Leger kan niet meer neutraal blijven

Machtswisseling Algerije Legerleider Salah zette deze week een stap om president Bouteflika naar de uitgang te bewegen. De vraag is wie hij dán moet steunen.

De Algerijnse President Bouteflika en legerleider Salah op een militaire parade nabij de hoofdstad Algiers, in 2012.
De Algerijnse President Bouteflika en legerleider Salah op een militaire parade nabij de hoofdstad Algiers, in 2012. Foto Anis Belghoul/AP

De Algerijnse strijdkrachten, al decennia de machtigste en meest gerespecteerde instelling van het land, zitten met een probleem. Vele honderdduizenden Algerijnse burgers zijn de voorbije weken de straat opgegaan om hun afkeer te betuigen van het bewind van president Bouteflika en zijn entourage. Moeten de generaals daarom nu ook hun handen aftrekken van een regime, waarmee ze zelf al ruim twintig jaar nauw samenwerken?

Anders dan hun collega's in Egypte in 2011 wil de Algerijnse legerleiding in geen geval het vuur openen op de demonstranten. „Een gewapende confrontatie met de bevolking is een nachtmerrie voor hen”, zegt Brahim Oumansour, een analist van Algerijnse oorsprong van de Franse denktank IRIS, telefonisch uit Parijs.

„Maar er is een compleet wantrouwen tussen de politieke leiders en de bevolking ontstaan en die crisis kan niet lang voortduren”, zegt Oumansour. „De militairen zullen dus snel wat moeten doen om hun geloofwaardigheid bij het volk te bewaren.”

Ook de legerchef, generaal Ahmed Gaïd Salah (79), besefte dat. Nadat hij eerder had verklaard dat de strijdkrachten altijd aan de kant van de bevolking staan, werd hij dinsdag concreter. Hij zei dat een constitutionele bepaling moet worden ingeroepen die het mogelijk maakt Bouteflika uit zijn ambt te zetten omdat hij dat fysiek niet aankon. De president is sinds een beroerte in 2013 niet meer in het openbaar verschenen. Met Salahs suggestie lijken Bouteflika’s dagen als staatshoofd geteld.

Niet te openlijk ingrijpen

Maar veel betogers vonden dat de militairen hiermee onvoldoende afstand namen van Bouteflika en vrezen dat hij wordt opgevolgd door een ander uit zijn entourage. Het oude systeem, waarbij een kleine elite van politici, zakenlieden én hoge militairen de grote olie-inkomsten verdeelde, zou zo worden voortgezet.

De generaals willen echter niet te openlijk ingrijpen. „Het Algerijnse leger probeert uit alle macht zijn neutraliteit te handhaven”, zegt Oumansour. „De militairen spelen liever de rol van bemiddelaar dan van actieve speler in de politiek.” Maar ook Oumansour meent dat ze er niet aan ontkomen hun zegen te geven aan nieuwe gezichten in de politiek.

De generaals moeten daarbij ook rekening houden met de voorkeuren van jonge officieren. Oumansour: „Die zijn vaak beter opgeleid dan hun superieuren en minder getekend door hun ervaringen tijdens de onafhankelijkheidsstrijd tegen Frankrijk en de strijd tegen de islamitische fundamentalisten van de jaren ’90. Die officieren voelen zich sterker met de bevolking verbonden en staan sympathiek tegenover hervormingen.”

Achter welke nieuwe leiders de strijdkrachten zich zouden moeten scharen, kan Oumansour niet zeggen. De kracht én de zwakte van de betogingen is dat ze breed gedragen worden maar duidelijke leiders ontberen. „Dat laatste is niet verwonderlijk”, aldus Oumansour. „Ruim twee decennia werden de politiek en de media volledig gecontroleerd door de staat. De bevolking heeft al die tijd geen oppositieleiders gezien. Maar die zullen er na enige tijd vanzelf wel komen.”