Opinie

    • Michel Kerres

Wie durft er nee te zeggen tegen Chinese verlokkingen?

Scepsis én dialoog zijn een goede basis voor een nieuwe omgang met China. Maar de EU moet wel vet met water mengen, analyseert Michel Kerres.

Vaak is wat je niet ziet belangrijker dan wat je wel ziet. Dinsdag ontving president Macron in het Elysée de Chinese leider Xi. Op foto’s en tv-beelden waren vriendelijke gezichten te zien en nóg twee gasten: kanselier Merkel en Commissievoorzitter Juncker. Door hun aanwezigheid had de bijeenkomst het karakter van een geïmproviseerd EU-China-topje. Macron wilde Xi duidelijk maken dat hij in zijn omgang met Europa rekening moet houden met een gezamenlijke Europese aanpak.

En juist daarom was het goed te letten op wat niet te zien was.

Om te beginnen ontbrak de Britse premier Theresa May. Logisch, zult u denken. May vecht in het Lagerhuis voor haar Brexit-variant. Voor EU-onderonsjes heeft ze geen tijd en bovendien heeft ze er niets meer te zoeken. Dat klopt. De beelden vingen het nieuwe Europa: het Europese front tegenover wereldspeler China moet het stellen zonder de vijfde economie van de wereld. Voor dat Europese machtsverlies hoefde Xi in het geheel niets te doen. (Brexit betekent natuurlijk ook dat het VK straks alleen tegenover het machtige China staat, maar dat zoeken ze dan in Londen zelf maar uit.)

Op Macrons mini-top ontbrak ook de Italiaanse premier Conte. Nu had Xi na drie dagen staatsbezoek in Italië zijn portie dolce vita voor dit jaar wel gehad en Macron kon niet iedereen uitnodigen. Maar om een goed beeld te krijgen van de huidige verhoudingen tussen Europa en China mocht Conte eigenlijk niet ontbreken. Italië sprak zaterdag namelijk als eerste grote westelijke EU-staat en als eerst G7-lid steun uit voor de Chinese ‘Nieuwe Zijderoute’, het immense infrastructuurprogramma dat kritisch wordt bezien omdat China er te veel invloed mee zou kunnen krijgen. Conte sloot ook 29 deals met China. Met Brexit wordt de EU zwakker, maar nog geen eenheid.

China is in korte tijd naar de top van de Europese agenda geschoten. Voorheen werd China gezien als een economisch mirakel. Er was weliswaar iets met mensenrechten, maar dat hoefde geen belemmering te zijn voor samenwerking.

Nu is sprake van Chinese dreiging. Er is meer oog voor de machtspositie die de autocratische moloch opbouwt. Als China hier investeert en geld uitleent, wordt Europa dan niet te afhankelijk van een land dat de eigen bevolking kort houdt? Als China je havens runt, pak je dan bij de VN nog wel de Chinese schending van mensenrechten aan? En moeten Europese bedrijven niet eindelijk eens dezelfde toegang tot de Chinese markt krijgen als de Chinezen hier? Als een Chinees bedrijf de nieuwe generatie internet bouwt, kan het via dat netwerk dan ook burgers en bedrijven bespioneren? En als er gespioneerd wordt, is China dan geen NAVO-kwestie?

Scepsis én dialoog zijn een goede basis voor een nieuwe omgang met het China van Xi. Maar de EU moet ook vet met water mengen. Want bij alle nieuwe strategische terughoudendheid en politieke twijfel: het Chinese geld en de Chinese markt zijn niet te versmaden. En als het gaat tussen de begrijpelijke geopolitieke zorgen van Macron en het vooruitzicht van de door China aangewakkerde bedrijvigheid in Triëst (haven) of Tilburg (spoor) is niet moeilijk te voorspellen welke keuzes nationaal gemaakt zullen worden. Op de beelden uit Parijs was niet te zien dat Macron zelf een dag eerder al zaken gedaan had met Xi.

Na een half uur en vier verklaringen was de persconferentie op France 24 voorbij en stapten de leiders op. Vragen konden niet gesteld worden.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.