Crosser Mathieu van der Poel kleurt de koers op de weg

Gent-Wevelgem Geen winst voor ‘veldrijder’ Mathieu van der Poel. Maar zijn vierde plaats in Gent-Wevelgem belooft veel voor de Ronde van Vlaanderen, komende zondag.

Het peloton onderweg in Gent-Wevelgem, over 251,5 kilomter.
Het peloton onderweg in Gent-Wevelgem, over 251,5 kilomter. Foto DIRK WAEM/AFP)

Crosslegende Sven Nys kon na afloop van een spectaculaire Gent-Wevelgem maar één conclusie trekken. Rechts van de Belg zat Nederlands kampioen Mathieu van der Poel, links zijn landgenoot Wout van Aert. Goed, de twee wereldtoppers in het veldrijden hadden de zege in de Vlaamse voorjaarsklassieker moeten laten aan de Noor Alexander Kristoff. Maar Van der Poel en Van Aert kleurden wel nadrukkelijk de koers. „Die gasten zijn gewoon fenomenen”, sprak analyticus Nys voor tv-zender Sporza. „Zet die op een fiets en ze doen mee om de overwinning.”

Vierde werd Van der Poel (24) bij zijn debuut op het hoogste WorldTour-niveau. En dat na een eindsprint waarin hij tot twee keer toe werd gehinderd door de Belg Oliver Naesen. Leeftijdgenoot Van Aert, indrukwekkend in zijn tweede ‘klassiekervoorjaar’, sprintte niet mee maar was de sterkste man in de wedstrijd. Het wielergekke Vlaanderen krijgt waar het naar smacht: de twee supertalenten doen na hun winterse strijd in het veld ook in de voorjaarsklassiekers op de weg meteen met de besten mee. En behoren meteen tot de favorieten voor de Ronde van Vlaanderen, komende zondag het hoogtepunt van de Vlaamse wielerweek.

Lees ook: Kristoff wint Gent-Wevelgem in massasprint

„Gewoon meerijden is geen optie”, keek Van der Poel in het blad Procycling al begin maart zelfbewust vooruit naar zijn eerste voorjaar op de weg. Vader Adrie – voormalig winnaar van onder meer de Ronde van Vlaanderen (1986), Luik-Bastenaken-Luik (1987) en Amstel Goldrace (1990) en toch niet bekend om grootspraak – deed er nog een schepje bovenop. „Mathieu moet niet naar die wedstrijden gaan om te leren. Hij moet daar naartoe gaan om een dikke uitslag te rijden, als dat kan.”

Geen spoor van onzekerheid

Bij de start van de 81ste editie van Gent-Wevelgem op de volgepakte Markt in Deinze is er zondagochtend geen spoor van onzekerheid op het gezicht van de debutant. Natuurlijk, Van der Poel reed nooit eerder een wedstrijd over een afstand van 251 kilometer met zo’n sterk deelnemersveld. „Tasten in het onbekende”, noemt hij dat voor de camera van de Vlaamse televisie. Maar nerveus? „Ik ben nooit echt nerveus.” Hij is geen type dat eerst voorzichtig een teentje in een heet bad doopt om te voelen, maar er direct vol in springt.

Roem snelt het multitalent vooruit, overal waar hij aan de start verschijnt. Mountainbike, cross- of wegfiets, het maakt Van der Poel niet uit. Liefst 34 veldritten won hij afgelopen winter, waaronder de wereldtitel. Direct door naar de Ronde van Turkije op de weg: winst in de eerste rit. Hard gevallen in de eindsprint van Nokere Koerse? Vier dagen later wint hij met zijn beurse lijf ‘gewoon’ de GP Denain, na een indrukwekkende solo over de kasseien. En het hele peloton heeft zijn machtige eindsprint bij het NK van vorig jaar op de harde schijf. Van de ‘klasse Sagan’, heet hij sindsdien.

Mathieu van der Poel, in het rood-wit-blauw, voor de start van de 81ste editie van Gent-Wevelgem. Foto BAS CZERWINSKI/ANP

Direct naar de top als eendagsrenner, zoals vorig jaar Van Aert? Bij zijn debuut maakte de drievoudig wereldkampioen veldrijden toen veel indruk. Dit jaar loopt de lijn steil omhoog. In dienst van het Nederlandse Jumbo-Visma blonk Van Aert uit in Milaan-Sanremo (zesde) en E3, waarin hij alleen de Tsjech Zdenek Stybar moest laten voorgaan. Ook al een voormalig wereldkampioen veldrijden. Toeval, crossers vooraan op de weg? „De intensiteit van de cross gaat helpen om nog die flits te hebben aan het einde van een koers”, doceert tweevoudig wereldkampioen Nys.

In Flanders Fields – het parcours van Gent-Wevelgem gaat door een gruwelijk decor van de Eerste Wereldoorlog – slaagt Van der Poel voor alle deelexamens van de toprenner in klassiekers. In de wind op de open vlakte van De Moeren, in de westhoek van Vlaanderen, is hij attent als laatste mee met een kopgroep van twintig, die in het tweede uur van de koers 54 kilometer aflegt. „Ik keek op mijn wattagemeter en schrok er zelf van.”

In de heuvelzone trekt ‘MvdP’ imponerend het gas open op de Baneberg en kan alleen Van Aert zijn wiel houden. Vlak voor de onverharde Plugstreets wringt hij zich in een bocht naar rechts brutaal tussen de voorsten. Kwaliteiten die volgende week in Vlaanderen van pas komen. Maar bij de tweede passage van de beruchte Kemmelberg zijn Van Aert en Stybar te sterk. „Op de Kemmel kon ik niet mee met Wout en Zdenek.”

Op eigen kracht

Als het in de finale vlak voor Ieper vooraan toch weer samenkomt, heeft Van der Poel nog een nadeel ten opzichte van veel concurrenten. Stybar maakt deel uit van het machtige collectief van Deceuninck-Quickstep van manager Patrick Lefevere. Van Aert heeft in de grote groep nog steun van vier ploeggenoten, van wie Danny van Poppel naar de vijfde plaats sprint. Van der Poel moet het bij het bescheiden Corendon-Circus doen met Gianni Vermeersch en moet zich op eigen kracht zien te plaatsen voor de eindsprint. „Ik moest van te ver komen”, analyseert hij na afloop.

Is Van Aert volgende week net iets meer dan hij favoriet voor Vlaanderens Mooiste? „Daar ben ik het wel mee eens”, antwoordt ‘Matje’ spontaan lachend voor de Belgische tv. „Maar misschien heeft deze koers mij goed gedaan. En we hebben nog een week, dus wie weet.”