‘Maar er zijn nog helemaal geen tulpen’

De Toerist Steeds meer buitenlandse toeristen bezoeken Nederland, in 2018 ruim 19 miljoen. Wie zijn het?

Jessica Giardina uit Italië.
Jessica Giardina uit Italië. Pepijn Keppel

‘Crepacuore’, tikt de Italiaanse Jessica Giardina (25) in op Google Translate. Liefdesverdriet, geeft de zoekmachine als vertaling. Ze was zichzelf kwijtgeraakt nadat haar relatie eindigde, begin dit jaar. Ze ging niet meer naar haar werk bij doe-het-zelfzaak Leroy Merlin, lag dagen in bed, at nauwelijks. En nu zit ze op een bankje aan de Grote Markt in Haarlem.

Waarom Nederland? „Waarom, waarom”, herhaalt Giardina. Haar vrienden wilden naar Fuerteventura, maar Giardina wilde alles behalve naar de Canarische Eilanden. Ze heeft niets met hagelwitte zandstranden. In plaats van een week op het strand met vrienden boekte ze in een impulsieve bui een ticket naar Amsterdam. Thuis in Venetië staat op haar bureau een ansichtkaart met een afbeelding van een tulpenveld in de Bollenstreek. „Dat is misschien wel waarom.”

Het is fijn om Amsterdam even te ontvluchten

Maar Giardina bleek te vroeg voor de tulpen, vertelde een hotelmedewerker haar bij aankomst. Voor vertrek had ze niet opgezocht wanneer het tulpenseizoen begint – meestal ergens halverwege april. „Achteraf onhandig”, geeft ze toe. „Maar waarom zou je iets op een ansichtkaart zetten als je er niet het hele jaar heen kan?”

Nu de tulpen nog in de grond zitten, heeft ze tijd over. Ze kocht een notitieboekje, een pen en een meerdaagse treinkaart. In het boekje stelt ze zichzelf vragen, zoals waarom ze zo weinig zelfvertrouwen heeft en waarom ze op aarde is. Antwoorden heeft ze niet. Daar brengt ook de Grote Markt van Haarlem geen verandering in. „Maar het is wel fijn om Amsterdam even te ontvluchten. Er zijn te veel toeristen. Je weet gewoon niet waar je moet lopen.”

Giardina hoopte eigenlijk wel antwoorden te vinden. „Je hoort toch altijd dat mensen gaan reizen om zichzelf te vinden, om zichzelf te leren kennen. Misschien zoek ik op de verkeerde plek. Misschien moet ik helemaal niet zoeken.” Die laatste zin schrijft ze op.