Alles wat je moet weten over de Europese verkiezingen 2019

Deze Europese verkiezingen – Nederland stemt op 23 mei – bepalen welke kant de EU op gaat.

Foto EPA

Vormen nationalisten als de Hongaarse premier Orbán of de Italiaanse vice-premier Salvini straks een blokkerende minderheid in het Europees Parlement? Of winnen juist de ‘progressieven’, zoals de Franse president Macron, die Europa willen verstevigen? Wie krijgt straks de meeste invloed op de samenwerking van partijen in het Europees Parlement?

In dit stuk vind u alle vragen en antwoorden over het Europees Parlement en de thema’s die de komende campagne gaan bepalen.

  1. De betekenis van deze EU-verkiezingen

    Waar gaan deze verkiezingen over?

    Deze verkiezingen zijn de enige gelegenheid voor ruim 370 miljoen Europese kiezers om zich met z’n allen rechtstreeks uit te spreken over de Europese koers van nationale regeringen. Er staat voor de EU veel op het spel de komende jaren – met als twee uitersten: een forse sprong in verdere integratie óf ontploffing. Wordt de EU een sterkere speler in de wereld van de Amerikaanse president Trump en de Chinese president Xi, en kan zij globale problemen als migratie en klimaatverandering aan? Of ontrafelt zij verder, wanneer het Verenigd Koninkrijk als eerste lidstaat is vertrokken en de spanningen tussen lidstaten oplopen?

    De kiezer antwoordt op die vragen met zijn stem voor het Europees Parlement. Dat is niet doorslaggevend, maar wel van invloed op deze vragen. De Europarlementariërs die in mei gekozen worden, spelen een belangrijke rol bij vrijwel alle Europese wetgeving. Zij hebben daarmee een beslissende stem over afspraken tussen de regeringen van de lidstaten. De kiezer heeft via het parlement ook invloed op de samenstelling van de Europese Commissie, al beslissen uiteindelijk de regeringsleiders daarover.

    Waarom zijn deze verkiezingen anders dan de vorige EU-verkiezingen?

    Om verschillende redenen: het zullen allereerst waarschijnlijk de eerste EU-verkiezingen zijn zonder de Britten. Voor La République en Marche (LREM) van de Franse president Macron zijn het juist de eerste Europese verkiezingen. Niet eerder diende zich zo’n potentieel grote nieuwe speler aan op het Europese politieke toneel. En er komt mogelijk een einde aan de traditionele dominantie van de twee grootste politieke families: centrum-rechts en centrum-links. Door de opkomst van nationalistische partijen zijn er straks meer partijen nodig om coalities te sluiten. Dat verandert de verhoudingen.

    De Franse president Emmanuel Macron arriveert voor een vergadering van de Europese Raad, 13 december 2018. Foto John Thys/EPA

    Zijn deze verkiezingen relevant?

    Nee, ze zijn „niet zo relevant”, zei premier Rutte op 13 januari in Buitenhof. Later trok hij die uitspraak in de Tweede Kamer schielijk terug. Wat kiezers stemmen is nu eenmaal altijd een politiek signaal en dus per definitie relevant voor politici; je stem uitbrengen is daarom altijd de moeite. Maar bij Europese verkiezingen is de opkomst wel vaak relatief laag, vooral vergeleken met nationale verkiezingen. Bovendien is er geen ‘Europese regering’ die al dan niet haar meerderheid kan verliezen, zoals in nationale verkiezingen. Daarom relativeren politici wie dat uitkomt, het belang van de verkiezingen graag.

    Hoge salarissen en tegen kromme bananen: voorafgaand aan de vorige verkiezingen, in 2014, boog correspondent Caroline de Gruyter zich over 7 mythes over de EU

    Toch kunnen de verkiezingen in verschillende landen wel politieke gevolgen hebben. Zo wordt er druk gespeculeerd of de Italiaanse populistische regeringscoalitie van Lega en de Vijfsterrenbeweging deze Europese verkiezingen overleeft. De krachtsverhoudingen zullen met de verwachte winst van de Lega veranderen. Legaleider Matteo Salvini zou dan kunnen aansturen op vervroegde verkiezingen in de hoop zelf premier te kunnen worden.

    Hoeveel mensen mogen stemmen en hoeveel doen dat daadwerkelijk?

    Volgens het Europees Parlement zijn er ruim 373 miljoen stemgerechtigden in de EU (zonder VK). Om precies te zijn: 373.457.888. De berekening is volgens een woordvoerder gebaseerd op de jongste bevolkingscijfers van Eurostat, waarbij per land is gekeken wie de stemgerechtigde leeftijd heeft (die is niet overal even hoog).

    Dit betekent overigens niet dat al deze mensen ook officieel als kiezer geregistreerd staan. Eventuele kiezers die vanuit het buitenland stemmen zijn ook niet meegenomen in dit cijfer.

    Hoe dan ook: de Europese verkiezingen behoren tot de grootste ter wereld. Na China en India zijn het de grootste, groter ook dan de Amerikaanse. Het aantal Europeanen dat doorgaans echt gaat stemmen, is in de loop der jaren sterk gedaald, mede door de uitbreiding met voormalige communistische landen. De opkomst is daar traditioneel lager. In 1979, toen de EU uit negen landen bestond, was de opkomst nog ruim 60 procent, in 2009 was dat 43 procent. Bij de laatste verkiezingen in 2014 daalde de opkomst verder, van 43 naar 42,54 procent.

  2. Brexit en het Europees Parlement

    Wat betekent Brexit voor het Europees Parlement?

    Door een eventueel vertrek van de Britten uit de EU komen de Britse zetels in het Europees Parlement te vervallen. Nou ja, niet helemaal. Van de 73 Britse zetels worden er 46 opzij gezet voor eventuele toekomstige uitbreidingen van de EU, zo hebben lidstaten afgesproken. De resterende 27 Britse zetels worden verdeeld onder lidstaten die bij eerdere uitbreidingen ondervertegenwoordigd raakten. Nederland krijgt er daardoor drie zetels bij, bovenop de huidige 26. Frankrijk en Spanje profiteren het meest, met elk vijf zetels erbij (bovenop de huidige 74 en 54). Per saldo zal het EP echter krimpen van de huidige 751 naar 705 zetels.

    Nederland gaat de Britten nog missen na de Brexit:

    Wat als de Britten op 23 mei nog in de EU zitten?

    Dan doen ze gewoon mee aan de Europese verkiezingen. Het Europees Parlement behoudt dan zijn huidige omvang en de zetels die bij een Brexit naar andere landen zouden gaan worden in de ijskast gezet. Ze komen daar weer uit als de Brexit daadwerkelijk plaatsvindt. De kiesraad publiceert na de verkiezingen uitslagen voor beide scenario’s.

    Natuurlijk zou Britse deelname aan de Europese verkiezingen van invloed zijn op de samenstelling van de fracties. De sociaal-democraten zouden er van profiteren, omdat zij vermoedelijk twintig tot dertig Labour-parlementariërs mogen verwelkomen. Hierdoor kan de fractie zich mogelijk handhaven als de op een na grootste, na de christen-democraten. Die schieten met Britse deelname niets op, want de Conservatives vertrokken in 2014 uit hun gelederen. Het contingent eurosceptici kan groeien als de Brexit Party van Nigel Farage goed scoort.

  3. Het Europees Parlement en Nederland

    Wat betekenen deze verkiezingen voor Nederlandse partijen?

    Steeds meer, want het besef groeit dat binnenlandse politiek doorgaans ook een Europese dimensie heeft – of het nu gaat om migratie, defensie, economische ontwikkeling of de (door het Europees Parlement verboden) pulsvisserij. Je ziet die ontwikkeling bijvoorbeeld heel sterk bij de VVD. Vijf jaar geleden heette het EU-verkiezingsprogramma van die partij ‘Europa waar nodig’. Nu zegt VVD-lijsttrekker Malik Azmani: „We moeten als Europa één vuist maken op het wereldtoneel. Dan staan we sterker.”

    Goede ogen en oren in Brussel zijn van wezenlijk belang, om te voorkomen dat de Tweede Kamer pas met debatteren begint als het debat in Europa al vergevorderd is. De Europese verkiezingen zelf zijn voor Nederlandse partijen een moment om zich ideologisch te positioneren, bijvoorbeeld door te kiezen voor een bepaalde Europese fractie en te laten zien waar je staat in Europa. Lidmaatschap van een politieke familie of van een pan-Europese partij levert ook EU-subsidies op. Vooral voor kleinere of jongere partijen kan dat een waardevolle financieringsbron zijn.

    Hoe staan de fracties en de Nederlandse partijen ervoor in de peilingen?

    Het Europees Parlement kwam zelf onlangs met een peiling waarin de christen-democratische fractie, met daarin het CDA, met 183 zetels de grootste zou blijven, ondanks een verlies van 34 zetels. Gevolgd door de sociaal-democratische fractie, met daarin de PvdA, met 135 zetels – een daling met 51 zetels.

    Volgens deze voorspelling zouden de twee grootste fracties hun traditionele meerderheid verliezen, waardoor ze voortaan kleinere fracties nodig hebben om besluiten door het parlement te loodsen. De liberale ALDE-fractie bijvoorbeeld, met de VVD en D66, die volgens de peiling zou groeien van 68 naar 75 zetels. De ENF-fractie, met de PVV, zou groeien naar 59 zetels en daarmee de vierde fractie in het Europees Parlement worden. Dit komt vooral door het verwachte succes van de Italiaanse Lega van vice-premier Salvini. Hiermee kan de ENF-fractie een factor van belang worden, al ligt samenwerking met de drie grotere fracties niet voor de hand.

    Volgens de peiling zou de VVD de grootste Nederlandse partij in het Europees Parlement worden met zes zetels, gevolgd door de PVV en GroenLinks met elk vier zetels.

    Nationalisten in verschillende landen dreigen Europa uit te hollen.‘Voor het eerst is de vraag nu: blijft de Europese Unie overeind?’

    Hoe invloedrijk zijn Nederlandse EP’ers?

    Invloed is nooit eenvoudig te meten, maar over het algemeen wisten Nederlandse Europarlementariërs in de afgelopen jaren aardig hun stempel te drukken op grote dossiers. Zo was D66’er Gerben-Jan Gerbrandy rapporteur van de parlementaire enquêtecommissie die onderzoek deed naar Dieselgate, het gesjoemel met de uitstoot van auto’s. Partijgenoten Sophie in ’t Veld en Marietje Schaake behoorden volgens nieuwssite Politico in 2016 tot de veertig Europarlementariërs ‘die ertoe doen’.

    In de ranking van 2017 viel Schaake weg, maar kwamen daar twee Nederlanders voor terug: Kati Piri (PvdA) en Bas Eickhout (GroenLinks). Piri was Turkije-rapporteur. Eickhout speelde een hoofdrol bij de totstandkoming van strengere regels voor de handel in emissierechten. Eickhouts Nederlandse collega Judith Sargentini zette de problemen in Hongarije prominent op de kaart, met een kritisch rapport over de rechtsstaat daar, en zorgde als co-rapporteur voor strengere maatregelen tegen witwassen.

    Esther de Lange (CDA) zit als vice-voorzitter hoog in de boom bij de Europese Volkspartij (EVP), een functie die ze niet alleen in de parlementaire fractie vervult, maar ook in de pan-Europese partij van de christen-democraten (ook EVP geheten). En Agnes Jongerius (PvdA) was als rapporteur medeverantwoordelijk voor nieuwe afspraken over tijdelijk werken in een ander land (detachering).

    Rapporteur Judith Sargentini in het Europees Parlement. Foto Patrick Seeger/EPA

    Waarover zijn Nederlandse partijen het eens?

    Er is in elk geval één onderwerp waarover Nederlandse partijen min of meer op één lijn zitten: Straatsburg. De maandelijkse ‘verhuizing’ van het Europees Parlement naar Oost-Frankrijk stuit bij alle Nederlandse partijen op grote weerstand (overigens is in het Europees Parlement zelf ook een meerderheid om ‘Straatsburg’ af te schaffen).

    Nog zo’n onderwerp waarbij de Nederlandse Europarlementariërs elkaar vaak weten te vinden: transparantie, vooral wat betreft de EU-subsidies die naar landen gaan. Nederland legt hier elk jaar verantwoording over af, met de Nationale Verklaring, waarin beschreven staat waar het geld naartoe is gegaan. Maar Nederland staat hier vrijwel alleen in.

    Waarover zijn ze het oneens?

    Een van de grote splijtzwammen, ook Europees overigens, is de vraag of belastingen een nationale aangelegenheid moeten blijven. De huidige fiscale lappendeken biedt met name multinationals volop mogelijkheden om belastingen te minimaliseren of te ontlopen, maar het Europees coördineren van belastingbeleid ligt gevoelig: het komt neer op het delen van de soevereiniteit met andere landen.

    Nog een splijtzwam: het terugdringen van nationale veto’s. Zo is er voor besluiten over buitenlands beleid nu altijd unanimiteit nodig – en dus gebeurt er minder dan gehoopt. Bij zijn Churchill-lezing in Zürich in februari 2019 zei premier Rutte te hechten aan die unanimiteit, maar dat dit voor een specifiek onderdeel van het buitenlandbeleid – het opleggen van sancties – losgelaten zou moeten worden; om de EU meer ‘punch’ te geven op het wereldtoneel.

  4. De Amerikaanse president Donald Trump tijdens een bezoek aan de Europees Raad. In het midden Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad. Vooraan Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie.Foto Jonas Roossens/ANP
  5. Invloed en kopstukken van het Europees Parlement

    Waarover heeft het EP wat te zeggen?

    Het EP is machtiger dan veel mensen denken. Om de EU democratischer te maken, zijn de bevoegdheden in de loop van de jaren steeds verder uitgebreid. Op deze manier werd het parlement ook relevanter voor de burger.

    Vóór het Verdrag van Lissabon in 2009 besliste het parlement al mee op belangrijke terreinen als milieu, interne markt en consumentenbescherming. Door ‘Lissabon’ werd de medezeggenschap uitgebreid naar, onder meer, energiezekerheid, immigratie en justitie. Alleen op het gebied van het buitenlandbeleid heeft het EP nauwelijks macht. Maar de commissie buitenlandse zaken is met 73 vaste leden wel de grootste van het EP.

    Hoe verhoudt het EP zich tot andere EU-instellingen?

    Samen met de Raad van de Europese Unie waarin de lidstaten vertegenwoordigd zijn, is het EP de wetgever van de Europese Unie. Wetsvoorstellen komen van de Europese Commissie, maar worden vaak aangepast door zowel de gezamenlijke lidstaten als het EP. De lidstaten en het EP onderhandelen ook over compromissen. Hier zie je de macht van het EP: de lidstaten kunnen feitelijk niets regelen op Europees niveau zonder medewerking van het EP.

    Kan het EP de Europese Commissie naar huis sturen?

    Met een motie van wantrouwen kan het parlement de Commissie in haar geheel naar huis sturen. Dat is één keer, min of meer, gebeurd. In 1999 weigerde de Franse eurocommissaris Edith Cresson af te treden nadat ze was betrapt op het financieel bevoordelen van haar minnaar, een Franse tandarts. De Franse regering bleef haar steunen, waardoor het parlement dreigde dan maar het hele dagelijks bestuur van de EU naar huis te sturen. Dat wachtte de Commissie onder leiding van de Luxemburger Jacques Santer niet af. Zij besloot in haar geheel voortijdig terug te treden.

    Hoe belangrijk is de voorzitter van het EP?

    Heel belangrijk. De voorzitter, momenteel de Italiaanse EVP’er Antonio Tajani, bepaalt voor een belangrijk deel de agenda van het Europees Parlement en kan intern ambtelijke carrières maken of breken. Hij is onderdeel van de twee belangrijkste en machtigste organen binnen het Europees Parlement: de ‘conferentie van voorzitters’ en het ‘bureau’. Eerstgenoemde is het politieke bestuursorgaan van het parlement, bestaande uit Tajani en de voorzitters van alle politieke families.

    Het bureau gaat over administratie, geld en personeel en bestaat uit de parlementsvoorzitter en alle vice-voorzitters. Tajani zit de plenaire vergaderingen voor, ondertekent de genomen wetgevingsbesluiten en mag in de eerste uren van elke EU-top aanschuiven bij regeringsleiders en hen toespreken.

    De opvolging van Jean-Claude Juncker en andere te vergeven topposities in de EU

    Wat is een rapporteur en waarom is die belangrijk?

    De rapporteur is een Europarlementariër die een verslag opstelt over een specifiek onderwerp of een door de Europese Commissie gedaan wetsvoorstel. Zo was GroenLinks-Europarlementariër Sargentini de afgelopen tijd rapporteur over Hongarije. Vanuit die functie adviseerde zij het parlement een strafprocedure te beginnen tegen dat land vanwege schending van de democratische waarden, zoals vrijheid van de pers.

    De rapporteur overlegt met de verschillende fracties en deskundigen en stelt daarna een tekst op waarover eerst in een commissie, bijvoorbeeld de buitenlandcommissie, en daarna door het voltallige parlement wordt gestemd. In het geval van Sargentini schaarde het parlement zich uiteindelijk achter haar rapport, waarin ze opriep tot maatregelen tegen Hongarije.

    Campagneposters voor de Europese verkiezingen in het EP-gebouw in Brussel. Foto Olivier Hoslet/EPA
  6. Verkiezingsproces

    Op wie kun je stemmen?

    Op de kandidaten die Nederlandse politieke partijen voor deze verkiezingen hebben geselecteerd. Vijftien partijen hebben aangekondigd deel te nemen. Naast de partijen in de Tweede Kamer hebben nog elf andere partijen zich voor deze verkiezingen gemeld bij de Kiesraad. Het is nog onduidelijk of zij allemaal deel zullen nemen.

    Zitten alle Nederlandse partijen in het EP?

    Nee. Ouderenpartij 50Plus haalde in 2014, de eerste keer dat de partij meedeed, net geen zetel. Het was daarmee de enige in de Tweede Kamer vertegenwoordigde partij die geen zetels wist te bemachtigen in het Europees Parlement. Dat lukte de Partij voor de Dieren dat jaar juist wel, na twee eerdere mislukte pogingen in 2004 en 2009. De partijen Forum voor Democratie en Denk bestonden destijds niet, en doen dit jaar voor het eerst mee aan Europese verkiezingen.

    Wat is een Spitzenkandidaat?

    Tot voor kort besloten EU-leiders na Europese verkiezingen achter gesloten deuren wie de nieuwe voorzitter moet worden van de Europese Commissie. Dat was tegen het zere been van het Europees Parlement en critici die vinden dat de EU niet democratisch genoeg is. Bij de vorige verkiezingen in 2014 besloten de fracties in het EP daarom, tegen de wens van EU-leiders in, een soort lijsttrekkers naar voren te schuiven voor het voorzitterschap van de Commissie. Het idee achter deze zichtbare ‘Spitzenkandidaten’, zoals ze intussen overal worden genoemd, was ook dat ze het doorgaans lage animo voor de Europese verkiezingen zouden vergroten. Dat streven kwam niet uit: de opkomst was met uiteindelijk 42,54 procent toch weer lager dan vier jaar daarvoor.

    Veel EU-leiders waren en zijn kritisch over de door het parlement opgetuigde procedure: zij willen geen Commissievoorzitter opgedrongen krijgen. Volgens het EU-verdrag schuiven de EU-leiders in de Europese Raad een kandidaat naar voren, maar is het aan het Europees Parlement hier vervolgens over te stemmen. Het EP concludeert hieruit dat het zich ook mag bemoeien met de keuze zelf – het heeft formeel immers het laatste woord en kan een kandidaat ook afwijzen. EU-leiders zien dit als een handige, maar onjuiste interpretatie door het EP. Minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) sprak begin 2019 zelfs van een „institutionele staatsgreep”.

    Waarom kun je bij Europese verkiezingen niet op andere Europeanen stemmen?

    Die vraag wordt in Brussel al lang gesteld. Vaak zijn er plannen geweest voor ‘pan-Europese kieslijsten’, waarbij het mogelijk is ook op kandidaten uit andere EU-landen te stemmen. Toen Brexit zich aandiende, deed zich de vraag voor wat er met de 73 vrijkomende Britse zetels in het parlement zou moeten gebeuren. Zet die op een pan-Europese lijst, zodat kiezers naast nationale kandidaten ook op buitenlandse kanshebbers kunnen stemmen, was het idee van een deel van het Europees Parlement. Maar ook nu kwam het er niet van.

    Uiteindelijk stemde het EP zelf in meerderheid tegen het plan. Tegenstanders voerden allerlei argumenten aan. Zo bestond de vrees voor twee klassen van Europarlementariërs; de ‘super-parlementariërs’ met steun uit meerdere landen en een b-garnituur die uitsluitend nationaal is verkozen.

    Kun je ook in het buitenland stemmen?

    Ja, dat kan. Nederlanders in het buitenland die niet meer staan ingeschreven bij een Nederlandse gemeente, kunnen zich als kiezer registreren bij de gemeente Den Haag. Zij krijgen dan documenten toegestuurd waarmee ze per brief kunnen stemmen. Nederlanders in het buitenland die nog wel bij een Nederlandse gemeente staan ingeschreven, kunnen per brief stemmen of iemand machtigen voor hen te stemmen.

    Zijn er pan-Europese partijen?

    Hoewel niet op buitenlandse kandidaten kan worden gestemd, zijn er wel pan-Europese partijen. Daarin stemmen verwante partijen uit verschillende EU-landen hun standpunten op elkaar af en voeren ze soms samen campagne.

    De partijen zijn in het leven geroepen om het Europees bewustzijn te vergroten en liepen ooit vooruit op het idee van pan-Europese kieslijsten. Deze partijen moeten niet worden verward met de fracties in het Europees Parlement. Soms is er veel overlap in partijen die lid zijn van een fractie en een bijbehorende partij, maar dat is geen automatisme. Zo zijn bijna alle partijen in de christen-democratische fractie lid van de Europese Volkspartij, maar in de conservatieve ECR-fractie zitten heel wat partijen die niet lid zijn van de gelieerde ACRE-partij.

    De ChristenUnie zit samen met de SGP in de ECR, maar is lid van de European Christian Political Movement (ECPM). De PVV en Rassemblement National (het voormalige Front National) zitten samen in een fractie, maar zijn buiten het Europees Parlement lid van verschillende pan-Europese partijen.

    Wat is doorgaans de opkomst bij Europese verkiezingen?

    In 2014 was de opkomst in Nederland 37,3 procent. Dat was hoger dan het dieptepunt van 1999 (30 procent), maar flink lager dan bij de eerste Europese verkiezingen in 1979, toen 58,1 procent van de kiezers kwam opdagen.

    Bij Europese verkiezingen gaan aanzienlijk minder mensen naar de stembus dan bij Tweede Kamer- verkiezingen – daarbij was de opkomst in 2017 81,9 procent. Op Europees niveau was de opkomst in 2014 42,54 procent, een nieuw laagterecord na het eerdere dieptepunt van 2009 (43 procent).

    Er is een groot verschil tussen de opkomst in verschillende landen. België kent een stemplicht, wat verklaart dat het land in 2014 de hoogste opkomst kende, met 89,64 procent. Het laagst scoorde Slowakije, waar 13,05 procent van de kiesgerechtigden kwam opdagen. Euroscepsis was niet de oorzaak van de lage opkomst. De Slowaken zijn in meerderheid voor het EU-lidmaatschap. De lage opkomst werd onder meer verklaard uit het feit dat er geen overheidssubsidie was voor Europese verkiezingscampagnes en er mede daardoor nauwelijks campagne werd gevoerd.

  7. Het Europees Parlement en andere EU-instellingen

    Waarom hebben we een Europees Parlement?

    Om de burger inspraak te geven bij besluitvorming van de Europese Unie en om te controleren of lidstaten met elkaar gemaakte afspraken en Europese regels wel naleven.

    Waarom heeft het Europees Parlement twee zetels, in Brussel en Straatsburg?

    De verdeling van EU-instituten is altijd onderwerp van koehandel tussen de lidstaten, die allemaal graag Europese instellingen binnen hun grenzen verwelkomen. In het Verdrag van Maastricht uit 1992 werd bepaald dat de plenaire zittingen van het Europees Parlement plaatsvinden in het Franse Straatsburg en de vergaderingen van de parlementaire commissies in Brussel.

    Straatsburg, de hoofdstad van Elzas-Lotharingen, werd in de geschiedenis vaak betwist tussen Duitsland en Frankrijk en staat tegenwoordig symbool voor de naoorlogse vrede in Europa. Het secretariaat van het parlement werd in 1992 aan Luxemburg gegeven. Deze verdeling is sindsdien gehandhaafd. Voor wijziging moet het EU-verdrag worden opengebroken, wat instemming vereist van alle lidstaten. Ondanks flink verzet tegen het heen-en-weer-reizen is Frankrijk altijd blijven vasthouden aan Straatsburg als vestigingsplaats voor het Europees Parlement. Overigens is het vaak vooral Nederland dat een punt maakt van de twee zetels. Andere landen hebben er minder moeite mee.

    Het zogeheten Berlaymont-gebouw in Brussel, waar de Europese Commissie gevestigd is.
    Foto Lex van Lieshout/ANP
    Het gebouw van het Europees Parlement in Straatsburg.
    Foto Patrick Seeger/EPA
    Illustratiebeeld toont het Europees Parlement voor een toespraak over de Nederlandse visie op de toekomst van de Europese Unie.
    Foto Jonas Roosens/ANP

    Waarom zijn er 751 Europarlementariërs?

    Het aantal Europarlementariërs per land wordt bepaald door het aantal inwoners. Daarbij geldt de regel dat elk land minimaal zes parlementsleden heeft en maximaal 96. Door Brexit zou het aantal zetels in het Europees Parlement afnemen, van 751 nu naar 705 na de Europese verkiezingen. Van de 73 Britse zetels worden er 27 herverdeeld over veertien landen die nu ondervertegenwoordigd zijn. Hiertoe behoort Nederland, dat van 26 naar 29 zetels zou gaan. Alleen Duitsland heeft het maximale aantal van 96 zetels. Cyprus, Luxemburg en Malta zijn de enige landen met het minimum van zes zetels.

    De econoom Willem Buiter ziet het populisme verder aan terrein winnen door groeiende ongelijkheid, zei hij in een interview over de Brexit

    Heeft de EU een democratisch tekort?

    Op die vraag zijn vele antwoorden mogelijk. Vast staat dat de Europese democratie er anders uit ziet dan wat Europeanen op nationaal niveau gewend zijn. Zo is het Europees Parlement geen klassiek parlement dat een regering per se aan een meerderheid moet helpen. De Europese Commissie is immers geen klassieke regering die zonder meerderheid acuut ten val kan komen. Dat maakt het politieke spel in Brussel minder scherp en emotioneel – en je daarmee identificeren is daardoor ook moeilijk. Vaak hoor je dat de Commissie bevolkt wordt door ‘niet gekozen bureaucraten’. Dat is erg kort door de bocht: eurocommissarissen worden naar voren geschoven door direct democratisch gekozen nationale regeringen en worden goedgekeurd door direct gekozen Europarlementariërs. In Nederland zitten in de regering vaak ook ministers die tijdens de verkiezingen niet op een kieslijst stonden en op wie dus ook niemand heeft kunnen stemmen.

    De EU-raad van ministers, de institutie van de lidstaten, geldt als het minst toegankelijke voor het publiek. In principe moeten nationale parlementen controleren wat hun ministers in Brussel doen, maar het is nooit eenvoudig het vaak complexe Europese politieke spel op de voet te volgen. Voor ministers is het eenvoudig Europese afspraken te maken en vervolgens in eigen land te doen alsof ‘het moest van Brussel’. De Eurogroep, waarin de ministers van Financiën uit eurozone-landen vergaderen, is niet eens een officiële EU-instelling, maar een informeel overlegorgaan. Alle grote, ingrijpende beslissingen tijdens de eurocrisis werden in dit orgaan genomen, maar volgens onder meer de Europese Ombudsman is daarbij onvoldoende politieke verantwoording afgelegd.

    Waarom is de plenaire zaal zo vaak leeg?

    „Het Europees Parlement is belachelijk, héél belachelijk”, klonk het in juli 2017 boos uit de mond van Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie. De Maltese premier Joseph Muscat was in de pleinaire zaal om een toespraak te houden, iets wat regeringsleiders wel vaker doen, maar in de zaal zat slechts een dertigtal toehoorders. Dat schoot de Luxemburger Juncker, zelf ook afkomstig uit een klein land, in het verkeerde keelgat. „Als meneer Muscat mevrouw Merkel of meneer Macron was geweest, zou het hier volle bak zijn geweest.” Zijn woedeaanval, hoe terecht ook, versterkte het beeld dat het vaak erg leeg is in die plenaire zaal.

    Maar hoe erg is dat? Ook in de Tweede Kamer ziet het er vaak akelig leeg uit, bijvoorbeeld wanneer de woordvoerders over een bepaald onderwerp met minister of premier in debat gaan. Dat doen ze doorgaans niet in het bijzijn van alle collega’s, tenzij er politiek veel op het spel staat. Zulke debatten tussen de ‘specialisten’ van de fracties vinden ook in het Europees Parlement plaats. Alleen: in een zaal met meer dan 750 stoeltjes lijkt het meteen of er maar heel weinig mensen aanwezig zijn.

    Lijkt het debat in het Europees Parlement op dat in de Tweede Kamer?

    Nee. Debatten in het EP hebben een nogal massaal karakter en dus is er een strakke regie. Langer praten dan afgesproken wordt nauwelijks getolereerd. Debatten in de Tweede Kamer willen nog wel eens flink uitlopen. In Straatsburg gebeurt dat zelden. Interrumperen zoals in de Tweede Kamer kan niet. Wie een voordracht van een ander wil onderbreken, moet een blauwe kaart omhoog houden. De spreker kan zo’n kaart accepteren, maar ook weigeren. Debatten in Straatsburg hebben daardoor een nogal statisch karakter. Aan het eind van een debat krijgen parlementariërs die niet op de sprekerslijst stonden, kort nog de kans om iets te zeggen, als ze de aandacht van de voorzitter weten te trekken althans (catch-the-eye). Wie dan nog niet aan bod is gekomen, kan een korte schriftelijke bijdrage inleveren die aan het debatverslag wordt toegevoegd.

  8. Het halfrond in het Europees Parlement in Brussel.Foto Jonas Roosens/ANP
  9. Het Europees Parlement en nationale parlementen

    Waarom treden er soms regeringsleiders op in het Europees Parlement?

    De EU gaat door een moeilijke periode, met opeenvolgend de eurocrisis, de oorlog in Oekraïne, de migratiecrisis en Brexit. In de afgelopen jaren zijn daarom verschillende initiatieven ontplooid om debat aan te zwengelen over de vraag hoe het nu verder moet. De Europese Commissie zette in maart 2017 alle toekomstscenario’s op een rijtje. De in de Europese Raad verzamelde regeringsleiders lanceerden eind 2017 een ‘leidersagenda’ om in lastige dossiers, zoals migratie en veiligheid, doorbraken te forceren. Het Europees Parlement nodigde rond diezelfde tijd leiders uit om tijdens plenaire debatten hun toekomstvisie op Europa uiteen te zetten.

    Premier Rutte was in juni 2018 aan de beurt en hield toen een voor zijn doen verrassend pro-Europese toespraak. „De EU is het succesvolste voorbeeld in de wereldgeschiedenis van hoe multilateralisme en compromisbereidheid kunnen leiden tot ongekende veiligheid, stabiliteit en welvaart”, zei hij toen. EU-leiders kunnen ook op eigen initiatief naar Straatsburg komen. Dat deed de Hongaarse premier Viktor Orbán bijvoorbeeld in september 2018, voor een debat over een uiterst kritisch rapport over de rechtsstaat in zijn land.

    Dit jaar stond het EU-Kamerdebat in het teken van uitspraken van Rutte en Blok

    Is er veel contact tussen Europarlementariërs en nationale parlementariërs?

    Vaak hebben de EU-delegaties van Nederlandse partijen een liaison die aanschuift bij fractievergaderingen in Den Haag. Regeringspartijen houden elke donderdag bovendien ook een bewindspersonenoverleg (bpo), een vergadering met de eigen ministers. Ook daarbij schuift doorgaans iemand aan vanuit Brussel. Dat kan een Europarlementariër zijn, maar ook een medewerker.

    Een keer per jaar is er in de Tweede Kamer een debat over de Staat van de Europese Unie, de jaarlijkse Europa-nota van het kabinet. Aan dat debat tussen Europa-woordvoerders mogen Europarlementariërs ook deelnemen. Ze mogen vanaf het spreekgestoelte een bijdrage leveren, maar ze mogen niet interrumperen als anderen aan het woord zijn. Dat mogen alleen de Kamerleden.

  10. Minister-president Mark Rutte in het Europees Parlement voor een toespraak over de Nederlandse visie op de toekomst van de Europese Unie. Foto Jonas Roosens/ANP
  11. Besluitvorming in het Europees Parlement

    Hoe neemt het EP besluiten?

    Het wetgevende proces in de EU begint in principe bij de Europese Commissie. Die heeft een zogenoemd initiatiefrecht: het mag wetsvoorstellen doen. Vervolgens houdt het Europees Parlement een ‘eerste lezing’, waarin het wetsvoorstel kan worden aangepast met amendementen. Daarna buigen de EU-lidstaten zich erover. Als er na deze drie stappen nog geen akkoord is, komt een tweede lezing, en ook een derde lezing behoort tot de mogelijkheden.

    Tussendoor kan er ook nog ‘conciliatie’ plaatsvinden, waarbij vertegenwoordigers van parlement en raad tot een vergelijk komen. Uiteindelijk moeten zowel het EP als de lidstaten instemmen met een wetsvoorstel.

    Hoe werken het EP, de Europese Commissie en de lidstaten samen?

    Het maken van Europese wetten is een kwestie van lange adem, en het is door de uitbreiding van de EU met nieuwe lidstaten alleen maar ingewikkelder geworden. Om vaart terug te brengen in het proces wordt daarom steeds vaker teruggevallen op ‘trilogen’. Daarbij proberen de drie EU-instellingen – Europese Commissie, Europees Parlement en de raad van lidstaten – al heel vroeg in het proces, tijdens de eerste lezing van het wetsvoorstel, tot een vergelijk te komen.

    Zulke trilogen zijn vergaderingen die soms hele dagen en nachten achter elkaar kunnen doorgaan. Dat werkt wonderbaarlijk goed: het percentage wetten dat er in een eerste lezing al dóór komt, is in de loop der jaren gestegen van ongeveer 25 naar 75 procent. In 2016 belandde zelfs geen enkele wet in een tweede lezing. Een derde lezing voor een wet komt eigenlijk niet meer voor. Er kleeft echter ook een belangrijk bezwaar aan de triloog: de vergaderingen vinden achter gesloten deuren plaats. De triloog zorgt voor meer daadkracht maar dus ook voor minder transparantie, een uitruil waarop veel kritiek is.

    Wat is comitologie?

    Nieuwe EU-wetten zijn vaak nog vaag. Nadat ze zijn aangenomen moet er nog een ‘invuloefening’ worden gedaan, zodat de wet ook praktisch uitvoerbaar wordt. Dit wordt gedaan door de Europese Commissie, die daarbij wordt bijgestaan door deskundigen uit de lidstaten, verzameld in talrijke comités.

    Maar deze gang van zaken ligt óók onder vuur, omdat lobbyisten en andere belangengroepen te veel invloed zouden kunnen uitoefenen op deze uitwerking van wetten, zozeer zelfs dat het effect ervan verwaterd raakt. Het omgekeerde gebeurt ook: dat er bij de vertaling van een Europese richtlijn naar nationaal wetgeving veel extra en strengere regels worden ingevoegd. In jargon wordt dan gesproken van gold plating, het vergulden van de wetgeving. Ook dit wordt onwenselijk gevonden, omdat het juridische speelveld vanwege het open karakter van de interne markt idealiter zo gelijk mogelijk is.

    Niet iedereen is het altijd eens met beslissingen in de EU: een vrouw stak in januari vorig jaar, tijdens een protest in de Bulgaarse hoofdstad Sofia, de EU-vlag in brand. Juist toen was Bulgarije voor het eerst voorzitter van de Europese Raad, van januari tot juni 2018. Foto Vassil Donev/EPA

    Hoe wordt er gestemd in het EP?

    Stemmen in het 751-koppige Europees Parlement is altijd weer een massa-evenement, waarbij het opletten geblazen is. Tijdens elke plenaire sessie wordt van dinsdag tot en met donderdag om klokslag 12 in moordend tempo gestemd over alles wat er aan wetgeving, rapporten en standpunten is geproduceerd. Dit gebeurt door handopsteking. Als niet in één oogopslag duidelijk is of een voorstel het heeft gehaald, wordt er elektronisch gestemd, met behulp van stemkastjes. Als de parlementsvoorzitter daartoe niet besluit, kan erom gevraagd (of eigenlijk geroepen) worden door Europarlementariërs. Als de elektronica hapert, wordt gestemd met staan en zitten.

    In principe wordt alleen bijgehouden of er een meerderheid of minderheid is voor een bepaald voorstel, ook bij een elektronische stemronde. Van tevoren kan er wel om een roll-call vote worden gevraagd, waarbij achteraf precies zichtbaar is wie wat heeft gestemd. Dat kan bijvoorbeeld handig zijn als je graag wilt dat politieke tegenstanders over een bepaald onderwerp kleur bekennen, zodat je ze daar later op kan aanvallen. Het kan ook een manier zijn in de eigen gelederen fractiediscipline af te dwingen. Omdat niet iedereen alles kan weten, stellen de meeste fracties stemlijsten op, waarop staat hoe je geacht wordt te stemmen. Daar kan ook op staan dat voor een bepaald onderwerp juist geen fractiediscipline geldt.

    Tijdens de stemming zie je binnen fracties vaak één iemand die met zijn duim naar boven of naar beneden wijst, voor wie de draad op zijn stemlijstje kwijt is.

    Hoeveel invloed heeft nationale politiek op Europese besluitvorming?

    Behoorlijk veel. Tenminste: als nationale politici dat zelf willen. Europa wordt al snel een lastig en tijdrovend onderwerp gevonden, waarmee het moeilijker ‘scoren’ is dan met gezondheidszorg, pensioenen of veiligheid. Toch zijn er voor de Tweede Kamer volop mogelijkheden zich tegen Europese besluitvorming aan te bemoeien. Voor elk topoverleg in Brussel (met de premier of met ministers) zet het kabinet in een brief het Nederlandse standpunt uiteen. In het debat dat hierop volgt, kunnen Kamerleden dat met moties proberen te wijzigen of de betrokken minister met een specifieke opdracht naar het EU-overleg sturen.

    Timing is essentieel: hoe eerder de Kamer zich op een bepaald Europees onderwerp stort, des te meer invloed er kan worden uitgeoefend. Als de Europese Commissie formeel een wetsvoorstel lanceert, ben je eigenlijk al aan de late kant, want in de fase daarvoor zijn er al ‘actieplannen’ en ‘Groenboeken’ voorbijgekomen: beleidsdocumenten waarin de wetgeving in embryonale vorm wordt beschreven en dus beïnvloed kan worden. De Kamer kan een ‘subsidiariteitstoets’ doen: onderzoeken of het echt nodig is bepaalde zaken Europees te regelen. Eventuele bezwaren gaan naar de Europese Commissie.

    Parlementen kunnen een gele of oranje kaart trekken, als zij vinden dat er onvoldoende rekening wordt gehouden met bezwaren. Als voldoende nationale parlementen dit doen (een derde bij een gele kaart, de helft bij een oranje) kan de Commissie gedwongen worden een voorstel te heroverwegen of te laten zitten. De Kamer kan ook invloed uitoefenen op de wijze waarop Europese richtlijnen worden omgezet in nationale richtlijnen.

    Wanneer oefent een Europarlementariër macht uit?

    Je weet dat je macht hebt als Europarlementariër als je, simpel gezegd, door de Europese Commissie serieus wordt genomen als gesprekspartner en lobbyisten je deur platlopen. En misschien is dossierkennis daarbij wel belangrijker dan de omvang van je partij of fractie.

    Kan het EP zelf wetten initiëren? Gebeurt dat vaak?

    In principe niet: de Europese Commissie heeft als enige EU-instelling initiatiefrecht. Het EP kan de Commissie wel vragen een bepaald wetsvoorstel te doen, en kan zo indirect toch wetten initiëren. Dat gebeurt middels zogenoemde initiatiefrapporten, herkenbaar aan de afkorting INI. De Commissie kan overigens weigeren met een voorstel te komen. Of een initiatiefwet succesvol is, hangt in hoge mate af van de media-aandacht die een Europarlementariër ervoor weet te genereren.

  12. Leden van het Europees Parlement doen mee aan een stemming in de plenaire sessie in Straatsburg.Foto Patrick Seeger/EPA
  13. Fracties in het Europees Parlement

    Wat is de grote coalitie?

    De samenwerking tussen de traditioneel grootste coalities in het Europees Parlement van christen-democraten en sociaal-democraten. Als zij in het verleden tot een akkoord kwamen, hadden ze daarmee direct een meerderheid in het EP. Daarmee vormde de ‘grote coalitie’ een machtsblok dat zijn wil kon opleggen aan de rest van het parlement. Na deze verkiezingen wordt dat waarschijnlijk anders, omdat de grote coalitie dan niet meer over een meerderheid beschikt.

    Waarom hebben we het over fracties en niet over partijen?

    Omdat in het Europees Parlement zo veel partijen zitten dat ze alleen via fractievorming tot een werkbaar parlement kunnen komen. Het huidige EP telt acht fracties. Zij bepalen welke onderwerpen in een plenaire vergadering worden besproken, kunnen wetsvoorstellen amenderen en rapporten indienen waarover tijdens de plenaire vergadering wordt gestemd.

    Wat zijn delegaties en delegatieleiders?

    Omdat een fractie in het Europees Parlement duidt op de samenwerking tussen gelijkgestemde partijen, worden de afvaardigingen van de partijen geen fracties maar delegaties genoemd. Net zoals de partijen in de Tweede Kamer een fractievoorzitter kennen, zo kennen deze degelaties een delegatieleider. Hij of zij is vaak het boegbeeld tijdens de verkiezingscampagne en de aanvoerder van de delegatie in het EP, bijvoorbeeld tijdens overleggen met andere delegatieleiders binnen de fractie. Een goede delegatieleider slaagt erin om binnen de fractie veel rapporteurschappen en andere posities binnen te halen voor zijn eigen partijgenoten.

    Waarom zitten soms meerdere partijen uit één land in dezelfde fractie?

    Als ze tot dezelfde politieke stroming behoren, kan het zijn dat ze zich in het Europees Parlement het beste thuisvoelen in dezelfde fractie. Voor de Nederlandse partijen geldt dit momenteel voor de VVD en D66 en voor de ChristenUnie en de SGP.

    De VVD en D66 zijn beide liberale partijen die dan ook allebei terug te vinden zijn in de liberale fractie. Binnen die fractie behoort de VVD tot de rechtervleugel. Bij de ChristenUnie en de SGP gaat de samenwerking nog veel verder. Beide partijen leveren één Europarlementariër en besloten mede daarom een gezamenlijke delegatie te vormen. Daarin vinden ze elkaar op de christelijke grondslagen van beide partijen.

  14. Kosten van het Europees Parlement

    Wat is de EP-begroting en wat wordt hieruit betaald?

    De begroting over 2018 bedroeg 1,95 miljard euro. Daarvan wordt zo’n 44 procent uitgegeven aan de ongeveer 7.000 medewerkers die het parlement telt. Het gaat hierbij onder anderen om beleidsmedewerkers van de politieke fracties en tolken die de debatten en officiële stukken vertalen. Ongeveer 22 procent gaat naar de salarissen van Europarlementariërs, hun vergoedingen en salaris van hun persoonlijke medewerkers. De rest gaat naar de gebouwen van het parlement, vertegenwoordigingen in de lidstaten, IT en telecommunicatie, administratieve medewerkers en activiteiten van de politieke fracties, zoals conferenties buiten Brussel.

    Krijgen fracties EU-subsidie? Wat zijn daar de regels voor?

    Naast grotere invloed op het besluitvormingsproces is meer subsidie vaak ook een reden voor partijen in het Europees Parlement om een fractie te vormen. Daarvoor zijn minimaal 25 parlementariërs nodig die samen minstens een vierde van de lidstaten vertegenwoordigen.

    Hoeveel verdient een Europarlementariër? Verschilt dat per land?

    Per 1 juli 2016 bedroeg het bruto salaris 8.484, 05 euro per maand. Sinds 2009 geldt voor alle Europarlementariërs hetzelfde salaris. Omdat het Nederlandse kabinet heeft besloten dat Nederlandse leden van het EP niet meer mogen verdienen dan Tweede Kamerleden, wordt over het salaris van Nederlandse Europarlementariërs extra belasting geheven. In 2017 verdienden Tweede Kamerleden 7.7605,27 euro bruto per maand.

    Naast hun salaris, officieel ‘schadeloosstelling’ geheten, krijgen parlementariërs meerdere onkostenvergoedingen. In het EP is daar regelmatig ophef over. Europarlementariërs kunnen namelijk rekenen op een maandelijkse onkostenvergoeding voor ‘algemene uitgaven’ van 4.416 euro per maand. Bijvoorbeeld voor een kantoor met medewerkers in eigen land. Maar veel Europarlementariërs hebben helemaal geen kantoor in eigen land. Ze hoeven niet te specificeren hoe ze het geld uitgeven, waardoor het ook als extra salaris kan worden gebruikt.

    De Europarlementariërs stemden in meerderheid tegen voorstellen voor meer transparantie. Veel Nederlandse EP-leden specificeren hun uitgaven wel en storten overgebleven geld in de partijkas, of terug naar het Europees Parlement.

  15. Brussel achter de schermen

    Kan een politicus carrière maken via het Europees Parlement?

    Het parlement kan ook als kraamkamer voor politici fungeren waarmee partijen in eigen land in de toekomst iets willen. Voor Nederland ging het hier bijvoorbeeld om de CDA’ers Maxime Verhagen en Camile Eurlings. De eerste vrouwelijke premier van Denemarken, Helle Thorning Schmidt, leerde het vak bij de sociaal-democraten in het Europees Parlement. Hetzelfde geldt voor de conservatief-liberale Alexander Stubbdie nog even premier van Finland was. De alweer vertrokken leider van de Duitse sociaal-democraten, Martin Schulz, was jarenlang voorzitter van het Europees Parlement.

    Mag een Europarlementariër bijklussen?

    Ja, en dat gebeurt dan ook volop. Nederlandse Europarlementariërs zijn tegenwoordig terughoudend met betaalde bijbanen, maar in andere EU-landen bestaat veel minder argwaan ten opzichte van schnabbelende politici. Kampioen bijbanen de voorbije jaren was Guy Verhofstadt, de flamboyante voorzitter van de liberale fractie in het Europees Parlement, waarvan de VVD en D66 lid zijn. Nadat hij terugtrad uit de raad van commissarissen bij pensioenuitvoerder APG verdiende hij nog altijd zo’n twee ton per jaar bij met andere nevenfuncties.

    Hoeveel lobbyisten lopen er rond in het Europees Parlement en wat doen die daar?

    In april 2018 stonden bij het parlement 7.235 lobbyisten geregistreerd. Registratie is verplicht om een lobbypas te krijgen voor toegang tot de parlementsgebouwen. Lobbyisten proberen in contact te komen met iedereen die invloed kan uitoefenen op bepaalde wetteksten of rapporten. Dat kunnen Europarlementariërs zijn, maar ook medewerkers of adviseurs. Lobbyisten leveren soms kant-en-klare amendementen, aanpassingen in wetteksten. Europarlementariërs kunnen die dan inbrengen als eigen werk.

    Hoeveel Nederlandse journalisten lopen er rond in het Europese Parlement?

    Het aantal Nederlandse correspondenten in Brussel is veel lager dan het aantal journalisten dat in Den Haag de Nederlandse politiek volgt. In Brussel zijn nog geen twintig journalisten namens Nederlandse media gevestigd. De Parlementaire Persvereniging in Den Haag telt momenteel 143 leden. Voorzitter Joost Vullings schat het aantal journalisten dat voltijds op het Binnenhof aan het werk is op zo’n 100, inclusief fotografen. De beperkte aanwezigheid van Nederlandse media in Brussel is al jaren een grote frustratie van Nederlandse politici daar, die zich ondervertegenwoordigd voelen in de pers.

    De Italiaanse vice-premier Matteo Salvini in het RaiUno-programma ‘Porta a Porta’. In deze talkshow besprak hij in november de begroting van zijn coalitieregering, de in oktober was afgekeurd door de Europese Commissie. Foto Riccardo Antimiani/EPA

    Wat is PlaceLux?

    Place du Luxembourg, afgekort PlaceLux of Plux, is het pleintje voor het Europees Parlement in Brussel, met café’s en restaurants die als sardientjes naast elkaar geklemd zitten. Een populaire ontmoetingsplek, en ook de plek waar steevast op donderdagavond wordt geborreld door stagiaires, medewerkers en lobbyisten. Doorgaans wordt daarvoor de helft van het plein afgezet, en wordt het asfalt bij de terrasjes getrokken. Bij echt lekker weer wordt ook het grasperkje midden op het plein bezet.

    Wat is het verschil tussen de Mickey Mouse-bar, de Bloemetjesbar, de Zwanenbar en de Cassettenbandjesbar?

    De twee complexen van het Europees Parlement, in Straatsburg en Brussel, zijn verraderlijk eentonig. Je kunt er zo in verdwalen. Ook de her en der verspreide eet- en drinkgelegenheden zijn soms moeilijk uit elkaar te halen. Om makkelijker te kunnen afspreken hebben ze daarom in de loop der jaren bijnamen gekregen.

    De Mickey Mouse-bar zit pal naast de plenaire zaal in Brussel. Niemand weet precies waar de naam vandaam komt. De meest gangbare theorie is dat de bar ooit kleurige stoeltjes had (en nu weer heeft) met een ronde, op Mickey Mouse lijkende vorm. Over de Bloemetjesbar in Straatsburg bestaat verwarring, want er zijn twee etablissementen met een kleurige vloerbedekking. In de ene zitten de journalisten, in de andere vaak de lobbyisten. De Zwanenbar ligt pal naast het water. De Cassettebandjesbar is een bij Europarlementariërs, medewerkers en journalisten populair café in hartje Straatsburg, dat tot diep in de nacht open is en een met cassettebandjes bedekte bar heeft. Overigens heet het gewoon Le Phonograph.

    Lees ook: Wat als de euro verdwijnt?

    Waar komt de uitspraak ‘stuur je opa naar Europa’ vandaan?

    Deze dateert al uit de begintijd van het rechtstreeks gekozen parlement. „Hast du einen Opa, schickt ihn nach Europa”, werd in Duitsland gezegd. Nogal wat gewezen bekende nationale politici belandden in de herfst van hun carrière in het Europees Parlement. Soms waren het mensen voor wie hun partij ‘thuis’ geen plek meer had en waarvoor Europa dan een ‘nette’ uitweg was. Het is een negatieve uitleg.

    Maar het Europees Parlement kent ook leden die door hun verleden in eigen land het parlement statuur geven. Dan gaat het bijvoorbeeld om ex-premiers. Voor politici uit landen met een sterk gepolariseerde politieke cultuur, zoals Polen, is het EP ook een wachtkamer, om de vaak totale ‘verbanning’ uit het publieke leven in eigen land te overleven, ook in financiële zin.

    Hoeveel talen spreekt een Europarlementariër?

    Als Europarlementariër hoef je in principe maar één taal te spreken: je eigen, zolang het maar één van de 24 officiële EU-talen is. Catalaans en Fries zijn dat bijvoorbeeld niet. Het helpt als je een van de twee ‘werktalen’ kent: Engels en Frans. Veel documenten worden in eerste instantie alleen daarin vertaald. Kennis van deze talen is niet verplicht. Elke EU-burger moet zonder enige extra talenkennis Europarlementariër kunnen worden en als Europees politicus kunnen functioneren. Het parlement beschikt over 275 tolken in vaste dienst.