Opinie

Kracht der zotheid

Hugo Camps

Na de klimmers (Gesink, Kruijswijk, Dumoulin) en de rouleurs (Terpstra, Mollema) neemt het Nederlandse cyclisme de bocht naar sprintgeweld. Dylan Groenewegen degradeert collega-sprinters à la carte. Daarbij offert hij niet op het altaar van schoonheid, winnen is het enige. Na Djamolidine Abdoesjaparov is Groenewegen misschien wel de lelijkste sprinter uit de sprinthistorie. Jerommeke Blijlevens was een saletjonker vergeleken met de Jumborenner. Dylan sprint op de breedte van een hondenkar met bedrieglijke scherpte. Een halve kop groter en hij was wellicht buitenwipper van een dancing geweest.

Maar dus op dit ogenblik de beste sprinter van het peloton. Viviani en Gaviria komen lengtes tekort. De lieveling van het publiek, zoals Jeroen Blijlevens destijds, is hij nog niet, maar dat kan niet lang meer uitblijven. Nederlandse ploeg, Nederlandse fightspirit, Nederlandse teksten van gehakt stro; de identificatie voltooit zich in snel tempo.

In Milaan-Sanremo klauterde Groenewegen mee met de favorieten de Cipressa over. De Poggio lukte maar half. Maar hij had wel laten zien dat een paar bulten in het parcours hem niet van de wijs brengen. Luttele dagen later demonstreerde hij een ongezien machtsvertoon in een Belgische waaierkoers.

Dylan Groenewegen doet mij denken aan de mooiste ras-sprinter die het Nederlandse cyclisme heeft gekend. De Leidse notariszoon Gerben Karstens was sluwer dan de duivel. Twee klassiekers werden hem ontnomen wegens doping. In de Tour won hij de prestigieuze etappe op de Champs-Elysées, naast zes ritten in La grande boucle. De Karst was een genie in timing. Hij wist wanneer hij moest weggaan uit een vluchtersgroep. Uit zijn wiel demarreren was een hopeloze onderneming, in solo’s duldde de sprinter van Peter Post geen gezelschap.

Zo kleurrijk als de figuur van de Karst zal Dylan Groenewegen nooit worden. Hoeft ook niet. Er wordt tegenwoordig te hard gefietst om nog tijd te verspillen aan de parafernalia van de koers. Zie de bekkies van de renners en er valt nog weinig schater te ontwaren. Na de wedstrijd zijn ze al helemaal doctorandus geworden. Sommigen doctorandus Verdriet.

Dylan Groenewegen kan zich nog iets voorstellen bij de honger naar aanraking van het dagjesvolk. Niet dat hij zich na de koers uitgebreid laat bepotelen, maar een omhelzing kan altijd, wel met de mond in de nek. Aan zijn lippen ontsnapt niets, geen natte zoen, geen gevleugelde tekst. Hij staat daar altijd een beetje wezenloos te verlangen naar de hooimijt achter het huis, of zoiets.

Groenewegen is de absolute favoriet om Peter Sagan op te volgen als winnaar van Gent-Wevelgem. Hij heeft er ook de ploeg voor. De mannen van Jumbo-Visma zijn niet langer een zootje ongeregeld, Zij hebben voor een kopman leren rijden. Met aftrek van Tom Dumoulin is Jumbo even goed gewapende voor klinkende resultaten als Sunweb. Van lelijk kneusje gegroeid tot luxefactor.

Met Gent-Wevelgem is het startsein gegeven voor de grote klassiekers als de Ronde en Parijs-Roubaix. Fröbelen kan niet meer. De kasseien worden scherprechter in een onverbiddelijke slijtageslag. Het rijk van de sprinters is voorlopig voorbij, zou je denken. Leve het koninkrijk van de veldrijders Van der Poel en Van Aert. Dylan Groenewegen kan nochtans perfect tussen de plooien van de rococosterren fietsen. Als hij zijn plofkuiten opblaast loopt er meteen een siddering door het peloton. Soms volstaat dat om een grand cru-klassieker te winnen.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.