Kunstenaar Engels voor het beschadigen van al uw auto’s en stoelpoten

Pieter Engels (1938-2019) In 1971 deed Pieter Engels het Koninkrijk der Nederlanden het aanbod om in ruil voor 25 miljoen gulden levenslang af te zien van het maken van kunst. Het aanbod werd gelukkig afgewezen. Engels overleed vrijdag.

Pieter Engels in zijn atelier
Pieter Engels in zijn atelier Videostill uit Hollandse Meesters

Videostill uit Hollandse Meesters

‘The rrrolls-royce among artists’, zo noemde kunstenaar Pieter Engels zichzelf in 2010, op de poster van zijn overzichtstentoonstelling in Museum Jan Cunen in Oss. Zichzelf verkopen, daar was Engels een meester in. Als directeur van de Engels Product Organisation bracht hij zijn werk middels gelikte catalogi aan de man. Engels overleed vrijdag, hij was al langere tijd ziek – zo maakte zijn galeriehouder Martin van Zomeren bekend.

Pieter Engels (Rosmalen, 1938) studeerde aan de academie in Den Bosch (1955-1958) en de Rijksakademie in Amsterdam (1958-1962). Tot dan toe had hij zich beziggehouden met schilderkunst. Maar begin jaren zestig transformeerde Engels zichzelf in één klap van langharig kunstenaar in een frisse, strak geklede zakenman. In 1964 richtte hij Engels Product Organisation (EPO) op, een bedrijfje dat vanuit een showroom in Amsterdam kunstobjecten verkocht via fraaie folders en posters. Zelf nam hij de rol aan van directeur, zijn alter ego Simon Es werd de ‘sales manager’.

Wonder events

Namens EPO bood Engels diensten en activiteiten aan onder de noemer ‘wonder events’. Zo knipte hij in opdracht bankbiljetten door, waarna hij beide helften signeerde. Ook kon je vanaf honderd gulden je auto laten beschadigen of signeren met een roestige spijker. (‘ENGELS DAMAGES YOUR CAR BEAUTIFULLY, price: from fl. 100,-’).

Net als zijn collega’s Marinus Boezem, Ger van Elk en Jan Dibbets ging ook Engels op humoristische wijze om met het conceptuele gedachtegoed van die tijd. Zijn werk zat vol relativering en ironie, maar was ook subversief en stelde de marktmechanismes van de kunstwereld aan de kaak. Zo maakte hij verwrongen ‘bad constructed canvases’, verkocht hij lege lijsten en beschilderde hij in het volledige duister witte doeken met behulp van zwepen en zwarte verf. EPO verkocht ook ‘herstelde stoelen’: doorgezaagde stoelen die met scharnieren weer in elkaar waren gezet tot disfunctionele objecten.

Herstelde stoel (1964)

In 1971 schreef Engels een brief naar de toenmalige minister van cultuur, Marga Klompé, waarin hij het Koninkrijk der Nederlanden het aanbod deed om in ruil voor de somma van 25 miljoen gulden levenslang af te zien van het maken van kunst. Het aanbod werd afgewezen, en dus werkte Engels gewoon door. Vanaf de jaren tachtig ging hij weer schilderen. In 1987 maakte hij de serie Remembrandt: schilderijen en tekeningen naar Rembrandt.

Lees ook: Een oude kunstenaar maakt de galerie beter

Veel van Engels’ acties waren tijdelijk, maar het Monument voor de stad Amsterdam dat hij in 1977 bedacht, is nog steeds te bezoeken. Het ligt op een grasveldje tussen de flats Groenhoven en Gouden Leeuw in Amsterdam-Zuidoost. In een soort graf van Zweeds graniet verstopte hij zeventien verzegelde, roestvrijstalen kisten met daarin tijdschriften, kranten, foto’s, monsters van aarde en water uit de grachten, plus de adem van de kunstenaar. Volgens Engels’ instructies mocht de tijdscapsule pas na 500 jaar, in 2477, worden opgegraven.

Te openen in 2477

Ook een filmprojector en een filmpje zijn in de kisten te vinden. Daarop is te zien hoe een reclamevliegtuigje de tekst ‘Pieter Engels & Amsterdam 1977 groeten Amsterdam 2477’ achter zich aan sleept. Een opgeslagen radio-uitzending bevat nieuws over de Tweede Kamerverkiezingen van 1977 en de treinkaping bij De Punt. En er bevindt zich naar verluidt een rekeningboekje van de Nederlandsche Middenstandsbank in een van de kisten. Daar opende de kunstenaar in 1977 een rekening met 100 gulden. Pas in 2477 mogen de nakomelingen van Engels dat bedrag, plus de rente, opnemen. Het is bestemd voor de oprichting van een Pieter Engelsmuseum.