Opinie

Spaans debat over Azteken was altijd al actueel

Spaanse koloniën Mensenrechten speelden al in de zestiende eeuw een hoofdrol tijdens het debat over Spaanse veroveringen in Mexico, schrijft .

La Noche Triste, conquistador Hernán Cortés lijdt zware verliezen in de kanalen rond Tenochtitlan, tijdens de Spaanse aftocht uit de Azteekse hoofdstad in 1520 – maar hij zal terugkeren en de stad vernietigen.
La Noche Triste, conquistador Hernán Cortés lijdt zware verliezen in de kanalen rond Tenochtitlan, tijdens de Spaanse aftocht uit de Azteekse hoofdstad in 1520 – maar hij zal terugkeren en de stad vernietigen. Illustratie Nastasic

De president van Mexico eist excuses van Spanje voor de excessen tijdens de Spaanse inval in Mexico, nu bijna vijfhonderd jaar geleden. Toen vernietigde Hernán Cortés de beschaving van de Azteken, met behulp van lokale bondgenoten die de gelegenheid aangrepen om het Azteekse juk af te schudden. De Spanjaarden gebruikten kanonnen tegen een volk dat alleen beschikte over wapens van hout en steen. Tenochtitlan, een prachtige stad van meer dan honderdduizend inwoners, werd met de grond gelijk gemaakt, waarna de Spanjaarden een systeem van dwangarbeid vestigden dat sterk op slavernij leek.

De Spaanse premier Sanchez reageerde gepikeerd: de verovering van Mexico [dient] „niet beoordeeld te worden in het licht van hedendaagse opvattingen”. Op het eerste gezicht lijkt dat aannemelijk. Maar dat is het niet. De principiële kritiek op het Spaanse optreden in Amerika begon namelijk al aan het begin van de zestiende eeuw. In 1511, acht jaar voor de inval in Mexico, hield de dominicaanse geestelijke Antonio de Montesinos een donderpreek tot de kolonisten op het eiland Hispaniola, de toenmalige zetel van het Spaanse koloniale bestuur, dat nu Haïti en de Dominicaanse Republiek omvat. „U begaat een doodzonde”, zei hij, „door de wreedheid en tirannie waarmee u dit onschuldige volk teistert. [...] Zijn zij geen mensen? Hebben zij soms geen rationele zielen? [...] Realiseert u zich wel dat door zo te handelen u net zo min het eeuwig heil deelachtig kunt worden als Moren en Turken?”

Lees ook: Mexico wil Spaanse excuses voor ‘excessen’ verovering

Montesinos’ preek was het begin van een reeks protesten tegen het roof- en moord-kolonialisme. De belangrijkste criticus was Bartolomé de Las Casas die zich opwierp als beschermheer van de ‘indianen’. Hij waarschuwde de kolonisten dat zij als christenen verplicht waren de inheemsen als medemensen te behandelen. De gemoederen liepen uiteindelijk zo hoog op dat het Spaanse hof zich er mee ging bemoeien. In 1550 riep Karel V een vergadering over de kwestie bijeen in Valladolid. Daar verdedigde Las Casas het goed recht van de inheemse bevolking, terwijl de jurist Juan Ginés de Sepúlveda de zaak van de kolonisten bepleitte. Het debat werd gevoerd ten overstaan van Karel V, de leden van de ‘Raad van de Indiën’, en de belangrijkste juristen en theologen van Spanje.

Volgens Sepúlveda waren de „Amerikaanse barbaren” van nature ondergeschikt aan de Spanjaarden, net als kinderen aan volwassenen en vrouwen aan mannen. Zij waren volgens hem „natuurlijke slaven” zoals Aristoteles deze gedefinieerd had. Voor hun eigen bestwil dienden zij onder het gezag van beschaafde autoriteiten geplaatst te worden, ook om ze te bekeren tot het ware geloof.

Lees ook: Mensenharten om de zonnegod te voeden

Las Casas bracht daar tegenin dat de inwoners van Mexico voor de komst van de Spanjaarden goed bestuurde staten, met eigen gebruiken, wetten en godsdiensten hadden. Zij voedden hun kinderen uitstekend op en voldeden in alle opzichten aan Aristoteles’ criteria voor beschaving. Hoe zouden de Spanjaarden reageren als zwaar bewapende gardes van een ander continent Spanje zouden binnenvallen, vroeg hij zijn gehoor. De inwoners van Mexico, concludeerde hij, waren geen „barbaren” of „wilden” maar beschaafde mensen wier rechten gerespecteerd dienden te worden. Bij hun bekering tot the ware geloof mocht geen dwang gebruikt worden.

De vergadering kon het niet eens worden, maar gaf Las Casas wel toestemming zijn pleidooi te publiceren terwijl Sepúlveda die niet kreeg. Het Kort Verslag van de Vernietiging van de Indiën, dat Las Casas in 1552 publiceerde, werd vertaald en bereikte een Europees publiek. Het debat laat zien dat een veroordeling van het Spaanse optreden juist niet anachronistisch is. De reactie van de Spaanse regering op het Mexicaanse verzoek kan op twee manieren geduid worden. Het is mogelijk dat Madrid niet goed op de hoogte is van de Spaanse geschiedenis. Het kan ook dat ze de bovenstaande geschiedenis wel kent, maar er om politieke redenen over zwijgt. We kunnen dus kiezen tussen onwetendheid en kwade trouw.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.