Simpelweg het beste wat de eredivisie op de been kan brengen

Ajax-PSV Het duel tussen Ajax en PSV heeft zondag geen benaming nodig. De belangen spreken voor zich.

Spelers van PSV vieren een goal tijdens de 3-0 overwinning in de thuiswedstrijd tegen Ajax eind september.
Spelers van PSV vieren een goal tijdens de 3-0 overwinning in de thuiswedstrijd tegen Ajax eind september. Foto ANP

Het is woensdag, dus wandelt André Ooijer in korte broek over het trainingscomplex van PSV. Drie dagen per week is hij commercieel medewerker in pak, de andere drie dagen lid van de technische staf bij PSV. Een hybride mens op de Herdgang. Bakkerszoon uit de Amsterdamse Spaarndammerbuurt, opgeleid bij Ajax. Maar hij speelde bijna tien seizoenen voor PSV, woont in Eindhoven en is schoonzoon van Willy van de Kerkhof. „Niet iedereen kan overal aarden. Maar alles in mijn hart is voor PSV, daar hoef ik niet omheen te draaien.”

Hij moet over de rivaliteit tientallen verhalen hebben, maar iets bijdehands over Ajax – „daarvoor heb je echt de verkeerde”, zegt hij. Hij sloot zijn carrière ook af in Amsterdam. „Het zijn gewoon twee mega-mooie clubs.”

Ooijer verloor, leggen we hem voor, in al die jaren bij PSV nooit van Ajax in de competitie. „Ik had het er net over met de staf, want ik moest meteen denken aan die bekerfinale.” Zijn eerste seizoen, 5-0 verloren. „Maar we waren vaak de baas, dat klopt wel. Wat wil je: we zijn vijf keer kampioen geworden in een periode van zeven jaar.” Grijns: „Dan win je dus ook van Ajax. Ik kan me geen wedstrijd herinneren dat je dacht van: oe, kijken of we daar met een gelijkspelletje weg kunnen komen. Dat zat niet in het systeem, waar we ook naartoe gingen. Amsterdam niet, nergens niet. We hadden een ploeg waarin iedereen wist wat ’ie moest doen: zorgen dat je het publiek zo snel mogelijk stil krijgt.”

En dat deed hij, als rechtsback, op 20 maart 2005 in de 25ste minuut met een rush naar voren, een handigheidje op de achterlijn, voorzet op Phillip Cocu: 1-0. Een hattrick van huidig hoofdcoach Mark van Bommel daarna bezorgde Ajax de grootste thuisnederlaag ooit: 4-0. Vier jaar daarvoor werd PSV al, als enige Nederlandse club, Ajax de baas in totaal aantal onderlinge eredivisieduels. „Het is mooi dat je als club zo ver bent gekomen dat je niet bang hoeft te zijn om naar Amsterdam te gaan”, zegt Ooijer.

Ajax tegen PSV, PSV tegen Ajax. Het zijn, vaak, de belangrijkste duels van het jaar. Maar hoe noemen we hem? De Kampioenskraker (Fox Sports), de ‘Slag om de Schaal’ covert Voetbal International deze week. Duels tussen Ajax en PSV, er is geen boek over geschreven, niemand heeft zelfs de moeite genomen om er – zoals voor de Klassieker – een Nederlandstalige Wikipedia-pagina voor aan te maken. Die bestaat wel in het Engels, Spaans, Hongaars, Pools en Frans; alle vijf reppen van ‘De Topper’. In tegenstelling tot de wedstrijden tussen Feyenoord en Ajax, zo staat in de Franstalige Wiki-versie, „is er geen andere dimensie dan de sportieve” bij ‘Le Meilleur’ tussen Ajax en PSV.

Foto Olaf Kraak/ANP

Minder haat en nijd

Daar zit een kern van waarheid in. Ooijer noemt de wedstrijden beladen om de goede redenen. „Het is minder die haat en nijd dan bij Ajax en Feyenoord.” Het is een pure competentiestrijd tussen de beste clubs van Nederland. De enige echte topper tussen de clubs die grofweg de laatste veertig jaar de dienst uitmaken.

Saillant is dat de KNVB, naar eigen zeggen onbewust [zie onderaan], meehelpt aan het oppoken van de sportieve relevantie van de ‘Kampioenskraker’. De speelkalender van de tweede seizoenshelft is al jaren zo dat Ajax en PSV elkaar in de cruciale fase van het seizoen treffen. In de laatste veertien seizoenen speelden de twee clubs elf keer tegen elkaar in de laatste acht speelronden, de weken waarin het er echt om spant, en slechts één keer troffen ze elkaar na de winterstop voor half maart. Ter vergelijking: de Klassieker werd in die periode (vanaf 2006) slechts één keer gespeeld in de eindfase van de competitie en liefst zeven keer in januari, vlak na de winterstop. De speeldata van duels tussen PSV en Feyenoord zijn door de jaren heen wel gelijkmatiger.

Juist omdat de sportieve belangen evident zijn, is het onnodig om de rivaliteit te benadrukken door iets als een naam voor de tweestrijd, zegt sporthistoricus Jurryt van de Vooren. Volgens hem is de nadruk op de term ‘Klassieker’ juist sterker geworden naarmate de clubs internationaal minder te zeggen kregen. „Het maatschappelijk belang wordt meer naargelang de sportieve kracht minder is. Het is een vervanging voor het gemis aan internationaal succes, vooral bij Feyenoord.”

Feyenoord en Ajax waren in de jaren 70 vlak na elkaar de beste van Europa. Daarom ging het in de ontmoeting op competitieniveau om welke van de twee nu écht de beste was. Juist toen was het een echte klassieker, zegt Van de Vooren, maar werd hij niet zo genoemd. Dat gebeurt volgens hem pas sinds de jaren 90.

PSV-supporter Arend Jan Heerma van Voss, oud-presentator en journalist voor onder meer NRC, schreef in 1993 over zijn „redelijk aangepast leven te midden van Ajax- en Feyenoordfans, die vaak niet eens zoveel aan je merken: PSV hoeft niet voortdurend van de daken geschreeuwd te worden”. PSV drong gestaag maar overtuigend door tot de elite die gevormd werd door de Randstedelijke topclubs, met de Europa Cup I in 1988 als definitieve doorbraak. Even daarvoor waren Ronald Koeman en Gerald Vanenburg losgeweekt bij Ajax. Rond de eeuwwisseling loste PSV Feyenoord af als nummer twee in het eeuwige puntenklassement in de eredivisie. Ook wonnen de Eindhovenaren na 1975 meer landstitels dan Ajax.

Toch heerst in en rond Eindhoven een onderstroom van miskenning, constateerde Aad de Mos, oud-trainer van PSV en Ajax, afgelopen week in Veronica Magazine. „Ajax wordt nog altijd door iedereen gezien als dé club van Nederland. Ook internationaal. Dat vinden ze in Eindhoven niet leuk.”

Dat Ajax en Feyenoord meer aandacht krijgen in landelijke media is tot daaraantoe, al neemt het soms extreme vormen aan. Zoals bij het voetbalpraatprogramma Studio Voetbal op 8 mei 2016. PSV won de landstitel nadat Ajax gelijkspeelde bij De Graafschap en de uitzending ging vooral over dat laatste. Dat de afgang van Ajax in Doetinchem appelleerde aan de belangrijkste sportemoties „maakt nog niet goed dat een groot en mondig deel van de kijkers zich afgelopen zondag slecht bediend voelde”, oordeelde ombudsman Margo Smit.

Toch laaft PSV zich ook aan het regionale karakter. Na 34 jaar Philips op het shirt is met een onderbreking van drie jaar weer een Brabants merk aan zet met de sponsordeal die afgelopen week rondkwam. Volgend jaar prijkt ‘Metropoolregio Brainport Eindhoven’ op de borst: een bundeling van vijf bedrijven – Philips, ASML, VDL, Jumbo, High Tech Campus – uit de regio, die weliswaar landelijk dan wel mondiaal opereren. Een onbekende andere potentiële hoofdsponsor is afgewezen, volgens PSV-directeur Toon Gerbrands omdat deze niet „bij onze waarden paste”.

Foto Stanley Gontha/ANP

Weinig steun boven de rivieren

Net als sponsoren komen ook supporters van PSV uit de regio. Onderzoek uit 2014 van Tubantia naar de afkomst van seizoenkaarthouders van clubs ondersteunt dat: ten noorden van de grote rivieren blijft er van de supportersdichtheid weinig over bij PSV. Bij Ajax en Feyenoord komen seizoenkaarthouders uit heel Nederland. Feyenoord heeft onder achttienplussers dubbel zoveel sympathisanten als PSV, bij Ajax is het zelfs keer drie, blijkt uit onderzoek van eind 2018 door marketingbureau Nielsen Sports.

Toch ontloopt volgens Fox Sports de belangstelling van de Klassieker en duels tussen Ajax en PSV elkaar de afgelopen jaren nauwelijks. Alleen Ajax-Feyenoord (3-0) van afgelopen najaar, met de rode kaart voor Jeremiah St. Juste na vijf minuten, viel uit de toon door afhakende kijkers, aldus een woordvoerder. De andere laatste drie Klassiekers en Toppers braken de kijkcijferrecords van de betaalzender: steeds meer dan een miljoen.

Het sportieve gewicht compenseert het gebrek aan sociologische rivaliteit. De Klassieker is voor het hart, de Topper voor het hoofd. Als symbool voor de strijd om de landstitel.