Uitstel WW-wet is nog geen afstel

Arbeidsmigratie Uitgerekend Polen zorgde voor uitstel van het Europese wetsvoorstel over arbeidsmigratie. Voorlopig lijkt de EU nog niet tegemoet te komen aan de Nederlandse bezwaren.

Het Europese wetsvoorstel over arbeidsmobiliteit gaat over meer dan alleen het exporteren van WW-uitkeringen. Ook zijn er afspraken gemaakt over grenswerkers.
Het Europese wetsvoorstel over arbeidsmobiliteit gaat over meer dan alleen het exporteren van WW-uitkeringen. Ook zijn er afspraken gemaakt over grenswerkers. Foto ROBIN VAN LONKHUIJSEN/ANP

De hulp kwam uit onverwachte hoek. Uiteindelijk was het Polen dat er samen met Hongarije en Malta vrijdag voor zorgde dat de 28 EU-landen vrijdag nog niet instemden met nieuwe Europese wetten over arbeidsmobiliteit.

Daardoor kan Nederland nog steeds ontsnappen aan de in Den Haag zo omstreden langere export van WW-uitkeringen. Maar hoe lang?

Volgens het Europese wetsvoorstel mogen werknemers die recht hebben op een WW-uitkering die straks maximaal zes maanden meenemen naar een ander EU-land. Nu is die termijn nog drie maanden.

In de Tweede Kamer ontstond deze week grote weerstand tegen deze ‘vakantie-uitkeringen’. Belangrijkste reden van verzet: de vrees dat Poolse werknemers er des te meer misbruik van zullen maken door zich na een korte tijd werken in Nederland in Polen te onttrekken aan de arbeidsmarkt.

Lees ook: EU-lidstaten blokkeren nieuwe regelgeving over meenemen WW-uitkering

Het leek dus ironisch dat juist Polen een van de landen was die vrijdag niet wilden instemmen met de nieuwe wet. Maar de Polen hadden daarvoor net als de Hongaren een heel andere reden dan de Nederlanders en de andere landen (Duitsland, België, Luxemburg, Oostenrijk en Denemarken) die al tegen waren.

Het Europese wetsvoorstel over arbeidsmobiliteit gaat namelijk over meer dan alleen het exporteren van WW-uitkeringen. Zo staan er ook afspraken in over het meenemen van langdurige zorg, kinderbijslag en gelijke behandeling van werknemers uit verschillende landen.

Een van die andere afspraken in het wetsvoorstel is dat werkgevers die een werknemer detacheren naar een ander land daarover meer socialezekerheidspremies moeten gaan afdragen. Dat doet pijn in Polen en in Hongarije.

Tot op het laatste moment bleef het deze week onduidelijk welke instructies diplomaten uit deze landen hadden gekregen in Brusselse vergaderingen over het totale pakket aan maatregelen. Zouden de voordelen omtrent de WW-uitkering opwegen tegen de nadelen van de detacheringsafspraken? De uitslag was uiteindelijk onbeslist: zoals het nu ligt, onthouden deze landen zich van stemming.

Met de zes tegenstemmers en drie onthouders is er weliswaar een meerderheid van 19 lidstaten voor, maar zij vertegenwoordigen samen nét geen 65 procent van de Europese bevolking. Ook dat is noodzakelijk voor een geldige meerderheid.

Maar het is op het randje: een lidstaat erbij en het is erdoor. EU-voorzitter Roemenië wil dat graag bereiken, net als Europees commissaris Marianne Thyssen die het voorstel heeft gedaan. Roemenië gaat nu de komende dagen onderzoeken of zij nog mogelijkheden ziet het wetsvoorstel te redden.

De kans dat dit lukt door Polen en Hongarije extra toezeggingen te doen lijkt groter dan een aanpassing naar ‘Nederlandse’ zin, schatten diplomaten in. De Poolse en Hongaarse bezwaren zijn kleiner, en bovendien: na de lidstaten moet ook het Europees Parlement nog instemmen. Daar zou de kans op succes alleen maar slinken als het wetsvoorstel verder de Nederlandse kant op gaat, dus richting minder genereuze afspraken over de export van WW-uitkeringen.

De beste kans voor minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) lijkt daarom: verder uitstel. Als het Europees Parlement er niet meer over stemt in april, in de laatste zitting voor de Europese verkiezingen in mei, zou dat tot afstel kunnen komen.

Politieke beroering

De hoop van kritische landen is dat zij alsnog begrip vinden voor de gevoeligheid van dergelijke maatregelen vlak voor Europese verkiezingen.

Dit is immers niet bepaald de eerste slag om de Europese arbeidsmigratie. Alle lidstaten zijn in principe voor vrij verkeer op de Europese arbeidsmarkt – maar zodra daar regels voor moeten worden opgesteld, leidt het welvaartsverschil tussen West-Europese lidstaten en de armere landen in Midden- en Oost-Europa steevast tot sociale en politieke beroering.

Denk aan de Poolse loodgieter over wie het zo vaak ging vlak voor het Nederlandse en Franse nee tegen een Europese grondwet in referenda in 2005. Of de onvrede over het aantal Poolse arbeidsmigranten in het Verenigde Koninkrijk toen de Britten in 2016 per referendum voor Brexit stemden.

Soms zit de pijn aan de andere kant. Zo was er vorig jaar veel verzet bij Oost-Europese landen toen er in de EU een meerderheid bleek voor nieuwe regels om oneerlijke concurrentie tegen te gaan door detachering vanuit armere lidstaten.

Lees ook: Nederland ongelukkig met deal over langer meenemen WW

Die laatste episode heeft rechtstreeks te maken met de huidige voorstellen. Deels zijn die bedoeld om te zorgen voor een goede uitvoering van de detacheringswet van vorig jaar. Dat is het deel dat moeilijk ligt in Polen, maar waar Nederland juist „verliefd” op is, meent een diplomaat.

De voorstellen om export van uitkeringen genereuzer te maken worden in het oosten van de Unie gezien als een goedmakertje voor de detacheringswet. Maar bovenal is dit voor veel landen maar een marginaal deel van het hele pakket.

Zo zijn er ook nieuwe afspraken over de 1,4 miljoen grenswerkers die minimaal een keer per week reizen tussen woon- en werkland. Volgens de nieuwe wet wordt niet langer het woonland, maar het werkland straks verantwoordelijk voor de betaling van een WW-uitkering. Bovendien kunnen grenswerkers deze uitkering straks niet zes, maar maximaal 15 maanden meenemen naar hun woonland. Bij deze nieuwe afspraken, waar Nederland ook tegen was, hebben de meeste lidstaten en hun werknemers juist baat.

Ook ontstaat het recht op een WW-uitkering straks niet al na een dag werken in dat land, zoals nu, maar pas een maand – al had het kabinet zes maanden gewild.

Volgens de Europese Commissie is het pakket in het algemeen goed voor het aanpassen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. En dan er is nog een verschil. Dat er geen controle is op de inspanningen van WW-gerechtigden om werk te vinden, druist in Den Haag in tegen een brede politiek consensus. In veel andere landen wordt de WW in de eerste plaats als een recht gezien.