Oost-Europese arbeidsmigrant dupe van slechte werkomstandigheden in Westland

Oost-Europese migranten in Nederland worden uitgebuit, blijkt uit onderzoek van NRC.

Robin van Lonkhuijsen

Oost-Europese migranten die werken in het Westland hebben op grote schaal te maken met slechte woonomstandigheden in omliggende gemeenten. Ze betalen extreem hoge huren die de werkgever van het loon aftrekt, en allerlei aanvullende kosten die op het salaris worden ingehouden.

Lees ook het achtergrondverhaal: Hoe de arbeidsmigrant een melkkoe werd

Dat blijkt uit onderzoek van NRC naar de woon- en arbeidsomstandigheden van met name Polen en Roemenen in het Westland.

Acht jaar geleden noemde een parlementaire onderzoekscommissie het al „onacceptabel” dat migranten worden „onderbetaald” en te veel betalen voor slechte woningen. Sindsdien is het aantal Oost-Europese migranten alleen maar toegenomen, terwijl misstanden aanhouden. Er zijn ongeveer 350.000 Polen in Nederland, van wie de helft heen en weer reist naar Polen. Er zijn ook steeds meer Roemeense, Bulgaarse en Moldavische arbeidsmigranten.

De ‘seizoensarbeiders’, die het hele jaar door in de kassen werken, zijn veelal laagopgeleid en afhankelijk van het uitzendbureau dat ze naar Nederland heeft gehaald. Wie protesteert tegen misstanden, loopt het risico zijn baan of huis te verliezen. Sommige hulpverleners spreken van ‘moderne slavernij’.

Er gaat jaarlijks ongeveer tien miljard euro om in de glas- en tuinbouwsector die zich uitstrekt van de Zuid-Hollandse eilanden tot Noord-Holland-Noord.

De meeste grote uitzendbureaus regelen het onderdak voor hun buitenlandse ‘flexwerkers’, van wie velen al meer dan tien jaar lang in Nederland werken. De uitzendkrachten klagen over frequente controles van hun woningen en schending van hun privacy. Op overtreding van regels staat een boete: een slecht schoongemaakt huis, een verloren sleutel, vlekken op een matras, haren in een doucheputje, bezoek van vrienden.