‘Het is één grote bende in huis’

Spitsuur Tessa (36) en Kees Amsterdam (43) wonen met hun twee zoontjes in Vleuten. Tessa geeft gymles op de plaatselijke basisschool, Kees reist voor zijn werk het hele land door. „Ik heb vroeger vijf jaar bij de mariniers gezeten. Dat was gaaf.”

Tessa: „Kees denkt nog steeds altijd een stap verder.” Kees: „Binnen vijf minuten moet je klaar kunnen staan om uit te rukken. Dat idee heb ik wel overgehouden aan de mariniers.”
Tessa: „Kees denkt nog steeds altijd een stap verder.” Kees: „Binnen vijf minuten moet je klaar kunnen staan om uit te rukken. Dat idee heb ik wel overgehouden aan de mariniers.” Foto David Galjaard

Tessa: „Ik werk sinds een jaar twee dagen per week als gymlerares op een basisschool in het dorp. Daarnaast heb ik een bedrijfje, waarmee ik één-op-één weekenden voor ouder en kind met buitenactiviteiten organiseer. Op een vlot varen, tenten bouwen, mountainbiken. Even uit de sleur en quality time met één kind, zodat je die ook een keer alle aandacht kan geven. Het idee ontstond omdat ik zelf altijd erg die behoefte voel.”

Kees: „Ik heb vroeger vijf jaar bij de mariniers gezeten. De zomer voordat ik ging studeren, kreeg ik een zwaar parachute-ongeluk. Ik kwam verkeerd terecht bij de landing en ben letterlijk met mijn gezicht op het gras geklapt.”

Tessa: „Hij heeft een heel ander gezicht dan voor het ongeluk.”

Kees: „Een stuk van mijn gezicht moest worden gereconstrueerd: mijn kaken werden met staaldraad op elkaar gezet. Ik moest opnieuw leren lopen, viel 15 kilo af. Het gebeurde in juli, en ik zou weer gaan studeren in augustus. De eerste maanden heb ik een hotelkamer tegenover de hogeschool gehuurd, zodat ik toch naar college kon. Ik heb er een boek over geschreven: Durf te springen.”

Tessa: „Ik heb het gelezen, maar wel pas nadat ik hem was tegengekomen in Thailand. Die titel sprak mij heel erg aan.”

Kees: „Ze ging daar naar een kickbokswedstrijd. Ik dacht meteen: ‘Nou, dat is wel een bijzonder type’.”

Klaar om uit te rukken

Kees: „Marinier zijn was gaaf. Het was fysiek uitdagend en ik kwam op plekken waar ik normaal nooit kwam. Zo heb ik een missie gedaan in Joegoslavië, in 1996, om de vrede af te dwingen. Maar op een gegeven moment wilde ik iets anders doen, en ging de journalistiek in.”

Tessa: „Nog steeds denkt Kees altijd een stap verder. Hij zegt wel eens: ‘Waarom parkeer je die auto er niet achteruit in? Dan kan je eerder weg.’ Maar ik wil helemaal niet eerder weg!”

Kees: „Binnen vijf minuten moet je klaar kunnen staan om uit te rukken. Dat idee heb ik wel overgehouden aan de mariniers. Thuis heb ik ook maar één grote lockerkast, daarin heeft alles een vaste plek. Dat vind ik prettig. Zeker nu de jongens de zolder hebben overgenomen. Het is verder één grote bende in huis.”

Tessa: „De zolder is een beetje een gymzaal: er staan een bok en een trampoline, er hangt een trapeze. Ik ben zelf ook best een rommelkont. Vroeger ruimde ik alles zelf nog op voordat Kees thuiskwam, want hij vond al dat speelgoed verschrikkelijk. Nu spelen de jongens veel op zolder en helpen ze mee. We gaan ook veel met ze naar buiten.”

Kees: „Vorig jaar zijn we naar Portugal gegaan met een camperbusje. Er stond op internet dat hij ‘vintage’ was. Nou, dat ding viel helemaal uit elkaar. Het was zo’n roestbak, de kastjes lieten los en er zaten gaten in het dak. Dat was wel afzien hoor, maar ook leuk. Ik zou wel meer van dat soort ervaringen willen.”

Tessa: „We houden van buiten zijn, maar het is niet zo dat we de jongens het hele weekend naar buiten trekken. Ik heb zelf altijd fanatiek gehockeyd, maar op een gegeven moment was het genoeg. Er is nog meer, dacht ik.”

Kees: „Ik doe fitness en hardlopen om een beetje fit te blijven voor het kitesurfen. Op het water kan ik echt mijn hoofd leegmaken.”

Tessa: „Jouw werk is heel onregelmatig.” 

Kees: „Ja. Donderdag ga ik naar de redactie, de rest van de week ben ik vaak op pad om te draaien in het land. Soms heb ik een bespreking met het politieteam. Daarnaast schrijf ik de verhalen en bereid ik de gesprekken voor die in de studio worden gevoerd. Dat doe ik soms gewoon bij een tankstation met mijn laptop. Natuurlijk altijd achteruit ingeparkeerd, haha.”

Tessa: „Twee dagen geef ik gymles in Vleuten, tot twee uur. Daarna haal ik de jongens op, of we hebben oppas. Als ik door het dorp loop, dan herkennen veel kinderen mij wel. ‘Hoi juf!’. Op de andere dagen ben ik thuis en ben ik bezig met mijn bedrijf. Af en toe maak ik wat schoon of regel ik dingen.”

Kees: „Soms word ik herkend, vooral in Rotterdam. ‘Hey Opsporing Verzocht’, roepen ze dan. De reacties zijn meestal positief. Bedreigingen, dat gebeurt gelukkig niet.”

Tessa: „Ik kijk altijd naar de uitzending, maar met de deur op slot. Ik ben een beetje bang.”

Kees: „Je ziet soms de meest nare beelden voorbijkomen. Ik kan het gelukkig goed scheiden.”

Half uur met elkaar aan tafel

Tessa: „Kees smeert ’s ochtends de broodjes van de jongens. Ik zorg dat ze aangekleed zijn. Om kwart over zeven zitten we aan tafel. We proberen altijd een half uur met elkaar aan tafel te zitten.”

Kees: „Toch wel bijzonder dat het doordeweeks lukt. In die zin gaat het redelijk geroutineerd bij ons.”

Tessa: „Om vijf voor acht is het tanden poetsen en om acht uur zitten we op de fiets naar school. Als ik zelf werk, moet ik om kwart over zeven al weg, om alles in de gymzaal klaar te zetten.”

Kees: „Dan breng ik ze met de auto en rijd meteen door. Het is best bijzonder dat ze helemaal niet naar de buitenschoolse opvang gaan.”

Tessa: „Ik vind het er altijd zo zielig uitzien, al die kinderen in zo’n bakfiets na een drukke schooldag. Wij moesten vroeger naar de bso, dat was in die tijd best bijzonder. Maar ik heb er drie jaar geleden bewust voor gekozen om thuis te blijven. Ik wilde heel graag dat de kinderen gewoon rustig naar huis konden gaan, dat je op de fiets terug even samen de dag kan doornemen. Vriendinnen vonden het wel gek: ik kreeg veel vragen. Het eerste jaar vond ik het ook zwaar. Ik had het idee dat iedereen doorging en ik stil stond, terwijl ik het wel heel fijn vond om dit aan mijn kinderen te geven. Het is zo relaxed en zo duidelijk.”

Kees: „Voor mij was het ook super de luxe. Je hebt niet de stress dat je alles moet organiseren.”

Tessa: „Gelukkig kon ik de week nadat Bob naar school ging meteen aan de slag.”