Spotify: van muziek- naar audiodienst

Deze rubriek belicht iedere maandag beursfondsen die in de belangstelling staan. Deze keer: Spotify.

Foto Patrick Semanskie/AP

Op de derde van april vorig jaar richtte de aandacht van de internationale beleggerswereld zich nog meer dan gebruikelijk op de New York Stock Exchange. Tussen de duizelingwekkende plussen en minnen, percentages en lettercombinaties, grafieken en geldbedragen op de schermen aldaar verscheen die dinsdag een nieuweling: SPOT. De Zweedse muziekdienst Spotify maakte zijn beursdebuut.

Nu is het onder normale omstandigheden al spannend als een miljardenbedrijf zijn opwachting maakt op de aandelenmarkt. Spannender nog is als dit bedrijf het op zo’n onconventionele manier doet. Spotify maakte gebruik van een directe notering. Het sloeg de standaard voorbereiding over waarin zakenbanken een organisatie doorlichten en peilen wat potentiële investeerders voor het aandeel willen betalen. Ook gaf het geen nieuwe aandelen uit, de muziekdienst had immers geld genoeg.

Oftewel, niemand had die dinsdagochtend in april ook maar een flauw idee wat de prijs van een stukje Spotify zou kosten. Omdat er geen banken bij de beursgang betrokken waren die een eventuele daling konden keren met het extra inkopen van aandelen, lag stevige volatiliteit op de loer.

Die bleef uit. Het duurde even voordat de openingsprijs bepaald kon worden, maar uiteindelijk verscheen tegen het middaguur 165,90 dollar op de Wall Street-schermen. Daarna bleef dat redelijk stabiel hangen rond de 140 dollar per aandeel. Die gevreesde volatiliteit van een directe notering is ook de rest van het jaar uitgebleven. Spotify’s koersverloop sinds zijn debuut is eigenlijk opvallend normaal, grofweg synchroon met de bredere S&P 500 en soortgelijke aandelen als Netflix.

Geen navolging

Wat ook niet kwam: navolging van zo’n directe notering. Zakenbanken waren bang voor een trend. Zij verdienen miljoenen aan de voorbereiding van een beursgang. Door het toch al onrustige 2018 op de beurzen was zo een notering, die riskanter is, minder in trek. Wel werd onlangs bekend dat Airbnb en Slack een direct listing overwegen.

Dan de prijs van Spotify. Schommelend rond de 135 dollar, flink onder de debuutkoers. Staar je daar niet blind op, zegt Tim Poulus, financieel analist bij onderzoeksbureau Telecompaper. Want met Spotify gaat het best goed. „Ze houden stand tegenover concurrent Apple Music, de ontwikkeling van het aantal abonnees verloopt zoals verwachting, en de brutowinstmarge steeg het laatste kwartaal met twee procentpunt naar 26,7.”

Nog meer feestcijfers: in het vierde kwartaal was er de eerste operationele winst ooit, 94 miljoen dollar (83,6 miljoen euro). Dat komt mede door de groei van het aantal gebruikers naar 96 miljoen betalende, tegenover de 56 miljoen van Apple Music.

Toch zijn er flinke bedreigingen. De grootste: Sony, Universal en Warner, de platenmaatschappijen die de rechten bezitten van twee op de drie Spotify-liedjes. De muziekdienst is onlangs met nieuwe onderhandelingen begonnen over het percentage van zijn inkomsten dat het aan de labels afdraagt. De uitkomst hiervan heeft directe invloed op Spotify’s winstgevendheid.

Ook de platenmaatschappijen hebben veel te verliezen. Na dramatische jaren zorgen de inkomsten uit streaming nu weer voor winst.

Door de afhankelijkheid van de labels zoekt Spotify het nu elders, zegt Poulus. Noem het een evolutie van muziek- naar een audiodienst. „Ze hebben onlangs een platform opgericht waar artiesten zelf nummers kunnen uploaden. Ook namen ze in de laatste maanden drie podcastbedrijven over.” Van alle inkomsten moet in de toekomst 20 procent uit niet-muzikale content komen.