Veel kinderen verdwijnen uit opvang

Minderjarige asielzoekers Vietnamese kinderen zijn kwetsbaar en verdwijnen uit de beschermde opvang. „Deze vluchtelingen verdwijnen altijd.”

Foto Getty Images

In de afgelopen vijf jaar zijn er zeker zestig Vietnamese kinderen „met onbekende bestemming” verdwenen uit de beschermde opvang in Nederland. Deze kinderen, vooral tieners, zijn onderdeel van een grotere groep van 1.080 minderjarige asielzoekers die tussen 2013 en 2017 verdwenen uit verschillende locaties van de vreemdelingenopvang, en waarvan niemand weet waar ze zijn.

Dat blijkt uit onderzoek van radioprogramma Argos, in samenwerking met het internationale collectief Lost in Europe, waar ook NRC deel van uitmaakt. NRC heeft het onderzoek ook ingezien. Argos baseert zich op cijfers van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), verkregen met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur. Argos zendt zaterdagmiddag uit.

Lees ook: Zorgen om verdwijnen van minderjarige asielzoekers

De beschermde opvang is een aparte categorie binnen de asielopvang in Nederland. Als een asielzoeker zich meldt in Ter Apel en het vermoeden bestaat dat hij of zij minderjarig is, krijgt het kind een voogd toegewezen. Wanneer de voogd denkt dat de alleenstaande minderjarige vreemdeling het risico loopt om slachtoffer te worden van mensensmokkel of mensenhandel, wordt zo’n kind in de beschermde opvang geplaatst waar extra intensieve begeleiding is.

Vietnamese kinderen vormen binnen de beschermde opvang een aparte groep, zo blijkt uit interne emails van het COA. „Deze vluchtelingen verdwijnen altijd”, schrijft een medewerker in oktober 2017.

De Vietnamese gemeenschap in Nederland bestaat naar schatting uit twintigduizend mensen. Het merendeel komt uit Zuid-Vietnam, veelal bootvluchtelingen die de communistische regering in het noorden ontvluchtten. Uit Noord-Vietnam kwam een andere groep: zij werden te werk gesteld in Oost-Europa om de staatsschuld die Vietnam opbouwde bij onder andere Rusland en de voormalige DDR in te lossen. Na de val van de muur bleven de smokkelstructuren van die groep in stand en kwamen er meer Vietnamezen naar Nederland.

Hennepteelt en prostitutie

Waar de verdwenen Vietnamese kinderen precies terechtkomen, is onduidelijk. Er zijn aanwijzingen dat ze worden uitgebuit op hennepplantages of in nagelstudio’s, in zowel Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en Nederland. En dat een groep verdwijnt in de illegale prostitutie.

Een in 2016 opgestart opsporingsonderzoek met codenaam PASADENA naar 33 verdwenen Vietnamese kinderen, uitgevoerd door recherche, de marechaussee en het team van mensenhandel en -smokkel van de Regionale Eenheid Noord-Nederland, werd na twee maanden afgesloten. Omdat er geen aanwijzingen waren voor mensenhandel en de minderjarigheid van de Vietnamezen.

Maar die aanwijzingen zijn er wel: in 2012 publiceerde Bureau Beke in opdracht van de Raad van Korpschefs van de politie een rapport over Vietnamezen in de hennepteelt. Daarin signaleren meerdere politiekorpsen de laatste jaren een toename van het aantal Vietnamezen bij het ontruimen van hennepkwekerijen. Ook is uit nieuwsberichten op te maken dat in zaken over mensenhandel geregeld Vietnamezen worden verdacht. Ook rapporteerde Bureau Beke een mogelijk verband met nagelstudio’s.

De nationaal rapporteur mensenhandel Herman Bolhaar, gesteund door de Tweede Kamer, roept op tot een nationaal en internationaal onderzoek naar het verdwijnen van minderjarige asielzoekers. „Deze groep is de overtreffende trap van kwetsbaar: minderjarig, alleenstaand en vaak hebben ze al veel meegemaakt”, zegt hij. „Ik stel vast dat ze verdwijnen, in Nederland en daarbuiten. Dat is niet aanvaardbaar. We moeten alles op alles zetten om te achterhalen wat er precies gebeurt.”