Opinie

Uploadfilters zijn niet subtiel en algoritmes hebben geen gevoel voor humor

Europees auteursrecht

Het Europese auteursrecht gaat flink op de schop. Het Europees Parlement ging dinsdag akkoord met strengere regels voor het online verspreiden van auteursrechtelijk beschermd materiaal. Dát het auteursrecht in de EU na twee decennia toe was aan vernieuwing, dat moge duidelijk zijn. Maar fraai verliep het allemaal niet. Het was lobby op zijn lelijkst. Veel Europarlementariërs klaagden over de intensiteit van de beïnvloedingscampagne. Er werd er zelfs een met de dood bedreigd.

Voorafgaand aan de stemming circuleerden ongefundeerde horrorverhalen. Er zou een verbod dreigen op internethumor zoals memes, satirisch bewerkte foto’s en video’s, en er zou zelfs een ‘linktaks’ komen, beweerden tegenstanders. Dat klopt geen van beide. De geaccordeerde richtlijn gaat niet over hyperlinks en bevat een expliciete uitzondering in voor memes. Je zou de uitwassen van de lobbycampagne nepnieuws kunnen noemen. Dat is extra sailliant aangezien die tegencampagne vooral werd gefinancierd door techbedrijven en zelfverklaarde nepnieuwsbestrijders Google en Facebook.

Maar ook de voorstanders van de richtlijn, aangevoerd door uitgeverijen als het Duitse Axel Springer, wisten van overdrijven. (NRC Media is lid van NDP Nieuwsmedia, die ook pleitte voor de richtlijn.) De voorstanders benadrukten vooral hoe goed deze stap is om mediamakers eindelijk eerlijk te compenseren wanneer derden hun werk verspreiden via platforms als Google en Facebook. Ook zou de richtlijn helpen om de dominante positie van big tech aan te pakken. Alleen: het akkoord bevat nog veel onduidelijkheden en losse eindjes.

De intentie om internetplatforms juridisch verantwoordelijk te maken voor inhoud die op hun platforms circuleert en waar zij grof aan verdienen is op zich toe te juichen. Maar het resultaat roept zorgen op over censuur en zou de macht van big tech juist groter kunnen maken.

Nieuwsoverzichten als Google News mogen straks alleen zeer korte fragmenten (‘snippets’) van onlineartikelen overnemen zonder te betalen. Platforms moeten verder voorkomen dat individuele gebruikers beschermd materiaal online verspreiden. Maar wat individuele internetgebruikers daar uiteindelijk van gaan merken is vaag. Het is zeer waarschijnlijk dat beschermd materiaal voortaan automatisch geblokkeerd zal worden door zogeheten uploadfilters. Handmatig is dat vrijwel niet te doen, door de grote hoeveelheid.

Dergelijke filters krijgen ook zware kritiek uit een totaal andere hoek. De uitvinder van het www, Tim Berners-Lee, en online-encyclopedie Wikipedia spraken hun vrees uit voor censuur. In Duitsland waren grote demonstraties. Privacy-organisaties zoals Bits of Freedom zijn ook bezorgd. Internetbedrijven zullen zich indekken tegen illegale uploads door filters te installeren die bepaalde inhoud bij voorbaat blokkeren, is hun angst.

Of deze filters het subtiele verschil zien tussen auteursrechteninbreuk en een meme is inderdaad zeer de vraag: algoritmes hebben een notoir slecht gevoel voor humor. De critici hebben gelijk dat belangrijke beslissingen over censuur straks worden genomen door ondoorzichtige filters in beheer van private bedrijven, buiten het zicht van afdoende democratische of rechterlijke controle.

Overheidsingrijpen kan nodig zijn om internetvrijheid te waarborgen. Maar dat moet dan wel verstandig overheidsingrijpen zijn. En het is allerminst zeker of deze richtlijn daartoe leidt. Naleving van de strenge nieuwe regels zal veel geld kosten, ook voor kleinere websites, zoals Reddit en Dumpert. Google en Facebook kunnen dit soort geavanceerde filters makkelijk betalen, maar dat geldt niet voor kleinere concurrenten. Daardoor worden zij kwetsbaar voor boetes en rechtszaken. En dat kan er paradoxaal genoeg juist weer zorgen dat het voor hen nog moeilijker wordt om te concurreren met de internetreuzen dan nu.

Het werpt uiteindelijk, alweer, de grote vraag op: als de symptomen van de macht van big tech, zoals grootschalige auteursrechtenschending of privacy-inbreuken, zo lastig te bestrijden blijken, waarom richten beleidsmakers zich dan niet op de ziekte zelf?

Het feit dat techbedrijven überhaupt een monopolie hebben op cruciale onderdelen van de informatie-infrastructuur is het onderliggende probleem. Een antwoord vinden op dat ondemocratische gigantisme, dat de eerlijke werking van de markt belemmert en deze bedrijven een onevenredige greep op de toekomst geeft, is één van de belangrijkste economische vraagstukken van deze tijd. De nieuwe auteursrechtenrichtlijn kan, goed uitgevoerd, hooguit een stap in de goede richting zijn. Maar deze is de remedie zeker niet.