Een huiskamerrechtbank voor IS’ers

Berechting IS-verdachten Een kleine antiterrorismerechtbank in Noord-Syrië ziet duizenden opgepakte IS’ers op zich af komen en hoopt op de komst van een internationaal tribunaal.

Dat hier de komende tijd duizenden en mogelijk tienduizenden IS’ers berecht zouden moeten worden, lijkt een weinig realistische gedachte.
Dat hier de komende tijd duizenden en mogelijk tienduizenden IS’ers berecht zouden moeten worden, lijkt een weinig realistische gedachte. Foto AP

Van buiten ziet de antiterrorismerechtbank van Noord-Syrië er serieus uit. Het gele gebouw staat vlak bij de Turks-Syrische grens, midden in een weiland, omringd door een hoge muur met prikkeldraad. Een bewaker doet de ijzeren poort open. Binnen blijkt de rechtszaal een kamertje met twee oranje sofa’s, een kacheltje, een stoel en een bureau. Dat hier de komende tijd duizenden en mogelijk tienduizenden IS’ers berecht zouden moeten worden, lijkt een weinig realistische gedachte.

Achter een houten bureau vol paperassen zit Vian Ala, een vrouwelijke rechter met vrolijke ogen en lang, geblondeerd haar. Terwijl in Europa de discussie voortwoedt over het al dan niet terugnemen van burgers die zich bij de terreurbeweging Islamitische Staat (IS) hebben aangesloten, zien Ala en haar collega’s grote aantallen verdachten op zich afkomen.

Na de slag om het laatste grondgebied van IS, in de Syrische provincie Deir ez-Zur, zitten duizenden IS-verdachten vast in gevangenissen in Noord-Syrië, onder wie zo’n duizend Europeanen. De Koerden die dit deel van Syrië de facto besturen, hebben Europese staten meermalen gevraagd hun burgers terug te nemen om ze in hun eigen land te berechten.

Deze week voegde het regionale zelfbestuur daar een oproep aan toe: er moet een internationaal tribunaal komen om de duizenden IS-verdachten te berechten. De Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), de door de Verenigde Staten gesteunde milities die jarenlang tegen de terreurgroep streden, hadden hier al eerder toe opgeroepen.

De afgelopen jaren kwamen er honderden IS’ers terecht in deze antiterrorismerechtbank in Qamishli en in een soortgelijke, maar kleinere rechtbank in Kobani. Rechter Ala legt uit dat ze hier met twee collega’s de grootste terroristen van Noord-Syrië veroordeelt. „De radicaalste IS-types weten niet waar ze moeten kijken als ze erachter komen dat de rechter een vrouw is”, zegt ze geamuseerd. „Dan blijven ze met gebogen hoofd naar de grond staren, want ze mogen een vrouw niet aankijken.”

Hoewel deze regio van Syrië relatief stabiel is, gaan de rechters niet zonder beveiliging over straat. „We nemen onze maatregelen”, zegt Ala. „Ik heb IS’ers wel tegen elkaar horen zeggen: ‘We zijn veroordeeld door die blonde.’”

Lees ook: Laatste IS-bolwerk Baghouz gevallen

Religieuze politie

Sinds begin dit jaar hebben Ala en haar collega’s 250 à 300 uitspraken gedaan tegen mensen die verdacht werden van terroristische misdrijven. Er zijn zo’n tien zittingen op een dag, van een kwartier tot een uur. Meestal gaat het om mannen die hebben deelgenomen aan de gewapende strijd. De paar vrouwen die zijn veroordeeld waren lid van de Hisba, de religieuze politie van IS. Het kantoor van de officier van justitie ontvangt de dossiers van verdachten via militairen in het veld, uit de gevangenissen en de kampen. Als dat niet voldoende informatie oplevert, roepen ze getuigen op, zegt medewerker Hassan Sliman. Hij heeft nog stapels dossiers uit oktober en november vorig jaar op zijn bureau liggen.

Nu komen daar ineens potentieel zo’n 30.000 verdachten bij. Rechter Ala zou het liefst alle terrorismeverdachten zelf berechten, ze hebben hun misdaden tenslotte grotendeels op Syrisch grondgebied gepleegd. „Het zou me een eer zijn om Abu Bakr al-Baghdadi [de waarschijnlijk in een eerder stadium gevluchte IS-leider, red.] te veroordelen”, zegt ze. Maar ze weet dat deze huiskamerrechtbank overspoeld zal worden als de strijders uit het recent veroverde IS-kamp bij het dorpje Baghouz deze kant uit komt. De gevangenissen puilen uit. In allerijl worden er gebouwen omgevormd tot beveiligde gevangenissen. Ook in opvangkampen voor ontheemden, zoals Al-Hol en Al-Roj, zitten mensen die mogelijk betrokken zijn bij misdaden van IS.

Al zouden de rechters het willen, Europese IS-verdachten kán deze rechtbank niet eens veroordelen; het mandaat strekt niet verder dan het berechten van Iraakse en Syrische verdachten. Over de berechting van IS-verdachten van andere nationaliteiten wordt onderhandeld. De meeste Europese landen staan niet te springen om hun afgedwaalde burgers terug te nemen, zoals Rusland, Indonesië en Libanon bijvoorbeeld wel hebben gedaan. Nederland pakte, net als onder meer het Verenigd Koninkrijk, zelfs de nationaliteit van een aantal IS-verdachten af. Wel zijn sommige (ex-)Nederlandse IS’ers de afgelopen jaren al bij verstek veroordeeld.

Mannen met blinddoek

Een nog fundamenteler probleem is dat het merendeels Koerdische zelfbestuur van Noord-Syrië internationaal niet erkend wordt. Uitspraken van deze regionale antiterrorismerechtbank zijn daardoor van zeer beperkte waarde. Turkije beschouwt het zelfbestuur als een terroristische organisatie. Ook het regime van president Bashar al-Assad in Damascus stemt vooralsnog niet in met de federale plannen van de Koerden. Wat een Koerdische rechter in Noord-Syrië nu zou beslissen, kan dus van tafel worden geblazen zodra de politieke situatie verandert.

Mochten de Koerden ooit toch tot een overeenkomst komen met Damascus, dan zit Europa met een volgend moreel dilemma: wat als Europese verdachten worden overgedragen aan een regime dat bekendstaat om zijn martelingen en oneerlijke rechtsgang?

Met welk rechtssysteem IS’ers te maken krijgen, hangt af van het gebied waar ze zijn opgepakt. Waar Assads troepen en hun bondgenoten terrein terugveroverden op IS, komen verdachten in de beruchte gevangenissen van het regime terecht. De antiterrorismerechtbank van het regime in Damascus legt, in tegenstelling tot de rechters in Noord-Syrië, de doodstraf op. Ook in Irak lopen IS-verdachten grote kans om ter dood te worden veroordeeld. Veel Iraakse strijders smeken om te worden berecht in Noord-Syrië, waar de doodstraf is afgeschaft.

Toch gebeuren ook hier nog wel dingen waarvan de vraag is of ze de mensenrechtentoets van Europese staten en internationale verdragen zouden doorstaan. In de hal van de rechtbank zit een geblinddoekte man in een hoek, zijn gezicht naar een knipperend apparaat aan de muur gekeerd. Boven aan de trap zijn nog net twee andere mannen met blinddoek in een donkere kamer te onderscheiden, voordat een bewaker in groen uniform snel de deur dichtgooit.

Volgens de bestaande wet, daterend uit 2014, staan terrorismeverdachten in hun eentje voor een drietal rechters en een officier van justitie. Binnenkort komt er een nieuwe wet uit. Een van de geplande aanpassingen is dat verdachten voortaan recht hebben op een advocaat.

Internationaal tribunaal

Als al die IS-strijders niet in Noord-Syrië berecht kunnen worden, waar moeten ze dan heen? „Westerse staten moeten hun burgers terugnemen en hier een internationaal tribunaal oprichten”, zeggen de medewerkers van de antiterrorismerechtbank. Dat is ook het standpunt van het Koerdische zelfbestuur.

Zo’n tribunaal heeft voordelen, denkt ook Thijs Bouwknegt, expert in transitional justice (overgangsrechtspraak na een conflict). „Een tribunaal ter plaatse zou het best zijn voor de zichtbaarheid van gerechtigheid in het land zelf of in de regio.” Maar een internationaal tribunaal oprichten kost vaak jaren, terwijl de lokale gevangenissen nu al overbelast zijn. Voor een VN-tribunaal, zoals in Joegoslavië en Rwanda, is er bovendien een stemming nodig in de VN-Veiligheidsraad. „Het is maar de vraag of de grootmachten een effectief en onafhankelijk tribunaal in de regio willen hebben”, schrijft Bouwknegt in antwoord op vragen.

Er zijn al enkele internationale mechanismen aan het werk om een eventuele berechting van IS-leden voor te bereiden. In Irak richt UNITAD, een speciaal VN-team dat de misdaden van IS moet onderzoeken, zich vooral op het bewijzen van genocide op de Jezidi’s, een minderheidsgroep die in 2014 door IS werd ontvoerd, verdreven en uitgemoord. UNITAD maakte eerder deze maand bekend dat het eerste massagraf met Jezidi’s was geopend voor onderzoek. In Syrië verzamelt VN-organisatie IIIM met behulp van lokale organisaties en individuen bewijsmateriaal van in Syrië gepleegde misdaden tegen de menselijkheid. Hierbij gaat het niet specifiek om IS, maar ook om oorlogsmisdaden door bijvoorbeeld het Syrische regime of andere strijdende partijen in het conflict.

De optie die volgens Bouwknegt „misschien nog wel het meest realistisch” is, is de oprichting van een gemengd tribunaal, waarbij lokale en buitenlandse juristen samenwerken. Bouwknegt wijst erop dat dergelijke tribunalen vaak wel gevoelig zijn voor politieke inmenging. Hij ziet zo’n tribunaal overigens eerder in Irak staan dan in Syrië.

Wat de uiteindelijke oplossing ook wordt, voor rechter Vian Ala is één ding duidelijk: „We hebben sowieso een vorm van internationale steun nodig. Deze aantallen zijn te groot voor ons alleen.” Een blik op het knusse rechtszaaltje van hoogstens twintig vierkante meter is genoeg om haar woorden te geloven.