Sommige verkrachters zijn niet te behandelen

Strafmaat Recidivisten Verkrachters met hun hoofd vol agressieve fantasieën recidiveren vaak. Wat moet de samenleving met hen doen?

In de kliniek in Den Dolder bereidde Michael P. zich voor op een terugkeer in de maatschappij.
In de kliniek in Den Dolder bereidde Michael P. zich voor op een terugkeer in de maatschappij. Robin van Lonkhuijsen / ANP

Acht op de tien verkrachters (86 procent) plegen na hun veroordeling opnieuw een misdrijf. Dat kan van alles zijn: diefstal, mishandeling, rijden onder invloed, een overval. Eén op de vier verkrachters (24 procent) gaat na zijn veroordeling opnieuw verkrachten. Michael P. bijvoorbeeld, de man die in september 2017 Anne Faber van haar fiets trok, verkrachtte, martelde en doodde, en haar lichaam twee weken lang verborg. Zeven jaar eerder had hij ook al twee jonge meisjes uit Nijkerk verkracht, met veel sadistisch geweld.

Lees ook: moord op Anne Faber gevolg van falend systeem.

De recidivecijfers komen uit onderzoek van Arjan Blokland, een oud-politieagent die nu bijzonder hoogleraar criminologie is aan de Universiteit Leiden en onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving. Hij deed onderzoek naar de criminele loopbanen van 500 Nederlandse mannen die eind jaren zeventig werden veroordeeld voor een zedendelict. Hij zegt: „De meeste verkrachters moorden niet. En de meeste verkrachters recidiveren niet.”

De mannen die dat wél doen, verkrachten én moorden, dat zijn de uitzonderingen, de extremen. Maar wel extremen, zegt hij, die ons beeld van verkrachters bepalen: engerds die uit de donkere bosjes tevoorschijn springen en zich op hun prooi storten. Dat vindt hij dus niet terecht. „Veel verkrachters zijn bekenden van hun slachtoffers, ze maken misbruik van de gelegenheid.”

Opportunistische verkrachters

De vraag is wat een samenleving aan moet met die extreme gevallen. Voorgoed opsluiten? Of na behandeling toch weer loslaten? Arjan Blokland: „Sommige delinquenten zijn zo beschadigd dat behandelaars maar weinig met ze kunnen. Die moet je buiten de maatschappij houden.”

Hjalmar van Marle, hoogleraar forensische psychiatrie in Rotterdam en voorheen geneesheer-directeur van het Pieter Baan Centrum in Utrecht, maakt ook onderscheid tussen wat hij de ‘opportunistische verkrachters’ noemt en verkrachters als Michael P., de predators, roofdieren die loeren op een prooi. „De opportunisten”, zegt hij, „zijn de antisociale jongens met stereotype ideeën over meisjes die zich na een popconcert in de duinen vergrijpen aan het meisje waar ze op dat moment mee zijn. Die moet je hard straffen en dan weten ze vaak wel dat ze dat voortaan beter uit hun hoofd kunnen laten. Maar die andere groep, dat zijn de mannen met hun hoofd vol gewelddadige seksuele fantasieën over vrouwen die ze graag ten uitvoer brengen en daarvoor heel planmatig te werk gaan. Ze maken ensceneringen en vrouwen moeten daarin van alles doen, vaak langdurig. Die mannen zijn veel gevaarlijker, ook omdat ze hun gedachten verborgen houden. Ze doen alles alleen en praten er met niemand over.”

Zijn ze te behandelen? „Moeilijk”, zegt hij. Moeilijk of niet? „Een aantal mannen”, zegt hij, „is niet te behandelen. Die blijven gevaarlijk, wat je ook doet en hoe goed ze zich ook lijken te gedragen. Die moet je levenslang op de longstay houden.” Het zijn de uitzonderingen, zegt hij. In Nederland verblijven op dit moment ongeveer 230 mannen langer dan vijftien jaar zonder vrijheden in een tbs-kliniek en circa 80 in de longstay, meest seksuele delinquenten.

37 messteken

Michael P. had „natuurlijk” ook in een tbs-kliniek moeten zitten, zegt Hjalmar van Marle. Hij vindt het onbegrijpelijk dat deze man na de verkrachting van de twee meisjes in 2010 geen tbs kreeg opgelegd. „Hij weigerde zich te laten onderzoeken, ja, maar rechters kunnen tbs opleggen als ze zien dat een verdachte zeer gestoord is en recidivegevaarlijk. Voor een psychiater is het lastiger, ik kan over iemand die iemand met 37 messteken om het leven heeft gebracht niet zonder psychiatrisch onderzoek zeggen: die is gestoord. Maar een rechter mag dat wel.”

En rechters doen het sinds de moord op Anne Faber vaker. Vorig jaar werd 237 keer tbs opgelegd, het jaar daarvoor 205 keer en enkele jaren daarvoor 146 keer. Job Knoester, voorzitter van de vereniging voor tbs-advocaten, denkt dat het komt door de woede in de samenleving over het feit dat Michael P. geen tbs kreeg en daar zelf invloed op had door niet mee te werken aan een onderzoek.

Lees ook: hoe Michael P. zich kon voordoen als ‘modelpatiënt’

Jan-Jesse Lieftink, tbs-advocaat en bestuurslid van dezelfde vereniging, vindt ook dat Michael P. „gewoon” tbs had moeten krijgen. Dat zegt hij na het lezen van de onderzoeksrapporten die deze week over de zaak verschenen. Maar je hebt ook mannen, zegt hij, die een verslaving hebben of een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Of die in hun relatie gruwelijk in de fout zijn gegaan. „Je kunt niet van elke verkrachter zeggen: meteen tbs.”

Lieftink en Knoester begrijpen wel dat mensen boos worden op advocaten die hun cliënten adviseren niet mee te werken aan een persoonlijkheidsonderzoek, zodat ze tbs kunnen ontlopen. Lieftink: „Maar het heeft wél een reden. Ik heb cliënten die al twintig of vijfentwintig jaar vast zitten in het systeem, zonder zicht op een terugkeer in de samenleving.” Hij vertelt over een cliënt die vijftien jaar vast zat met tbs voor een poging tot aanranding. Hij was zeventien toen hij erin ging. De man ontkende zijn delicten en werkte niet mee aan behandeling. Volgens de kliniek was hij levensgevaarlijk. Dat bleek overdreven. Eenmaal buiten vroeg hij in de bus om een strippenkaart – die bestond niet meer. Lieftink: „Hij heeft een post-traumatische stoornis aan zijn verblijf in tbs-klinieken overgehouden. Nu geef ik regelmatig samen met hem lezingen en binnenkort verschijnt er een documentaire over zijn leven. Hij is toch weer goed terechtgekomen.”

Tbs is de enige strafmaat in Nederland die voor onbepaalde tijd kan worden opgelegd. Terwijl de recidivecijfers juist beter zijn dan voor ‘gewone’ ex-gedetineerden. Van de mensen die na een tbs-straf met dwangverpleging terugkeren in de samenleving recidiveert gemiddeld 19 procent binnen twee jaar, tegenover 47 procent van de andere ex-gevangenen.

Doordraaien

De Wet forensische zorg, sinds 1 januari in werking, moet het makkelijker maken tbs op te leggen aan verdachten die niet meewerken. En rechters krijgen makkelijker inzage in medische gegevens. Lieftink vindt dat het structurele problemen in de tbs-klinieken niet oplost: „Er zijn wachtlijsten, het duurt vaak lang voordat aan de behandeling wordt begonnen, mensen weten nooit wanneer ze eruit komen.”

Lieftink en Knoester pleiten voor tussentijdse toetsingen van tbs-straffen, zodat die beter kunnen „concurreren” met ‘gewone’ gevangenisstraffen. Lieftink: „Als aan het verblijf in een tbs-kliniek een maximum kan worden gesteld, zou ik met droge ogen mijn cliënten kunnen adviseren om mee te werken.” Want júíst als mensen tbs opgelegd krijgen, zeggen de advocaten, lopen er minder gevaarlijke mannen op straat rond.