In Syrië wás hij iemand. Hier heeft archeoloog Ghazwan een tijdelijk contract

Gevluchte wetenschappers Archeoloog Ghazwan Yaghi was hoofddocent in Syrië. Na zijn vlucht lukte het hem een NWO-beurs te krijgen. Hij doet nu, vanuit Leiden, onderzoek naar gebouwen in Damascus.

Lamis en Ghazwan Yaghi bij hun huis in Houten.
Lamis en Ghazwan Yaghi bij hun huis in Houten. Foto Annabel Oosteweeghel

Een jaar geleden gebeurde er „iets geweldigs” in zijn leven, vertelt Ghazwan Yaghi: „Toen hoorde ik voor het eerst over een nieuw pilotproject van NWO.” Het ging om onderzoeksgeld voor gevluchte academici, zoals hijzelf: wetenschappers die niet meer in hun eigen land konden blijven. Naar zoiets had hij gezocht sinds hij in 2015 met zijn gezin in Nederland kwam wonen, vanuit Syrië. Maar het bestond niet. En nu stelde onderzoeksfinancier NWO 750.000 euro beschikbaar voor naar Nederland gevluchte wetenschappers die hun onderzoek wilden voortzetten, lazen Ghazwan en zijn vrouw Lamis op de NWO-site. „Heel slim”, zegt Lamis. „Want deze mensen willen in hun vakgebied werken, waarom zou je al die ervaring weggooien? Dit is goed voor Nederland én voor de kandidaten.”

Nóg beter was wat er in januari 2019 gebeurde: toen werd bekend dat Ghazwan een van de twaalf vluchtelingen was die voor een jaar onderzoeksgeld kregen, vanaf maart. „Het is voor mij een soort wonder”, verzucht hij thuis in Houten. „Ik kan afscheid nemen van mijn uitkering en iets van mijn oude leven herstellen.”

Het verhaal achter het gebouw

Ghazwan Yaghi (1970) is gespecialiseerd in islamitische archeologie en zeer succesvol. Hij is geboren in Damascus en deed zijn studie en promotie-onderzoek in Caïro, waar hij naam maakte met zijn visie op de islamitische architectuur. „Ik zie ook wel dat een deur twee meter groot is”, zegt hij, „ik zie de ramen en de minaretten. Maar ik vraag me altijd af: welk verhaal zit er áchter die gebouwen?” In het nieuwe project gaat hij analyseren hoe de Mamelukken in middeleeuws Damascus met hun architectuur hun macht toonden en rechtvaardigden.

In Syrië bekleedde hij verschillende leidinggevende posities bij het Directorate-General for Antiquities and Museums (DGAM): hij was onder meer directeur van het Historisch Museum in Damascus. Hij publiceerde enkele boeken en werkte samen met Unesco om gebouwen in Damascus, sinds 1979 Werelderfgoed, te helpen herstellen. Hij wás echt iemand. „Maar in Nederland was alles anders. Ik moest helemaal opnieuw beginnen.”

Een rijtjeshuis in Houten. Lamis maakt Syrische koffie: ongefilterd, met kardamom. Tijdens het gesprek komt jongste zoon Modar (17) thuis van school (vmbo-tl). De oudste, Mustafa (21), studeert civiele techniek in Twente. Ghazwan en Lamis praten afwisselend Engels en Nederlands, beide talen even goed. We zitten al een uur te praten als ter sprake komt waarom ze precies hierheen zijn gekomen.

Ghazwan valt stil. Hij zucht. „Een heel goede vraag.”

Verwoest droomhuis

Hij ordent zijn gedachten. „In Syrië... Vóór 2011 was alles prachtig. In maart 2011 stortte alles in.” Toen begonnen de opstanden die uitmondden in de Syrische burgeroorlog. „In een paar maanden veranderde alles”, zegt Ghazwan. „Ons huis: verwoest, weg. Een prachtig huis, ons droomhuis, met alles erin. We waren in één keer alles kwijt. De school van Mustafa is ook verwoest, een belangrijke privéschool. In 2012 vluchtten Lamis en de kinderen naar een andere stad, Salamiyah, in het midden van Syrië, waar haar ouders wonen. Lamis werkte in de bibliotheek van de universiteit van Damascus, daarna moest ze archiefwerk accepteren.”

Zelf had hij in die tijd drie banen waarvoor hij in Damascus moest blijven. „Misschien is het moeilijk om je voor te stellen, maar in oorlogstijd moet je kiezen tussen wat slecht is en wat het slechtst is. Het was het slechtst als Lamis en de kinderen in Damascus zouden blijven. Salamiyah was niet helemaal veilig, maar beter dan Damascus. Ik bleef in de slechtste situatie en zij verhuisden meer dan 200 kilometer verderop. Zo bleef het drie jaar.”

Dertig, veertig raketaanslagen

In die tijd werd Damascus steeds onveiliger. „Dertig, veertig raketaanslagen per dag. En ik ging eens in de paar maanden naar mijn gezin, maar de weg was gevaarlijk. Een deel was in handen van de oppositie, een ander deel was van de regering – je kunt je niet voorstellen hoeveel verschillende groepen strijders we hadden. Twee keer was ik bijna dood. Ik kan me nog goed herinneren dat er dode mensen langs de weg lagen, ze hadden geen kleren meer aan... Als je in zo’n oorlogssituatie iets moet creëren – dat kán niet.”

In 2014 stopte hij met werken. „Er was geen elektriciteit, misschien deed de batterij van je computer het twee of drie uur, maar daarna kon je niets meer. En Damascus werd steeds gebombardeerd. Veel collega’s van mij zijn gedood. Elke dag werd alles een beetje slechter. Gevaar was normaal geworden: nu was het héél gevaarlijk. Ook in Salamiyah. Alles spande samen tegen gewoon leven.”

Waar konden ze heen? Een kennis opperde: Nederland. Ghazwan heeft bij het Netherlands Institute for Academic Studies in Damascus gewerkt. „Dus ik dacht: waarom niet?” Hun procedure ging snel. Ze kregen een huis, een uitkering, scholing voor de kinderen (toen 17 en 11); ze begonnen Nederlands te leren. Maar Ghazwan en Lamis konden geen werk vinden.

Het maakt hem boos

Ghazwan zocht contact met academici. Hij ging lezingen geven over Syrië vóór en na 2011. Over de cultuur, over archeologie. „In Syrië hebben we meer dan 10.000 archeologische vindplaatsen en die hebben het heel zwaar gehad onder Islamitische Staat.” Dat maakt hem boos: „Ik heb me steeds afgevraagd: waarom hebben moslims die vindplaatsen meer dan vijftien eeuwen lang beschermd en hebben deze mensen, in naam van de islam, die monumenten nu verwoest? Waarom?”

Ook de lezingen leverden geen betaald werk op. In 2017 richtte Ghazwan de stichting Arabisch Nederlands Cultuurhuis Houten op. Er worden films vertoond, lezingen gegeven en Ghazwan probeert statushouders en werkgevers met elkaar in contact te brengen. „Ik vind dat ik iets voor anderen moet doen. En Lamis helpt vrouwen die minder contacten hebben in de samenleving, bijvoorbeeld vrouwen met een hoofddoek, om meer naar buiten te komen.”

Ze denken dat vrouwen thuis geen mening mogen hebben

Lamis Yaghi heeft een master in library management science

Zelf draagt Lamis geen hoofddoek. „Mensen vragen me daarom soms of ik christelijk ben”, zegt ze, „maar ik ben moslim. Mensen hier weten weinig van Syriërs en hebben een slecht beeld over de islam. Ze denken dat vrouwen thuis geen mening mogen hebben, maar dat klopt echt niet!”

Ghazwan rolt met zijn ogen: „Ja, dat weet ik, dat dat niet klopt.”

Lamis: „Vrouwen hebben thuis juist een sterke mening. Dat moet je de aardige mensen in Nederland laten zien.”

Begin 2018 zagen ze dat NWO geld uittrok voor vluchtelingen in de wetenschap. „We lieten meteen aan NWO weten dat we geïnteresseerd waren.” Wacht, wilden Lamis en hij samen een voorstel indienen? Ze lachen een beetje beschroomd. Dan blijkt: Lamis had ook graag een beurs willen aanvragen, ze heeft een master in library management science. Maar ze heeft geen door NWO gefinancierd onderzoeksproject gevonden dat al liep en waar ze zich bij aan kon sluiten. Dat was een voorwaarde.

Tweeduizend projecten

Voor Ghazwan was dat ook moeilijk. „Op de eerste bijeenkomst zeiden ze dat we ons netwerk moesten gebruiken en op de website van NWO kijken welke projecten er al liepen. Toen schrok ik: er waren tweeduizend projecten, filters vinden was moeilijk en de samenvattingen boden niet altijd genoeg informatie om te zien of een project aansloot bij je onderzoek. Lamis en ik gingen maar mensen op universiteiten benaderen. Ik ging naar de TU Delft en de Universiteit Utrecht, maar dat sloot niet goed aan. Daarna was ik een beetje depressief, ik verloor mijn hoop.” En de deadline naderde. Die weet Ghazwan nog steeds uit zijn hoofd.

Uiteindelijk kreeg hij contact met Maaike van Berkel, hoogleraar middeleeuwse geschiedenis in Nijmegen, gespecialiseerd in het Midden-Oosten. Zij deed op dat moment geen door NWO gefinancierd onderzoek, maar verwees hem door naar Gabrielle van den Berg, hoogleraar culturele geschiedenis van Iran en Centraal Azië aan de Universiteit Leiden.

Nomadische heersers

Van den Berg kreeg in 2016 een VICI-beurs van anderhalf miljoen euro van NWO om vijf jaar lang onderzoek te doen naar de Turkse, oorspronkelijk nomadische heersers die tussen de elfde en de veertiende eeuw grote rijken in het Midden-Oosten en Azië stichtten. In het bijzonder naar het verband tussen hun politieke ideologie en de kunst en literatuur die ze produceerden. En Ghazwan Yaghi is gespecialiseerd in het Mamelukkensultanaat – één type van die Turkse rijken. „Mijn promotie-onderzoek in Egypte ging over het Mamelukkensultanaat Caïro, van 1260 tot 1516. Damascus was daarin de op een na belangrijkste stad. Toen werd het ineens makkelijk. Het projectvoorstel is uiteindelijk een dag voor de deadline ingediend”, zegt hij lachend.

Dus nu gaat hij, vanuit Leiden, zes gebouwen bestuderen die nog steeds in Damascus staan. Heel ironisch. „Ja, dat zei een NWO-commissielid ook tijdens mijn interview. Maar ik heb er jaren gewerkt, ik heb boeken en artikelen geschreven over de architectuur van de Mamelukken. Ik heb duizenden foto’s, ik heb alle informatie die ik nodig heb. En ik doe geen architectuuronderzoek: ik ga deze gebouwen analyseren in de context van de imperiale ideologie.”

Deel van het Khalil al-Tawrizi-complex in Damascus Foto Ghazwan Yaghi

Een voorbeeld: „In het Khalil al-Tawrizi-complex in Damascus zit een belangrijke moskee, een museum, badhuizen voor mannen en het heeft fantastische minaretten. Het is nog steeds in goede staat, ja. Het badhuis functioneert nog, dat is geweldig. Na zeshonderd jaar!” Hij heeft zelf de restauratie ervan geleid, vertelt hij. Hij denkt dat de Mamelukken de hammam aan het volk schonken om hun eigen leiderschap te rechtvaardigen. Ook heel bijzonder: „De waqf, de voorwaarden van die religieuze schenking, is heel groot als inscriptie aangebracht op de muur van de moskee. Als je moslim bent, mag je dat niet verwoesten. Papier vergaat, maar tot nu toe staat deze waqf er nog!”

Waanzinnige output

Ghazwans project van een jaar moet uitmonden in een wetenschappelijk artikel in een gezaghebbend Engelstalig tijdschrift, vertelt Gabrielle van den Berg later aan de telefoon. „Hij heeft een waanzinnige output, maar vrijwel allemaal in het Arabisch. Dat is een enorm belangrijke wetenschappelijke taal, maar het is moeilijk om er in Europa voet mee aan de grond te krijgen. Ik hoop dat hij dit jaar als springplank kan gebruiken.” Want ze maakt zich wel zorgen om wat hij daarna moet doen. „In de geesteswetenschappen is het altijd moeilijk om geld voor onderzoek te vinden.”

In feite is Ghazwan nu een van de vele onderzoekers in Nederland met de onzekerheid van een tijdelijk contract. Dat vindt hij zelf ook moeilijk. „Dit is een proefkonijnjaar”, zegt hij. „Ik ga een netwerk opbouwen, de Nederlandse academische sfeer ontdekken. Ik heb één jaar zekerheid, maar stel dat het geweldig wordt, dat ik het heel goed doe, gaan ze dan zeggen: sorry, terug naar huis?”

Die vraag kan niemand nog beantwoorden.

‘Vluchtelingen in de wetenschap’ is een samenwerkingsproject van NWO, de KNAW, De Jonge Akademie en de Stichting voor Vluchtelingen-Studenten UAF. Dit verhaal wordt vervolgd.
Lees een interview met Mardjan Seighali, directeur van Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF: ‘Een diploma is een stil verlangen naar wie je bent’