India voor een habbekrats de ruimte in

Ruimtevaart Door een satelliet neer te schieten meldde India zich deze week als grootmacht in de ruimte. Met een bemande maanvlucht in 2022 bindt het de strijd aan met China, Rusland en de VS.

Lancering van een Indiase raket in juni 2017, vanaf de basis op Sriharikota. De PSLV-C38 bracht 31 satellieten in een baan om de aarde, waarvan 29 buitenlandse.
Lancering van een Indiase raket in juni 2017, vanaf de basis op Sriharikota. De PSLV-C38 bracht 31 satellieten in een baan om de aarde, waarvan 29 buitenlandse. Foto ISRO/EPA

Op een vroege ochtend in juli vorig jaar plonsde op enkele kilometers van de bewoonde wereld een belvormig onbemand gevaarte in de Baai van Bengalen. Verderop, in een controlekamer op het kusteilandje Sriharikota, barstte gelijktijdig applaus los. De ontsnappingsmodule die astronauten naar veiligheid moet katapulteren als iets misgaat bij hun lancering, werkte volgens het boekje.

De test, die precies 259 seconden duurde, bracht de klappende wetenschappers een stap dichter bij wat ooit onwerkelijk leek: India’s eigen bemande ruimtevlucht.

In 2022 moet het zover zijn. Althans, dat is de deadline die premier Narendra Modi afgelopen zomer noemde. Bij de Indian Space Research Organisation (ISRO) namen ze die uitdaging graag aan. Het zou niet voor het eerst zijn dat ’s lands ruimteprogramma, dat dit jaar vijftig jaar bestaat, het ogenschijnlijk onmogelijke voor elkaar kreeg. En dat voor een spreekwoordelijke habbekrats: dit jaar bedraagt het budget 1,3 miljard euro.

Nieuwe ruimteorde

In een land waar miljoenen in armoede leven, is dat nog altijd een flinke smak geld. Maar ISRO is niet zomaar een overheidstak. Zij is het symbool van India’s tomeloze ambities, een verzameling briljante ingenieurs die bewijzen dat zij ondanks die armoede óók een van ’s werelds snelst groeiende economieën is die zich niet alleen op aarde met ‘de groten’ kan meten. En dan vooral met China.

Dat werd woensdag opnieuw duidelijk. Live op nationale televisie verkondigde premier Modi het volk trots dat India was toegetreden tot een eliteclub na een succesvolle test met een antisatellietraket. De overige leden: de VS, Rusland én China.

De twee Aziatische reuzen zijn beide vastbesloten een leidende rol te spelen in wat de nieuwe ruimteorde wordt genoemd: wanneer een ruimtestation op de maan wordt gebouwd en Mars wordt gekoloniseerd. De Chinezen lopen vooralsnog voor. Zo stuurden zij vijftien jaar terug voor het eerst een astronaut omhoog.

„Wij zijn op geen enkele manier minder dan China”, bezwoer ISRO-topman Kailasavadivoo Sivan een tijdje terug. Als de bemande missie straks een succes is al helemaal niet.

Lees ook het interview met India's eerste en enige ruimtevaarder: ‘Naar de maan? Een dag als alle andere’

India heeft dan een flinke sprong gemaakt sinds Vikram Sarabhai zijn visie deelde. ISRO’s grondlegger stelde begin jaren 60 vast dat India de fantasie miste om met ontwikkelde landen te concurreren in bemande ruimtevaart of de verkenning van planeten, maar dat dit toepassing van geavanceerde technologie niet in de weg mocht staan. Hij zag eigen satellieten als sleutel tot de ontwikkeling van het land.

Netten uitzetten

„Sarabhais droom hebben we waargemaakt”, zegt voormalig ISRO-topman Gopalan Madhavan Nair. Indiase satellieten vertellen vissers tegenwoordig waar ze hun netten moeten uitzetten, ze waarschuwen boeren voor moessons en zorgen ervoor dat pinapparaten werken. Nair: „De economische positie van het land is enorm verbeterd. Waarom dan niet deze kans grijpen om een wereldspeler in de ruimte te worden?” Het is niet voor het eerst dat Sarabhais verwachting wordt overtroffen. Als alles volgens plan verloopt, kijken later deze maand duizenden Indiërs vanaf een tribune op Sriharikota toe hoe de tweede Indiase maansonde wordt gelanceerd.

India’s ruimteprogramma bestond ooit uit amper tweehonderd man en een computer die met een universiteit in Bangalore werd gedeeld. Inmiddels is het uitgegroeid tot een organisatie met zo’n 17.000 werknemers en een eigen platform aan de Indiase oostkust, waarvandaan zelf ontwikkelde raketten en satellieten worden gelanceerd – ook voor andere landen.

Gaandeweg zijn Sarabhais opvolgers groter gaan dromen. Zoals oud-topman Nair. Onder zijn leiding vond in 2008 India’s eerste maanmissie plaats. Die werd historisch, mede omdat de Indiërs als eersten water op het maanoppervlak signaleerden. In 2014 pionierde India opnieuw. Dit keer kreeg het als eerste Aziatische land een sonde in een baan rond Mars.

ISRO vestigde zo haar reputatie, en dat met een notoir krap budget. Premier Modi pocht dan ook graag dat India satellieten de ruimte in stuurt voor minder dan wat de Hollywoodfilm Gravity kostte. Die werd voor 100 miljoen dollar gemaakt. De prijs van India’s marsmissie: 74 miljoen dollar. NASA’s missie naar Mars, die bijna gelijktijdig plaatsvond, was met 671 miljoen dollar bijna tien keer zo duur.

Alternatieve route

Vraag Mylswamy Annadurai wat het geheim is en de vrolijke zestiger gaat rechtop zitten. „De Indiase manier van problemen oplossen”, antwoordt de wetenschapper die beide missies leidde en daaraan de bijnaam ‘Maanman’ overhield. Hij bedoelt: innovatief zijn met beperkte middelen. Zo was de Indiase raket, anders dan die van de Amerikanen, niet krachtig genoeg om de sonde in een keer naar Mars te schieten. Dus berekenden ze een alternatieve route.

Die was misschien langer, zegt Annadurai trots, het werkte wel. Wat ook helpt: lagere arbeidskosten, technologie recyclen (voor de marsmissie werd dezelfde hardware gebruikt als voor de maanmissie) en minder prototypes. Annadurai: „Als je één model maakt in plaats van drie, zul je er alles aan doen om die ene perfect te krijgen.”

De successen betalen zich uit – letterlijk. De jaaromzet van ISRO’s commerciële tak Antrix bedraagt inmiddels omgerekend 260 miljoen euro. Ook de Indiase overheid wordt iets vrijgeviger. Minstens zo belangrijk, volgens de onlangs gepensioneerde Annadurai: de ambitieuze missies trekken nieuw talent. „Wanneer ik op scholen praatjes geef, vraagt niemand naar onze satellieten. Ze beginnen allemaal over de maan, over Mars.” En straks, wellicht, over hun eigen astronauten.