In spectaculair onderzoek naar hun uitsterven worden dino’s zelf niet genoemd

Meteorietinslag Bewijs dat dé meteorietinslag leidde tot het uitsterven van dinosauriërs was wereldnieuws. Maar de dino’s zelf komen in het wetenschappelijke artikel daarover niet voor.

De meteorietinslag veroorzaakte aardbevingsgolven, wat weer leidde tot een plaatselijke tsunami, 3.000 kilometer verderop, vermoeden de auteurs.
De meteorietinslag veroorzaakte aardbevingsgolven, wat weer leidde tot een plaatselijke tsunami, 3.000 kilometer verderop, vermoeden de auteurs. Beeld PNAS

Vissen op het droge, hun kieuwen vol met glasgruis. Een klodder barnsteen op een versteende boom, met daarin óók een druppel zwart glas. Het zijn de stille getuigen van de meteoriet die bijna 66 miljoen jaar geleden insloeg op het Mexicaanse schiereiland Yucatán, en hun ontdekking is wereldnieuws.

De vondst is spectaculair bewijs voor de theorie dat die meteorietinslag leidde tot het uitsterven van de dinosauriërs, zeggen de Amerikaanse paleontoloog Robert DePalma en zijn deels Nederlandse team. De eerste resultaten presenteren ze later deze week in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS. Het is voor het eerst dat er aardlagen zijn blootgelegd van de dag van de meteorietinslag.

Voor het idee dat de aarde aan het einde van het Krijt getroffen werd door een reusachtige meteoriet werd voor het in eerst in de jaren zeventig een aanwijzing geleverd door de Nederlandse geoloog Jan Smit, samen met de Amerikanen Luis en Walter Alvarez. Die Chicxulub-inslag zou tot het uitsterven van de dinosauriërs hebben geleid. Aanleiding daartoe was een dun kleiig laagje dat over de hele wereld in de aarde voorkomt en rijk is aan iridium, een metaal dat veel voorkomt in meteorieten, en dat de scheidslijn lijkt de vormen tussen het dinosaurustijdperk en de periode daarna.

Lees ook: Een dandy tussen de dino’s in Transsylvanië

Tsunami

In 2014 ontdekte DePalma de opgravingslocatie in Hell Creek, North Dakota, een geologische formatie die bekendstaat om de vele dinosaurusfossielen. Wat opviel waren de vele goed bewaarde vissenfossielen: steuren en lepelsteuren, met de schubben vaak nog goed zichtbaar en de staarten vrijwel allemaal in dezelfde richting.

Steuren zijn zoetwatervissen, maar in de formatie komen tegelijkertijd ook fossielen van ammonieten voor, uitgestorven inktvisachtigen die destijds de zeeën bevolkten. Die aanwezigheid van zoet- en zoutwaterorganismen in dezelfde aardlagen wijzen erop dat de zee een flink eind binnendrong in de rivier waarin de vissen zwommen. Dat kwam door een plaatselijke tsunami, vermoeden de auteurs, veroorzaakt door aardbevingsgolven afkomstig van de meteorietinslag, meer dan 3.000 kilometer verderop.

Die tsunami en de daaraan voorafgaande seiches (sterke wisselingen in de waterstand) vonden vermoedelijk tussen de dertien minuten en twee uur na de inslag plaats. Dat concluderen de onderzoekers op basis van de berekende snelheid van de schokgolven en de ‘microtektieten’, de zwarte glasdruppeltjes in de vissenkieuwen en de barnsteen die in grote aantallen neerregende na de meteorietinslag.

Geen dino’s

Het nieuws over de vondst lekte uit in een artikel van tijdschrift The New Yorker, nog voordat de wetenschappelijke publicatie verscheen. Daarin werd ook gesproken van vondsten van fossiele dino’s. Opvallend genoeg worden de dino’s tussen al die details in de PNAS-publicatie niet genoemd. Paleontoloog Steve Brusatte, werkzaam bij de universiteit van Edinburgh en niet bij het onderzoek betrokken, houdt om die reden een slag om de arm: „Buitengewone claims vragen om buitengewoon bewijs. In interviews met onder meer The New Yorker gaat het over een dinokerkhof en praten de onderzoekers over een dino-ei met embryo, maar in het paper wordt in de supplementaire data alleen één dinosaurusbotfragment vermeld, dat via de rivier naar de plek van de catastrofe was vervoerd. Dus ik snap niet waar dat kerkhofidee vandaan komt. Het is een indrukwekkend verhaal, en ik wil het graag geloven. Maar omdat de dinosauriërs niet in het artikel voorkomen, is er voor mij geen bewijs.”

„Die dino’s zullen ongetwijfeld nog aan bod komen in latere publicaties”, reageert Anne Schulp, hoogleraar paleontologie bij de Universiteit Utrecht en onderzoeker bij Naturalis. Hij was evenmin bij de publicatie betrokken, maar was ten tijde van DePalma’s ontdekking zelf bezig met een triceratops-opgraving, iets verderop, in Wyoming. „Dan kom je weleens bij elkaar op de barbecue en hoor je al het een en ander over de vondsten. Maar deze eerste publicatie moet je zien als het groundwork, als de geologische setting die laat zien hoe de uren na de inslag verliepen. Alsof het op film is vastgelegd, minuut na minuut: de rivier die eerst droogvalt, de regen van hete glasbolletjes die met 300 kilometer per uur naar beneden komen zetten, de vloedgolf... En dan die zeedieren die tussen de zoetwaterdieren spoelen, absurd. Ja, ik ben hier echt enthousiast over. Heel bijzonder dat een aantal lines of evidence hier zo mooi bij elkaar komen.”

Lees ook: Dino’s stierven in vuur, roet en droogte

Smit, die deel uitmaakte van het onderzoeksteam van DePalma, aan de telefoon: „Dit zijn pas de allereerste vondsten, er is nog veel meer. De komende jaren blijven we doorgraven. In het huidige materiaal hebben we in ieder geval al diverse dinosaurusveren ontdekt, en een nooit uitgekomen ei van een pterosaurus. Ook zien we pootafdrukken van een plantenetende hadrosaurus en van een vleesetende dinosaurus, een theropode begraven door de vloedgolfsedimenten.”

Dat van het dinokerkhof in The New Yorker is inderdaad overdreven, zegt Smit, maar de fossielenrijkdom is volgen hem enorm. „We hebben zelfs fossiele mierennesten gevonden, bedekt door de tsunami-afzettingen. De mieren konden niet meer ontsnappen.”

Smit was direct enthousiast toen DePalma hem een paar jaar geleden benaderde. „Zijn mail was in mijn spambox terecht gekomen. Maar wat ik zag op zijn foto’s was fantastisch. Die zoet- en zoutwaterdieren naast elkaar, enorm grofkorrelig sediment, steile stroomribbels die in richting omkeerden – alles duidde op een tsunami. Uiteraard ben ik erheen gegaan om het in het echt te bekijken. Toen DePalma voor mijn neus microtektieten uit de fossiele vissenkieuwen peuterde, wist ik direct: dit is uniek.”