Opinie

    • Marike Stellinga

Polderkoffie, en dan daadkracht

Zo. Verkiezingen voorbij, mokerslag van Thierry Baudet geïncasseerd: nu weer in de ‘kopje koffie’- stand. De grote compromistocht door de polder van het kabinet Rutte III is deze week hervat. En wel op de twee grote hervormings- én hoofdpijndossiers van dit kabinet: klimaat en pensioen.

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) wil nog steeds een pensioenakkoord sluiten met bonden en werkgevers en ging daarom op de koffie bij PvdA-leider Lodewijk Asscher. Kan de PvdA met de hervorming van het pensioenstelsel leven, dan kunnen de vakbonden dat vast ook, is de gedachte. Het kabinet moet dan wel met miljarden euro’s over de brug komen om de pensioenleeftijd minder snel te verhogen.

In dat andere grote dossier, het klimaatbeleid, schoof deze week weer een zwik polderprominenten aan: Ed Nijpels, Diederik Samsom, Wouter Bos. De Tweede Kamer begon woensdag namelijk aan een reeks hoorzittingen over het klimaatakkoord, waarbij half Nederland en de hele polder langs komt. Bij de eerste zittingen werd nog eens duidelijk hoeveel er nog niet besloten is en hoe gemeenten, bedrijven, woningbouwcorporaties, enzovoort, snakken naar besluiten van het kabinet.

Als u het gevoel krijgt dat dit alles erg lang duurt, dan begrijp ik dat. Bij beide akkoorden zijn al vele deadlines overschreden. Na 1,5 jaar regeren is zelfs nog steeds onduidelijk wat het kabinet nu precies wil met het klimaatbeleid. En het CDA zal door de verkiezingsuitslag niet bepaald van zijn aversie voor groen beleid zijn genezen. Opnieuw hopen onderhandelaars dat het einde in zicht is: dat beide akkoorden voor de zomer beklonken worden. Wedden?

Want de bange vraag is of we ‘de polder’ hier moeten zien als de oplossing of het probleem. Begrijp me goed: een compromis is een begrijpelijke strategie. Wil je houdbaar beleid maken, dan is het fijn als vakbonden, bedrijven, milieugroepen, gemeenten en de-hemel-weet-wie redelijk mee zijn. Maar bij ingewikkelde hervormingen als deze is er óók een overheid nodig die boven de polderpartijen uit stijgt. Een overheid die aanhoort, meeweegt en dan handelt. Dat geldt nog sterker nu de economie verandert. Deze tijd vraagt om méér dan tot op het bot uitonderhandelde compromissen. Deze tijd vraagt om een overheid die durft te hertekenen.

Voorbeeld: de flexibilisering. De arbeidsmarkt is zo veranderd dat Nederland kwetsbaarder voor recessies is geworden, stelt het Centraal Planbureau. Bijna de helft van de laagopgeleide werkenden heeft géén vast contract. Daar slaat een recessie hard toe. Daar komt nog bij, constateerde De Nederlandsche Bank deze week, dat de overheid de economie bij een recessie minder automatisch stabiliseert. Er zijn immers veel meer zzp’ers en die vallen harder terug in inkomen dan werknemers met een uitkering.

Het kabinet ziet dit probleem. Koolmees schreef een wet die flexcontracten minder aantrekkelijk maakt. Maar die wet kan volgens DNB zorgen voor méér zzp’ers. Die worden namelijk nóg aantrekkelijker dan werknemers, vast of flex. Een half plan zoals dat van Koolmees helpt dus niet. Er is een totale herschikking op de arbeidsmarkt nodig.

Het lastige van dit soort radicaal nieuw beleid is dat het zo radicaal is. Dus dat polderpartijen met hun gevestigde belangen snel ‘ben je betoeterd?!’ roepen. VVD, CDA, D66 en CU waren alle vier lid van de coalitie die in 2012 na jaren gedoe de pensioenleeftijd rücksichtslos verhoogde in het Lente-akkoord. Zónder de polder. Dat gaat nu niet snel gebeuren, maar als het kabinet niet de krochten van de polder ontstijgt, vrees ik dat het beleid niet voldoet.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.