Opinie

Bosolifant kan niet zonder gewapende bewaker

Natuurbeheer Het is naïef te denken dat ‘de lokale bevolking’ kwetsbare diersoorten in Afrika kan redden, schrijft .

Congolese rangers in het Virunga-natuurpark die een militaire opleiding krijgen om gewapende stropers te bestrijden.
Congolese rangers in het Virunga-natuurpark die een militaire opleiding krijgen om gewapende stropers te bestrijden. Foto John Moore/Getty Images

Er is veel ophef over mensenrechtenschendingen door paramilitairen in de strijd tegen stroperij. Onthullingen door Buzzfeed over mishandeling en moord in natuurparken, mede-gefinancieerd door het World Wide Fund for Nature (WWF), onder meer in Kameroen, kregen veel aandacht in media, ook van NRC (‘Voor het wilde dier moet alles wijken’, 8/3).

De guerrilla tegen gorilla’s, het stropen van neushoorns voor de hoorn en de plezierjacht op olifanten worden daarbij op een hoop gegooid. Met name witte natuurbeschermers krijgen een koloniaal wereldbeeld in de schoenen geschoven. Het zou beter zijn, zeggen de critici, als bij natuurbeheer meer samenwerking met de lokale bevolking zou worden gezocht. Helaas bestaat ‘de’ plaatselijke bewoner niet.

Neem de westelijke kant van het Congobekken. Het voortbestaan van laagland-gorilla’s en de al bijna verdwenen bosolifanten daar is nu afhankelijk van verwikkelingen tussen BaAka-pygmeeën, Bantu’s, toegestroomde andere Kameroenezen, Mauritaniërs, Aziaten en andere nieuwkomers – naast de Europeanen, die daar al langer zijn, plus andere internationale natuurbeschermers en ontwikkelingswerkers.

De tot voor kort traditioneel levende BaAka’s, de „kleine boschmenschen” uit verouderde boeken, zitten tussen dat alles klem. Maar de natuurbescherming is voor hen nog wel het minste kwaad. Van oudsher zijn zij als minderwaardig behandeld door Bantu’s. Toen de wouden opengelegd werden door de houthandel stroomden ook mensen van buitenaf toe. Kameroenezen van elders kijken er nu weer neer op de Bantu’s, de „bosnegers” van vroeger. Mauritaniërs, die met hun handelaarstalent veel van de lokale economie in handen hebben, kijken ook neer op de Bantu’s. En er zijn, zoals overal in Afrika , steeds meer Aziaten, met name Chinezen. Om in zo’n situatie nog iets van sociaal gedrag en natuurbescherming van de grond te krijgen of in stand te houden is eerder kunst dan misdaad.

Lees ook: Voor het wilde dier moet alles wijken

Ivoor en hoorn

Mensenstromen en verschuivende economische krachten, een laatste schat aan dierenleven die als magneet werkt – daar zul je toch echt toezicht tegenover moeten stellen. Liefst door de landelijke overheid, maar desnoods vanuit je eigen organisatie. In dat gat springen is niet verkeerd, eerder loffelijk. Net als het werken met plaatselijk ingebedde mensen, in al hun verscheidenheid, altijd met oog voor de werkelijk oorspronkelijke bewoners of nomaden.

Tegenover de georganiseerde misdaad in de vorm van stroperij voor export-artikelen als ivoor en hoorn is een stevige opstelling nodig. Helaas ook tegen gewonere stroperij, voor consumptie van wild, het zogeheten bushmeat. Die is door de modernisering van methoden en de gegroeide markt onder relatief welgestelde Afrikanen ook in westerse steden volledig uit de hand gelopen.

Alleen toezicht helpt bij een duurzame aanpak van jacht voor eigen gebruik. Nog steeds worden soms BaAka’s geronseld voor stroperij, in verhoudingen die aan oude slavernij doen denken. Het is complex, maar ook hen zul je in dat werk moeten hinderen.

Lees ook: Strijd tegen ‘bushmeat-maffia’

Wit racisme verbleekt

Het WWF heeft zich voor de BaAka’s in Kameroen vrij voorbeeldig ingezet. Maar de Bantu’s zien de pygmeeën nog steeds niet voor vol aan. Bij sommige Bantu-uitdrukkingen voor pygmeeën verbleekt ieder wit racisme. Bantu’s zijn, ook in natuurbeschermingsdienst, vast niet opeens altijd netjes. Een uniform is machtig, en elke autoriteit die zich alleenheerser waant kan ontsporen.

Met excessen moet niemand genoegen nemen, het WWF heeft aangekondigd alles door een onafhankelijke partij tot op de bodem te laten uitzoeken, naast eigen onderzoek. Maar de suggestie dat alle inspanningen van het fonds fout en doortrapt zijn, in hun uitvoering of zelfs als beginsel, gaat ver.

Het WWF bevindt zich in een Catch 22-situatie. Eigen mensen aanstellen en bewapenen mag niet. Samenwerken met de overheid eigenlijk ook weer niet, want dan krijg je misschien wel machtsdragers die zich misdragen. Ik zie maar één oplossing: een VN-interventiemacht van ‘groenhelmen’, die inzetbaar is waar de natuur door oorlogsverwikkelingen, inclusief die door de stroperij-oorlog, in crisis is. Maar zolang die er niet is, zal er toch iets moeten gebeuren. Gewapende natuurbescherming afschaffen is op maar al te veel plaatsen hetzelfde als dierenleven afschaffen.

Natuurlijk is het akelig als een Nepalese soldaat die is ingezet voor neushoornbescherming een vrouw lijkt te hebben verkracht. Maar dat is op zichzelf geen argument tegen internationale natuurbescherming. Maar het zou toch jammer zijn om het georganiseerd toezicht eraan te geven als fondsbesteding. Om te beginnen zou het een spoedig en definitief einde betekenen voor de laaglandgorilla en de bosolifant in het Congobekken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.