Opinie

Van Fortuyn naar Forum: de uitgestelde doorbraak

Verkiezingen Al zeventien jaar zoekt het onbehagen in de democratie een uitweg, schrijft . Alles mag niet bij het oude blijven.

Illustraties
Illustraties Cyprian Koscielniak

De geschiedenis lijkt zich te herhalen: we zijn van Fortuyn naar Forum gegaan. En net als zeventien jaar geleden verliezen veel commentatoren de kern uit het oog. Ook deze electorale opstand van burgers dwingt tot zelfonderzoek, maar dat komt niet echt op gang. Alle onzekerheid wordt afgereageerd op de ongewenste winnaar van de verkiezingen. De toon is nogal onbesuisd.

De oude Marx schreef al lang geleden over de manier waarop de geschiedenis zich kan herhalen. Eerst als tragedie en dan als een farce. We kunnen 2002 inderdaad als een tragische gebeurtenis zien – de moord op Pim Fortuyn is een keerpunt in de naoorlogse politiek. Hoe zal 2019 worden geboekstaafd – als een farce? Dat lijkt me in niemands belang.

Ik las nog eens wat ik in het voorjaar van 2002 in deze krant schreef onder de kop ‘De ontkende opstand’. Het was vlak na de moord op Pim Fortuyn en een paar dagen voor de verkiezingen die van zijn partij de op een na grootste maakte. Vervang de naam van Pim Fortuyn door die van Thierry Baudet: de overeenkomsten springen in het oog.

Ik weet eerlijk gezegd niet goed wat we daarvan moeten denken. Zijn we in al die jaren iets opgeschoten? Alleen al de twijfel daarover geeft een meer dan onbehagelijk gevoel. Daar draagt het giftige klimaat van grote verwijten aan bij. Het komt allemaal zo bekend voor.

Verwende burgers

In dat voorjaar waren er, net als nu, nogal wat commentatoren en politici die meenden dat de opkomst van Fortuyn uit verveling voortkwam. Zijn aanhang zou bestaan uit verwende burgers die niets beters wisten te doen dan een politiek avontuur te steunen. Overvloed was de oorzaak van het onbehagen, zo luidde de redenering. Ik dacht: hoe komt het dat een samenleving die zo welvarend is, tegelijk zozeer een gevoel van richting ontbeert?

Volgens mij had Fortuyn iets losgemaakt en was het ieders verantwoordelijkheid om dat weer vast te maken. De gevestigde politici moesten zichzelf opnieuw uitvinden: „Het antwoord is tot op heden uitgebleven. De leegte is voor iedereen zichtbaar geworden. Er is een groot cultureel tekort in de hedendaagse politiek. Zeer weinig politici zijn bij machte om helder aan te geven welke samenleving men aan komende generaties zou willen overdragen. Regeren is beheren geworden.” (NRC, 15 mei 2002).

Lees ook: Fortuyn en Baudet; zoek de verschillen

Het gaat me hier werkelijk niet om de boekhouding van een eigen gelijk, maar om de verbazing dat zo weinig is veranderd. Zeker, het debat is opener geworden. Er zijn in de tussentijd nieuwe partijen bijgekomen, maar die verdedigen vooral deelbelangen. De klassieke partijen zijn enorm verzwakt (het CDA had toen 43 zetels, nu nog 19) terwijl de maatschappelijke spanningen er niet minder op zijn geworden.

Laconieke liberaal

Als deze verkiezingen een ding aantonen, dan toch wel dat de laconieke liberaal op zijn laatste benen loopt. Het is een prettige soort in de omgang, maar altijd meedrijvend met de macht. Mark Rutte is steeds meer gaan lijken op zijn plooibare voorganger Hans Dijkstal, terwijl hij er goed aan had gedaan in de buurt te blijven van de eigenzinnige Frits Bolkestein.

Neem de manier waarop deze partij het immigratievraagstuk uit zijn handen laat vallen. Pleidooien voor een ander migratiebeleid worden welwillend ontvangen. En vervolgens gebeurt er weinig. Dat valt niet onmiddellijk op, maar wanneer de omvang van de immigratie steeds verder oploopt – de afgelopen tien jaar was het gemiddelde migratiesaldo hoger dan ooit – dan komt er een moment dat mensen naar radicalere stemmen gaan luisteren.

Datzelfde geldt voor de christen-democraten met hun retoriek over normen en waarden, over identiteit en traditie. Ze zijn nooit toegekomen aan daden die enigszins lijken op hun woorden. Een fraai voorbeeld is het ideetje om het volkslied weer te gaan zingen op school. Tegelijk wordt een veel serieuzere kwestie – de razendsnelle verengelsing van het hoger onderwijs – op zijn beloop gelaten.

Fortuyn-achtige opstand

Nog een voorbeeld: het klimaatbeleid. Dat gaat niet alleen over wetenschap – normatieve afwegingen spelen bij elk beleid een belangrijke rol. Sybrand Buma voorspelde al een Fortuyn-achtige opstand en daar bleef het bij. Je hoeft werkelijk geen scepticus te zijn om vast te stellen dat onvoldoende is nagedacht over het klimaatakkoord. De ommezwaai van de regering vlak voor de verkiezingen, waarbij de coalitiepartijen afspraken tóch een belasting op CO2 uitstoot voor bedrijven in te voeren, toonde dat wel aan.

Het functioneren van onze democratie staat ter discussie. Dat is nu zo en dat was zeventien jaar geleden zo. Mijn indruk in 2002 was dat de vreedzame omgangsvormen die van generatie op generatie gestalte hebben gekregen, in een veel korter tijdsbestek kunnen vervallen. Geen enkele democratie heeft de garantie op duurzaamheid. Voortdurende zelfcorrectie is nodig.

Die bestaat uit het vermogen om mensen die zich niet vertegenwoordigd voelen aan te spreken. Je las in de tijd van Fortuyn ook al dat er te veel aandacht werd besteed aan kiezers die misschien twintig procent van de bevolking uitmaken. Maar ik heb altijd geleerd dat democratie er juist ook voor ‘minderheden’ is. En wie zegt dat het straks niet om dertig of veertig procent van de kiezers gaat?

Meer democratie nodig

Mijn reactie op de winst van Fortuyn was dat we meer democratie nodig hadden. Dat betekende in ieder geval een einde aan de politieke banencarrousel. Partijen die zo’n zwakke legitimatie hebben, kunnen niet volharden in dit gesloten systeem dat onafhankelijke mensen buitensluit, zo dacht ik toen. Nu wordt dat ‘partijkartel’ genoemd de oprichter van D66, Hans van Mierlo, had het er lang geleden al over.

Ik zou graag willen dat het anders was gegaan, maar de politieke vernieuwing die na Fortuyn nodig was, is de afgelopen twee decennia niet tot stand gekomen. De enige schuchtere poging om iets te veranderen – het referendum – is na welgeteld één keer snel weer afgeschaft. Omdat de uitslag niet beviel. En dan zijn er nog mensen die zich verbazen over wat vorige week in de stembus is gebeurd.

De vergruizing van het ooit verzuilde bestel is onomkeerbaar. Ook de liberalen zullen na Rutte flink afkalven. Wat zich zomaar kan aftekenen bij komende verkiezingen is een tweestrijd tussen Forum voor Democratie en GroenLinks: wie wordt de grootste? Dat ziet er slecht uit voor de middenpartijen, die nu misschien voor het eerst de dupe worden van die machtsvraag.

In deze tweestrijd heeft Baudet een voorsprong. Wanneer de zelfverklaarde wereldburgers zich afzetten tegen wat ze zien als kleinburgers, zal snel duidelijk worden dat Nederland niet samenvalt met Amsterdam. Terwijl GroenLinks met name hoogopgeleide kiezers in de grote steden aanspreekt, is de aanhang van Forum gelijkmatiger gespreid over het hele land.

Brokstukken van de beschaving

De reacties op de verkiezingsuitslag waren nogal wild: tegenover de brokstukken van de beschaving die Baudet voorspiegelde, zag menigeen de overwinning van het fascisme, dus andere brokstukken van diezelfde beschaving. Het was alles bijeen weinig meer dan een schijngevecht. Overigens is de opwinding niet helemaal onschuldig. Dat laten de aanslagen op Pim Fortuyn, Hans Janmaat en Aad Kosto wel zien.

Met de zegetocht van het fascisme gaat het in ons land wel loslopen – zelfs nu Freek de Jonge geen spreektijd kreeg bij het Boekenbal. Ook Fortuyn werd indertijd als een baarlijke duivel weggezet: ‘Nederland wordt wakker!’ Hij kreeg niet minder dan 37 procent van de stemmen in Rotterdam – heel wat meer dan Forum. Zijn partij ging meeregeren. Ik krijg niet de indruk dat sindsdien de laarzen over de Coolsingel marcheren – misschien heb ik iets gemist.

Nadat alle stof is neergedaald blijft over dat het geflirt van Baudet met complotdenken over ‘omvolking’ een doodlopende weg is. Het voedt de verdeeldheid. Elk toekomstig migratiebeleid begint met de aanvaarding van een veelkleurige samenleving. Die samenleving is de uitkomst van voorbije decennia. Ook Fortuyn begreep dat. Ideeën over remigratie horen daar zeker niet bij – betere voorstellen over immigratie en integratie wel.

Forum voor Democratie moet een heldere grens trekken tegenover extreem-rechts. Baudet kan blijven steken in de wrokkige rol van Vlaams Belang oprichter Filip Dewinter of hij kan zich spiegelen aan Bart De Wever, leider van de conservatieve NV-A. Die slaagde erin van een kleine partij in een aantal jaren de grootste van het land te maken. De Wever heeft zijn partij tamelijk succesvol gevrijwaard van extreme invloeden, zoals de club Schild & Vrienden.

Nexit, ja of nee?

De aanstaande Europese verkiezingen zijn een eerste test of Forum zijn aanhang verder wil verbreden. Misschien moet de lijsttrekker, Derk Jan Eppink, eens bij zichzelf te rade gaan. Over een Nexit schreef hij eerder: „Het is een illusie te denken dat een genereus Brussel Nederland beloont met voordelige handelsrelaties. Nederland exporteert jaarlijks voor 120 miljard euro naar de EU. Dat schept 1,5 miljoen banen bij grotendeels kleine en middelgrote bedrijven. Zodra Nederland uit de gemeenschappelijke markt treedt, staat dat op het spel.” (de Volkskrant, 19 februari 2014).

Eppinks conclusie toen was dat het beter is om een hervorming van de Europese Unie na te streven, waardoor de Britten erbij zouden kunnen blijven. Baudet gelooft niet in zo’n poging om de rol van Brussel te begrenzen. Anderen binnen Forum zeggen geen Nexit na te streven. Welke keuze zal worden gemaakt met het oog op de aanstaande verkiezingen? Het zal veel zeggen over de toekomst van Forum voor Democratie.

Er is alle reden om naar voren te kijken. We hebben een buitengewone verkiezing meegemaakt: nog nooit is een nieuwe partij de grootste geworden. Wie de onredelijkheid van deze kiezers voorop stelt, is uitgepraat. Wat valt er nog terug te zeggen als mensen alleen in de greep zouden zijn van onderbuikgevoelens? Wie de redelijkheid tot uitgangspunt neemt, heeft een handelingsperspectief. Begrijpelijke verlangens kunnen de aanleiding zijn voor betere antwoorden op maatschappelijke problemen.

Tegelijk is nog nooit een partij met zo weinig stemmen de grootste geworden. Deze nivellering dwingt tot samenwerking. Daar hoort bij dat partijen meer van hun macht aan de samenleving delegeren. Naast een gekozen burgemeester moet op zijn minst een bindend referendum worden ingevoerd.

Veerkracht van de democratie

De veerkracht van de democratie moet niet worden onderschat, maar staat wel onder druk. Mijn conclusie in 2002 was: „Iedereen die wilde kijken kon zien dat achter de façades van onze instituties een onthechting gaande is. Meer en meer burgers zijn betrokken bij de publieke zaak, maar zien daar in de parlementaire beraadslagingen te weinig van terug. Hoeveel van onze volksvertegenwoordigers hebben het vermogen om het conformisme in eigen kring te weerstaan?”

De politieke vernieuwing is tegengehouden – ook door D66 en de PvdA. We zagen de opkomst van partijen die deelbelangen vertegenwoordigen. Dat kun je uitleggen als een emancipatie, maar nieuwe ideeën over het algemeen belang bleven uit. Sterker nog, de laatste tien jaar hebben we een premier gehad die – met al zijn kwaliteiten – helemaal geen visie aan het land heeft voorgehouden. Hij gaat er zelfs prat op.

Dat ontgaat de kiezers niet. Het onbehagen in de democratie zoekt een uitweg – de gevestigde partijen van weleer laten het liefst alles bij het oude. De jaren van Fortuyn naar Forum maken duidelijk dat de uitgestelde doorbraak alsnog vorm moet krijgen. De beweging van Baudet heeft opnieuw iets los gewoeld en het is nu ieders verantwoordelijkheid om dat weer vast te maken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.