Hoe doe je zaken met een politieke nieuwkomer?

Den Haag Nu Forum voor Democratie vanuit het niets de grootste wordt in de Eerste Kamer, moeten de gevestigde partijen een strategie bedenken. Wordt het strijd – of gaan ze de partij omarmen? Of zelfs doodknuffelen?

Thierry Baudet wordt in de Tweede Kamer gefeliciteerd met zijn verkiezingsoverwinning door Klaas Dijkhoff.
Thierry Baudet wordt in de Tweede Kamer gefeliciteerd met zijn verkiezingsoverwinning door Klaas Dijkhoff. Foto Bart Maat en Robin Utrecht/ANP

De nerveuze sfeer van 2002 hangt weer op het Binnenhof, zegt Kees van der Staaij, fractievoorzitter van de SGP. En als iemand het kan weten, is hij het – Tweede Kamerlid sinds 1998. Van der Staaij maakte mee hoe de Lijst Pim Fortuyn (LPF) uit het niets 26 zetels haalde in de Tweede Kamer. Hij zag hoe die partij eerst werd bespot, en toen al snel werd omarmd door de gevestigde orde. Ervaren Kamerleden gaven de nieuwkomers – die heel graag anders wilden zijn en blijven – rondleidingen, ze legden uit hoe een stemlijst werkt, leerden hun het verschil tussen amendementen en moties. De LPF mocht zelfs meeregeren.

Daarna was het snel voorbij met de LPF.

En nu komt er, in elk geval in de Eerste Kamer, opeens een flinke groep nieuwelingen binnen van Forum voor Democratie.

De manier waarop zo’n nieuwe partij wordt ingekapseld noemt politiek historicus Carla Hoetink ‘parlementaire socialisatie’, in haar boek Macht der gewoonte. Politieke nieuwkomers worden doodgeknuffeld, ook om ze onschadelijk te maken. En nieuwe partijen laten zich dat graag aanleunen. Van der Staaij: „Zo werken wij samen met 50Plus. Ze helpen ons als we een debat over medische ethiek op de agenda willen krijgen, wij helpen 50Plus als zij willen debatteren over ouderenzorg. We snappen elkaar.”

Hoe drinken ze hun koffie?

Toen Forum voor Democratie alleen twee zetels had in de Tweede Kamer, kon de rest die partij nog negeren. Nu FvD naar verwachting dertien zetels in de senaat krijgt, wordt dat lastig. De gevestigde partijen zullen, zoals ze dat eerder deden met nieuwkomers als 50Plus, Partij voor de Dieren of Denk, de nieuwelingen moeten leren kennen. Zoals een ingewijde uit de coalitie zegt: „Eten ze vis of vlees? Hoe drinken ze hun koffie?”

Probleem is alleen: FvD gedraagt zich juist buitenparlementair. Fractievoorzitter Thierry Baudet wilde vorig jaar niet meedoen aan het debat bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Het was, zei hij, „beneden mijn waardigheid”. In de zaal werd er honend op gereageerd en premier Mark Rutte maakte Baudet in dat debat belachelijk omdat die het jargon van het Binnenhof niet leek te snappen.

Beluister ook de nieuwe aflevering van de podcast Haagse Zaken: De nieuwe politieke realiteit

„Dat was toen een verkeerd signaal”, vindt Van der Staaij. „Rutte zei daarmee: ‘Jij doet het verkeerd, want je doet het niet zoals wij gewend zijn.’ Kiezers keken ernaar en vonden het juist verfrissend, dat weet ik zeker.”

Socialisatie is ook, vindt Van der Staaij: „Partijen accepteren zoals ze zijn.”

De komende maanden moet de coalitie van Rutte III ontdekken of er zaken te doen zijn met FvD. VVD, CDA, D66 en ChristenUnie zijn hun meerderheid in de Eerste Kamer kwijt. Ze hebben twee opties om toch tot een meerderheid te komen: als er maar zeven zetels nodig zijn, heeft Rutte III aan de linkerkant genoeg aan de PvdA – en anders is er GroenLinks – en rechts is er FvD. Baudet heeft als eis voor samenwerking dat drie bewindslieden vertrekken. In onderhandelingen met hem heeft de coalitie weinig zin. Het idee daar is: als er een plan is waar de partij van Baudet toch wel voor is, zoals belastingverlaging, zal FvD vast en zeker voorstemmen.

In de coalitie wordt wel verschillend gedacht over de beste strategie tegen de groei van FvD. Er is niet het idee dat dat nog zal lukken vóór de Europese verkiezingen in mei – wat kun je doen om op te vallen naast zo’n eenvoudige anti-EU-boodschap? Maar welke omgang je daarna kiest, hangt ook af van je eigen achterban. Als veel van jouw kiezers misschien net zo goed op die nieuwe ‘buitenstaander’ kunnen gaan stemmen, zegt communicatieadviseur Henri Kruithof, oud-VVD-woordvoerder, is negeren de beste optie.

Zoals de VVD het liefst deed met PVV-leider Geert Wilders. „Als je hem tien minuten laat spreken zonder hem te interrumperen, is dat voor hem het allerergste.”

Maar voor D66, een partij met weinig kiezers die ook op de PVV willen stemmen, lag het heel anders dan voor de VVD. In de tijd van Alexander Pechtold, die fel op Wilders reageerde, groeide D66 alleen maar. „Pechtold”, zegt Kruithof, „had aan Wilders een fijne tegenstander.”

Na de Provinciale Statenverkiezingen van vorige week woensdag leek D66 hetzelfde te willen doen met Baudet. Op woensdag plaatste de partij een advertentie om leden te werven met een foto van fractievoorzitter Rob Jetten naast een foto van Thierry Baudet. Ook in de verkiezingscampagne had D66 al geprobeerd om er een tweestrijd van te maken tussen ‘klimaatdrammer’ Jetten en ‘ontkenner’ Baudet.

Maar het is niet iets wat er zomaar ís, omdat je het als partij zo graag wil.

„Met zo’n foto van Baudet erbij”, denkt Henri Kruithof, „maak je Baudet alleen maar groter.”

Baudet als enige alternatief

Tom van der Meer, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, vindt dat D66 en oppositiepartij GroenLinks „alle ruimte hebben gegeven aan Baudet”. Van der Meer: „Ze hebben hem onbedoeld als het enige alternatief afgeschilderd. Zo werd hij dé tegenstander van een impopulair kabinet.” Het was een kopie van 2002, vindt hij, toen Paarse partijen hetzelfde deden met Pim Fortuyn.

De traditionele middenpartijen moeten zichzelf volgens Van der Meer ideologisch opnieuw uitvinden, willen ze de opmars van nieuwkomer FvD weerstaan. „Er moet een scherper onderscheid komen tussen de bestuurders in het kabinet en de fracties. Politiek moet dualistischer worden. Profilering hoort in de Tweede Kamer, daar kunnen kiezers zich mee identificeren.”

Coalitiepartijen worden bijna altijd afgestraft door de kiezer, vooral als ze niet de partij zijn van de premier. Het overkwam, zegt Van der Meer, in de laatste vier decennia alle coalitiepartijen-zonder-premier, behalve de VVD in 1998. Dat was een dualistisch opererende fractie, met Frits Bolkestein als voorzitter en politiek leider. „Alleen de ChristenUnie kan het kunststukje van Bolkestein overdoen. Ze houden vast aan een ideologisch profiel. Maar ze laten ook zien waar het pijn doet, zoals bij het kinderpardon.”

Maatschappelijke kwesties vinden volgens Kees van der Staaij (SGP) sneller dan vroeger hun weg in het parlement. Ook de coalitiepartijen hoor je er wat sneller over dan vroeger. In dat opzicht, zegt hij, is Rutte III veel minder technocratisch dan Paars II. Maar daar blijft het vervolgens bij.

De LPF was lang niet de eerste partij die vooral zo groot werd omdat het een ‘buitenstaanderspartij’ was, FvD zal ook niet de laatste zijn. De CPN, die in 1946 als nieuwe partij met tien zetels in de Tweede Kamer kwam, gedroeg zich op die manier. Of de Boerenpartij, die doorbrak in 1966. D66 wilde ook heel lang anders zijn dan de rest.

Voor Kees van der Staaij was de opkomst van de LPF in 2002 wel anders. Sinds die tijd, vindt hij, is het nooit meer rustig geweest op het Binnenhof. „Er waren toen veel collega’s verrast: ‘hè, is er zoveel onvrede?’ Nu doen politici veel meer hun best om het onbehagen in de samenleving onder woorden te brengen.”

Maar heel sterk zijn de middenpartijen volgens Van der Staaij nog steeds niet in hun reactie op „signalen uit de samenleving”. Als er ongerustheid is, wordt dat eerder dan vroeger in de Tweede Kamer benoemd. „Maar de kiezer denkt dan niet: ‘O fijn, het is in de Kamer behandeld.’ Politiek is meer dan dat.”

Bij de oppositie heeft niemand de sleutel van de coalitie in handen

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.