Opinie

    • Caroline de Gruyter

Pokerlessen voor de politiek

‘Fake-think” is een begrip in de pokerwereld. Het is een truc om je tegenstanders op het verkeerde been te zetten: je doet net alsof je hard nadenkt over je volgende move, terwijl die voor de hand zou moeten liggen. Oudere spelers gebruiken die truc zelden. Ze kijken erop neer, omdat het geen strategie is maar een manier om gezichtsverlies te beperken. Jongere spelers, die online pokeren, maken er wel gretig gebruik van. „Een speler die aan fake-think doet en verliest, kan achteraf claimen dat hij serieus overwoog om een ander besluit te nemen”, schrijft de site poker-king.com.

Dit is ook voor niet-pokeraars interessant. Het is namelijk direct toepasbaar op de hedendaagse politiek.

Burgers zitten momenteel met grote vragen. Decennialang zat alles in de lift, leek het wel. We dachten dat het crescendo ging in de democratie, dat onze kinderen het beter zouden hebben. Velen verliezen dat gevoel nu. We hebben het beter dan ooit, maar ons vertrouwen in de toekomst maakt plaats voor een besef van kwetsbaarheid. We hebben veel te verliezen. In 1968 gingen Europeanen de straat op omdat ze het beter wilden hebben dan hun ouders. Nu gaan ze de straat op omdat ze willen houden wat hun ouders hebben.

En de wereld schuift. Vroeger hadden we één vijand, de Sovjet-Unie. Dat was overzichtelijk. In de multipolaire wereld dreigt er gevaar van alle kanten. Daarom zoeken burgers houvast. Ze zoeken leiders die vragen kunnen beantwoorden als ‘krijgen we oorlog?’ of ‘overleeft de verzorgingsstaat?’ Er is een honger naar informatie en kennis, ongelooflijk. Vraag het De Kiesmannen, drie masterstudenten die jongeren politiek bewust willen maken. Zij organiseren avonden over ‘vette thema’s’ als Europa en mensenrechten in concertzalen en schouwburgen. Geloof het of niet: die avonden zijn uitverkocht.

Met die honger doen Nederlandse politici vrijwel niets. Ze praten over koopkrachtplaatjes en woningbouw. Belangrijk, zeker – maar het bredere, overkoepelende verhaal, dat dringend verteld moet worden, dat mist. Gevolg: de eerste de beste die termen gebruikt als ‘oikofobie’ of ‘de metafysische grondslagen van het christendom’, raakt een snaar. Dat hij het zegt, vinden zijn bewonderaars belangrijker dan wat hij zegt. Hij toont immers dat hij weet dat ze grote vragen hebben. Zijn antwoord doet er weinig toe. Hij weet dat: hij is een pokeraar.

Brexit gaat hier ook over. De Britse politieke cultuur zit vast in mondiale systemen en structuren. Burgers snakken naar het grotere verhaal over machtsverhoudingen in de wereld, en hun plek daarin. Geen politicus vertelt dit verhaal. Ze verliezen zich in backstopscenario’s en politiek gekonkel, en laten het hele veld aan pokeraars met hun fake-think.

Met fact-checking alleen (‘Wij beoordelen deze uitspraak als gedeeltelijk onwaar’) bestrijd je dit niet. Je moet zélf verhalen vertellen. De Franse president Macron debatteert uren met burgers in gymzalen en gemeentehuizen. Over zorg, overlast en uitkeringen. Maar ook over democratie, soevereiniteit, de rol van de staat en geopolitieke uitdagingen in Europa. Hij citeert historische leiders en denkers. Elitair? Welnee, hij voorziet in een behoefte en geeft richting. Mede hierdoor stijgt hij in de peilingen.

De Franse filosoof Pierre-Henri Tavoillot schrijft in zijn recente boek Comment gouverner un peuple-roi dat een democratie niet genoeg heeft aan verkiezingen, parlementaire debatten, onafhankelijke instituties en een vrije pers. Dit zijn losse elementen. Ze krijgen pas betekenis als je ze inbedt in een diepere, inhoudelijke ‘narrative’. Dat bevat informatie, emotie, wijsheid, poëzie en reflectie. Het klinkt vertrouwd en is toch kritisch. Een gedeeld verleden schemert er zo in door dat het een bestendige blik op de toekomst biedt. „Niets verbindt zo als verhalen vertellen en ernaar luisteren”, schrijft Tavoillot. „Zo kweek je gemeenschappelijk bewustzijn.”

Kan iemand dat boek eens in het Nederlands vertalen?

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.