeken van Cuba. De journalisten Beatrix Adrián en Ileana Lacayo sloegen op de vlucht.

Als de Venezolaanse journaliste Beatriz Adrián en haar Nicaraguaanse collega Ileana Lacayo hun ervaringen delen, schrikken ze zelf van de overeenkomsten: het lijkt wel alsof ze uit één en hetzelfde land komen. Beide vrouwen zijn hun land ontvlucht nu autoritaire – van oorsprong linkse – presidenten daar niet alleen de samenleving en democratie, maar ook de media steeds verder knevelen.

„Daarbij lijken ze wel van elkaar te leren”, zegt Lacayo in Utrecht, waar ze in het kader van het Shelter City-programma van de organisaties Peace Brigades International (PBI) en Justice and Peace een paar maanden op adem komt. „Het is duidelijk dat het Cubaanse model van repressie naar onze landen wordt geëxporteerd en daar verbeterd”, vult Adrián aan, die in Den Haag aan hetzelfde opvangprogramma voor mensenrechtenverdedigers deelneemt.

Lacayo sloeg op de vlucht na een gruwelijk incident in april 2018. In de marge van een demonstratie tegen de regering-Ortega werd haar collega-presentator door zijn hoofd geschoten, terwijl hij live verslag deed. „Hiervoor werden twee jongens veroordeeld. Maar uit de beelden die collega’s en ik die dag schoten lijkt dat niet mogelijk. Waarschijnlijker is dat een sluipschutter van de politie achter de moord zit.” Nadat ook zij met opsluiting bedreigd werd, ging ze in ballingschap in Costa Rica.

Adrián kwam in januari in de problemen. Toen oppositieleider Juan Guaidó werd opgepakt ging zij met een CNN-collega kijken bij het hoofdkwartier van de geheime politie. Terwijl ze buiten in een auto postten, werden ze opgepakt. „We werden een uur lang bedreigd en vastgehouden. Ik moest mijn telefoon afgeven en openmaken en die haalden ze helemaal leeg.” Ze is nu even in Europa, maar wil uiteindelijk terugkeren naar haar land.

Vogelvrije pers

De vrije pers in Latijns-Amerika zit al jaren in de verdrukking. Bekend is de schrijnende situatie in Mexico: hier wordt gemiddeld elke maand een journalist geliquideerd, vooral in opdracht van de drugskartels. Maar ook elders in de regio zijn journalisten vogelvrij. En in de landen van Beatriz Adrián en Ileana Lacayo komt het gevaar daarbij eerder uit machtskringen dan uit criminele hoek. Daniel Ortega in Nicaragua en Nicolás Maduro in Venezuela trekken al jaren meer macht naar zich toe. Maatschappelijk verzet hiertegen slaan ze neer. Onafhankelijke berichtgeving dulden ze slecht.

Lees ook Russisch parlement wil internet beteugelen

Bij die persbreidel gebruiken beide autocraten veelal dezelfde methodes. Er is de botte repressie, zoals het intimideren, vastzetten, vervolgen of zelfs vermoorden van journalisten. Een andere beproefde aanpak is het sluiten of overnemen van onafhankelijke tv- en radiozenders, dit laatste om ze tot hun eigen propagandakanalen om te vormen. Lacoya, die als freelancer werkte voor verschillende media, vertelt: „Dat heeft Ortega bijvoorbeeld gedaan met tv-zender Canal 2. Maar nu is het doodsaai en kijkt er niemand meer naar.”

In 2014 vertrok Adrián om diezelfde reden na een lange loopbaan bij Globovisión: een kritisch kanaal totdat het enkele jaren terug door het Venezolaanse regime werd gelijkgeschakeld. „Toen ik op een dag niet mocht rapporteren over protesten tegen de arrestatie van een oppositieleider, heb ik ontslag genomen.” De laatste jaren werkt ze als correspondent in Caracas voor Noticias Caracol, een grote Colombiaanse zender.

Maar er zijn ook subtielere manieren om media het werken lastig te maken. Zo is in beide landen krantenpapier door de autoriteiten opzettelijk schaars gemaakt, waardoor veel dagbladen alleen nog digitaal verschijnen. In Venezuela werden alleen al vorig jaar 25 krantentitels opgedoekt of gesloten, vooral lokaal en regionaal.

„Om toch te weten hoe de situatie buiten de hoofdstad is, hebben journalisten uit het hele land contact via app-groepen”, vertelt Adrián. „Bijvoorbeeld tijdens de stroomstoring eerder deze maand, konden we zo toch inventariseren waar de elektriciteit was uitgevallen.”

Internet uit

Ook het internet zelf is doelwit. Zo wordt mobiel dataverkeer op protestdagen trager gemaakt, uitgeschakeld of de toegang tot bepaalde sites geblokkeerd. Adrián: „Ik moet door de hyperinflatie in Venezuela inmiddels 2.000 dollar per maand betalen voor een snelle internetverbinding. Dat kan ik niet meer opbrengen.”

Het meest listig is misschien wel de wijze waarop beide regimes media tot zelfcensuur aanzetten. In Nicaragua kwam er bijvoorbeeld een nieuwe antiterreurwet, waaronder journalisten veel makkelijker vervolgd kunnen worden voor ‘haatzaaien’ en ‘ophitsing’. Twee journalisten van 100% Noticias zitten al maanden vast, hun redactie is met zinken golfplaat dichtgespijkerd. „Het is psychologische oorlogvoering. Ze vervolgen je om je bang te maken, niet om je te veroordelen.”

Lees ook Fidel leeft voort – in Cuba’s nieuwe grondwet

Niet alleen Adrián zelf, ook haar bronnen worden lastiggevallen. Een vrouw in een volkswijk die zich kritisch uitte over Maduro kreeg na dat tv-optreden bezoek van de colectivos, paramilitaire knokploegen van het regime. „Deze zeiden haar dat ze nu geen voedselpakket meer zou krijgen en haar overheidsbaan kwijt was.” Hetzelfde gebeurde op een school waar ze kinderen had geïnterviewd over hun honger. „De colectivos lieten hen voor de camera zeggen dat ik hen gemanipuleerd had en zonden dat uit.”

Ze merkt dat ze bepaalde verhalen al niet meer vertelt om haar bronnen niet in gevaar te brengen. Toen ze later een reportage maakte over medicijnschaarste, sprak ze met een ziekenhuispatiënte die wachtte op behandeling. „Ik heb het niet uitgezonden, want straks zou ze haar chemokuur helemaal niet meer krijgen.”