Foto Dhiraj Singh/Bloomberg

‘Naar de ruimte? Een dag als alle andere’

Interview Rakesh Sharma India stuurt in 2022 een man naar de ruimte. De vorige, en eerste, Indiase astronaut ging 35 jaar geleden omhoog. Deze held koestert de herinnering, maar kijkt inmiddels met meer zorg naar de aarde.

Het is even zoeken naar de man die Indiase geschiedenis in de ruimte schreef. „Kom naar Coonoor”, had Rakesh Sharma gemaild. „Een stukje hemel op aarde.”

De oud-astronaut kan het weten, en dus leidt de reis naar het zuiden van India waar het landschap bepaald wordt door golvende heuvels met heldergroene theeplantages. Een tuktuk, een telefoontje en wat wijzende vingers zijn nodig om de onopvallende afslag te vinden die steil omhoog buigt naar Sharma’s huis.

Op deze heuveltop bouwden de 70-jarige testpiloot in ruste en zijn vrouw Madhu hun droomhuis. Rode bakstenen, gemaakt van de aarde waarover hun luid keffende teckel Kali rondrent, daarboven gele dakpannen en een goot die het water dat tijdens de moesson uit de hemel klettert naar een grote ton voert. „Regenwater is zoet en puur en fantastisch”, zegt Sharma als ware hij een enthousiaste verkoper.

Het plan was met hem te praten over de verrassende belofte die premier Narendra Modi afgelopen zomer deed. In diens toespraak voor India’s Onafhankelijkheidsdag, 15 augustus, hoorde Sharma de premier tussen de gebruikelijke beleidspraatjes plots praten over een droom. „In 2022, of misschien zelfs daarvoor, zullen enkele van onze jongens en meisjes de driekleur in de ruimte ontvouwen.”

Lees meer over India's ambities in de ruimte: India voor een habbekrats de ruimte in

Precies dat deed Sharma deze maand 35 jaar geleden. Door aan boord van een Russisch ruimtevaartuig te stappen werd hij een nationale held. Maar wat het begin van een nieuw hoofdstuk had kunnen zijn voor India’s toen nog bescheiden ruimteprogramma, bleef ruim drie decennia hangen op deze bladzijde. Nog altijd is Sharma niet alleen ’s lands eerst astronaut, hij is ook de enige.

Uitputting

Daar lijkt nu verandering in te komen. Eindelijk, had Sharma kunnen denken. Maar dat doet-ie niet. Niet echt. „Ik maak me zorgen”, zegt hij als hij plaatsneemt op een plastic tuinstoel met uitzicht op de heuvels. „Iedereen praat nu over het exploiteren van de ruimte. Over grondstoffen op de maan, op Mars, van asteroïden die voorbijkomen.” Kijk wat dat op aarde teweeg heeft gebracht, zegt hij.

„De uitputting, het geweld als gevolg van hebzucht en blindelings najagen van winst. Gaan we dat nu naar de ruimte exporteren? Gaan we lijnen trekken zoals op Antarctica en zeggen: wat ik hier haal is alleen voor mij?”

Sharma spreekt met een dictie even gedistingeerd als de zalmroze spencer die hij ondanks de felle zon over zijn hemd draagt. Zijn woorden kiest hij zorgvuldig, met pauzes die de ernst van de zaak moeten benadrukken. Zo dacht hij niet altijd, zegt hij. „Ik was een testpiloot, ik vloog gevechtsvliegtuigen. In mijn wildste dromen had ik niet gedacht dat ik de ruimte in zou gaan. Maar wanneer je dat doet, zie je hoe alles met elkaar is verbonden.”

Hij was zes toen een neef van zijn moeder, net toegetreden tot de Indiase luchtmacht, hem in een Vampire zetten, een Brits gevechtsvliegtuig. Sharma was meteen verkocht. Dat de neef zes maanden later omkwam bij een crash, veranderde niets aan zijn vastbeslotenheid op een dag zelf zo’n vliegtuig te besturen. Zodra hij oud genoeg was, 18 jaar, meldde hij zich voor de test die zijn droom kon maken of breken.

Het werd dat eerste. „Ik heb het geluk gehad dat alles mij snel en op jonge leeftijd is overkomen”, zegt Sharma. Nog maar 18: zijn eerste solovlucht. op z’n 21ste: geselecteerd als gevechtspiloot. Nog voor zijn 23ste verjaardag had hij zijn eerste oorlog – tegen Pakistan, over wat nu Bangladesh is – erop zitten. Als 25-jarige werd hij gepromoveerd tot testpiloot, een eliteclubje dat als eerste gloednieuwe vliegtuigen en technologie mag uitproberen.

En toen kwam het aanbod van Rusland, begin jaren 80. Sharma: „De Koude Oorlog was gaande en de Russen wilden de wereld laten zien dat die grote democratie India aan hun zijde stond.” Of ze geen astronaut mee wilde sturen met hun Soyuz T-11? ISRO, India’s eigen ruimteprogramma, beperkte zich toen tot satellieten. „Dus mevrouw Gandhi [toenmalig premier Indira Gandhi] kwam naar ons.”

Sharma en zijn collega-piloten hadden in eerste instantie geen idee. „Het was allemaal erg hush hush. ‘Wil je je voor iets interessants opgeven? Je hoort later wel wat’.” Hij kon zijn geluk niet op toen het om een ruimtevlucht bleek te gaan. Na allerlei medische testen – „Ik heb iedere denkbare scopie gehad” – waren twee van de tientallen kandidaten over: Sharma en Ravish Malhotra.

Beiden verhuisden met gezin en al naar Star City, een trainingsfaciliteit nabij Moskou, waar ze anderhalf jaar bleven. Sharma: „Belangrijker, twee winters. Het was er minus 30.” Hij leerde Russisch, maar veel gebruiken kon hij het niet. „Er was een IJzeren Gordijn, mensen waren niet erg open in die dagen. Met ons omgaan mocht alleen voor zover noodzakelijk.”

Dat de keuze uiteindelijk op hem viel – Malhotra werd achtervang – moet vooral niet te groot worden gemaakt. „We deden gewoon ons werk.” Op 3 april 1984 stapte de toen 35-jarige Sharma met twee Russen in een raket die hen omhoogschoot met een snelheid die al zijn eerdere vluchten tot een busrit reduceerden. Voor Sharma was het na al die training „een dag als alle andere. Mijn hartslag was 60.”

Nationaal prestige

Waar hij niet op was voorbereid: de ophef na hun terugkeer op aarde, acht dagen later. „De hel brak los.” Als een trofee werd India’s nieuwbakken held het land door gesleept. Er kwamen – net als nu – verkiezingen aan, zegt Sharma. De jonge, knappe astronaut was ideaal campagnemateriaal. Maandenlang bestond zijn leven uit hotelkamers, praatjes, handtekeningen en foto’s. Nog steeds klampen mensen hem aan, vertelt hij. „Ik ben er nog steeds niet aan gewend.”

Praatjes houdt Sharma ook nog. Bij studenten, grote bedrijven. De inhoud is met de jaren veranderd. Ja, India zag er vanuit de ruimte glorieus uit. Het groen van de jungles in Kerala, de gouden woestijnen in Rajastan, de Himalaya’s waarover een paarse gloed hangt, omdat het zonlicht de valleien niet bereikt. „We hebben het allemaal.” Maar, zegt hij dan, zie wat we met haar doen, wat we met onze planeet doen.

Natuurlijk is hij trots dat voor de ingenieurs van ISRO een bemande ruimtevlucht ‘Made in India’ geen onhaalbaar doel meer is. „Maar ik heb nog geen verklaring gezien waarin ze uitleggen waarom ze dit willen doen. Tot nu toe is, ook door de regering, vooral het nationale prestige benadrukt. Ik hoop oprecht dat het meer is dan alleen dat.”