Jeugdcriminaliteit daalt verder, maar waardoor?

Bijna 160.000 mensen werden vorig jaar door de politie verdacht van het plegen van een misdrijf. Ruim 8 op de 10 waren man, 1 op de 10 was minderjarig. Dat bleek donderdag uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De cijfers laten zien dat de daling van jeugdcriminaliteit verder doorzet. In tien jaar tijd daalde het aantal verdachten van 12 tot 18 jaar van 3,9 procent tot 1,3 procent. De afname onder jongens van 12 tot 15 jaar is het opmerkelijkst: maar liefst 70 procent tussen 2008 en 2018.

De daling doet zich ook voor in andere Europese landen, maar lijkt in Nederland sterker te zijn. Waarom de jeugdcriminaliteit daalt, heeft het CBS niet onderzocht. In de vorig jaar verschenen Monitor Jeugdcriminaliteit wordt wel een aantal hypothesen gegeven. Zo zeiden jongeren in 2015 dat hun ouders meer betrokken zijn en meer emotionele steun bieden en zijn ze zelf ook opener geworden over hoe zij hun vrije tijd besteden. Daarnaast zouden ze vaker risicogedrag afwijzen, zoals alcoholgebruik of het verlaten van school zonder een diploma.

De onderzoekers merken wel op dat de daling ook kan samenhangen met het feit dat de politie minder prioriteit geeft aan de opsporing van jeugdcriminaliteit en dit dus minder registreert.