Recensie

Recensie Muziek

Laura van der Heijden trefzeker in vertolking van Dvořáks ‘Celloconcert’

    • Joep Stapel

Recensie De jonge Brits-Nederlandse celliste Laura van der Heijden is op tournee met het Orkest van het Oosten. Haar vertolking van Dvořáks ‘Celloconcert’ overtuigde niet helemaal, maar kende sterke momenten.

Laura van der Heijden
Laura van der Heijden Foto Sam Trench

Het Orkest van het Oosten is op tournee met twee jonge Britse talenten, waarvan er één een Nederlands tintje heeft. Celliste Laura van der Heijden (1997) heeft een Nederlandse vader. Ze sleepte in Engeland al een boel prijzen in de wacht en met haar debuut-cd won ze vorig jaar een Edison Klassiek. Ze soleerde eerder al in Dvořáks Celloconcert bij het gerenommeerde Hallé Orkest uit Manchester.

Van der Heijdens talent is zonneklaar. Het was mooi om te zien hoe ze het lange orkestintro uitzat: niet ongenaakbaar, maar betrokken, gespannen, alsof ze moed verzamelde voor een gevaarlijke sprong. Die sprong nam ze met verve: het openingsthema voorzag ze met een diepe, ronkende klank van zeggingskracht. Haar toon ziedde en fluisterde, ze was trefzeker in de lastige dubbelgrepen van de cadens.

Lees ook dit recente interview met Laura van der Heijden

Toch overtuigde Van der Heijdens interpretatie niet helemaal. Er waren een paar smetjes, waarna ze voorzichter leek te gaan spelen, en daarmee lekte er urgentie uit haar spel. Hoewel de wisselwerking met het orkest goed was, bleef een aantal orkestsoli onder de maat, de uitstekende concertmeester Carla Leurs uitgezonderd. Toch kende ook het slotdeel sterke momenten, zoals Van der Heijdens verbeten gespeelde dansthema, dat heerlijk gespierd werd overgenomen door het orkest.

De energieke dirigent Alpesh Chauhan was al eens te gast bij het Orkest van het Oosten, maar aanvankelijk wist hij zijn musici niet tot grote hoogte te stuwen. De racemuziek van Smetena’s Ouverture ‘De verkochte bruid’ kende geforceerd uitgelichte inzetten en bood vooral haast in plaats van drive. Ook in het openingsdeel van Sjostakovitsj’ Eerste symfonie wist Chauhan nog geen werkelijke vonk te doen overslaan.

Maar daarna kreeg de avond opnieuw momentum. Chauhan gaf de grillige eigenaardigheden van de negentienjarige Sjostakovitsj scherp reliëf – solopianoklappen, schurende harmonieën, paukensolo. Plotseling werd er gedurfder, harder, zachter, rauwer en hoekiger gemusiceerd en hoorde je een prima orkest met lef.