Foto Hanne van der Woude

‘Ik ben niet bang. Door de dood kun je iets van je leven maken’

Gemma van Baasbank (42) is ritueelbegeleider. Ze sprak tijdens de herdenkingsdienst voor de slachtoffers van het ongeluk met een Stint in Oss. „Ons kind wordt gewoon weer wakker de volgende dag. Dat moet je wel erkennen.”

De toen al ex-vriend van Gemma van Baasbank liet vijf brieven achter naast het spoor. Aan zijn ouders, aan zijn zusje, maar ook aan haar. Niemand zag aankomen dat hij zichzelf zou doden. „Nu kan ik je eindelijk vergeten”, stond in Gemma’s brief, ter plekke geschreven.

Op de uitvaart in 2002, Gemma was 26, werd ‘hun’ nummer gedraaid. ‘Romeo and Juliet’ van Dire Straits. Vorig weekend is ze nog bij zijn ouders geweest. „Elke keer moeten we even huilen. Zijn dood heeft ons bij elkaar gebracht.”

Ter voorbereiding op het interview heeft ze in haar boekenkast gekeken, want daaraan kun je volgens haar zien wie iemand is. Veel over koken en een hele rits Lonely Planets. Daartussen het gebonden blauwe boekje met gedichten dat de vader van Joachim na het overlijden van zijn zoon maakte.

„Maar”, zegt ze, „die gebeurtenis heeft er niet toe geleid dat ik iets met de dood ben gaan doen.”

Gemma van Baasbank (42) is ritueelbegeleider. Ze begeleidt twee uitvaarten per week. In Nederland heeft de ritueelbegeleider, die uitvaarten „aan elkaar praat” en toespraken over de overledenen houdt, pas sinds 2002 een eigen opleiding. „Er was behoefte aan omdat de rol van de kerk afnam, maar mensen het afscheid toch betekenis willen geven.”

Ze heeft de afgelopen zeven jaar ongeveer vijfhonderd uitvaarten begeleid. Meestal waren die in Nijmegen en omgeving. In „het mondige westen” spreken nabestaanden volgens haar zelf hun naasten toe. In Nederland verlopen de meeste uitvaarten volgens hetzelfde protocol: „Het duurt in een crematorium ongeveer een uur. De kist staat klaar in de aula of wordt naar binnen gedragen door de familie, er is vaak een slideshow van foto’s, er worden praatjes gehouden, kaarsen aangestoken. Dan allemaal langs de kist voor een laatste groet.” Cake doen mensen bijna niet meer, zegt ze. Te oubollig. „Het zijn meestal saucijzenbroodjes, gebakjes of een borrel.”

Bijna per toeval werd Gemma van Baasbank de spreker tijdens de herdenking van de slachtoffers van het ongeluk met de Stint op het spoor in Oss, waarbij vier kinderen om het leven kwamen. Ze begeleidde de uitvaart van de twee zusjes Dana en Liva. De herdenking werd live uitgezonden door de NOS. De dag voor het ongeluk begeleidde ze de uitvaart van een bekende ondernemer in Oss. Dat was in een grote tent op een voetbalveld. Na het ongeluk belde ze de uitvaartondernemer, die ze goed kent. „Zijn ze bij jou?”

Meestal kost de voorbereiding van een toespraak tien uur. „En dan ben ik een stuk langzamer dan mijn collega’s.” Aan ‘Oss’ werkte ze honderden uren.

In haar speech beschreef ze de dag die voorafging aan het overlijden, zoals ze vaker doet. „De wekker gaat vroeg die dag, al voor zessen. De één is wakker voor de wekker, de ander moet even wakker worden geschud. De rode krullen worden gekamd. Gel wordt in de bruine lokken gedaan. Er worden paardenstaarten gekamd. De tv gaat even aan. Rustig wakker worden op de bank terwijl mama de boterhammen smeert en papa de kleurrijke rugtassen inpakt. Eenmaal aangekomen bij Okido krijgen de kinderen een knuffel en een kus.”

In de hoek van haar woonkamer staat een kleine zuil van marmer met een inscriptie: „Verdriet wordt lichter als je het samen kunt dragen.” Bovenop de zuil staat een beeldje van twee mensen die elkaar vasthouden. Het tafereel is geschonken door een bevriende begrafenisondernemer en valt een beetje uit de toon in haar vrolijke driekamerappartement, waar zij sinds haar scheiding woont met haar twee kinderen. Een wit tafelkleed met kabouters en hertjes en een Mongools kastje met roze en blauwe versieringen.

Haar scheiding was in dezelfde tijd als ‘Oss’. Een paar dagen na de herdenking verhuisde ze naar deze woning. Ze lacht. „Heb ik gelijk alle ellende in één keer gehad.”

„Verdriet wordt lichter als je het samen kunt dragen”, zei ze ook tijdens de uitvaart van Dana en Liva. „Maar het verdriet leek toen wel van iedereen te zijn.” Dat was moeilijk voor de ouders van de overleden kinderen, weet ze. „Het was heel aardig bedoeld, maar wij ervaren niet hoe erg het allemaal is. Ons kind wordt gewoon weer wakker de volgende dag. Dat moet je wel erkennen.”

Haar telefoon gaat, de beltoon is als een muziekdoosje dat opengaat. „Ik moet heel even opnemen, ik heb morgen nog een uitvaart.” Ze gaat op haar tweepersoonsbankje zitten en klapt haar laptop open op de salontafel. „Moet dat echt helemaal weg? Zeker weten? Ik snap waarom je dat zegt, maar ik heb dat opgeschreven omdat je dan kan begrijpen waarom zij jullie en haar kleinkinderen voortrok.” Ze luistert naar haar gesprekspartner. „Ik vind het best wel mooi, al zeg ik het zelf. Vind je het gemeen overkomen? Ik vind het juist aardig. Goed, het is weg. Dan maken we ervan: ‘Op haar manier heeft ze juist wel veel gegeven’.” Stilte. „Ook niet?” Ze grinnikt. „Oké, alles weg. Het gaat niet om mij, het gaat om jullie.”

In 2012 stopte ze met haar werk voor een grote bank, een bijbaan waar ze na haar master ontwikkelingsstudies acht jaar was blijven hangen. Ze wilde als student de wereld redden, maar kwam er tijdens haar werk in een weeshuis in de Filippijnen en haar onderzoek in Bangladesh achter dat ze geen „roepende in de woestijn wilde zijn”. Na de bank wilde ze toch diepgang in haar werk in plaats van „rondjes lopen voor geld”. „Die bank”, Gemma lacht. „Ik word al saai als ik erover nadenk.” Ze heeft „zo’n werkboekje” gedaan van een loopbaanbegeleider. „Toen dacht ik: dit is het.”

Sinds ze de herdenkingsdienst in Oss verzorgde, wordt Gemma vaker gevraagd voor „de bijzondere” uitvaarten. Voor een man die omkwam tijdens de skivakantie met zijn kinderen, mensen die suïcide pleegden of kinderen die zo ziek waren dat ze niet meer konden leven.

De dood maakt haar niet bang, zegt ze. Op de middelbare school las ze Tous Les Hommes Sont Mortels van Simone de Beauvoir, en dat heeft haar zienswijze gevormd. „Die man was onsterfelijk, keisaai! Hij leefde honderden jaren. Door de dood kun je iets van je leven maken.” Maar als er kinderen overlijden, grijpt dat haar wel persoonlijk aan. „Ik heb wel eens het afscheid voor een baby verzorgd, daarna kon ik een week niet werken.” Ze verzorgt maximaal twee uitvaarten per week.

Vanaf haar balkon kun je het Nijmeegse ziekenhuis zien waar op de intensive care het derde kind lag van de ouders die twee dochters verloren. Gemma ging in de dagen tussen het ongeluk en de herdenking – twee weken – vier keer op bezoek. „De twee zusjes lagen onderin het mortuarium. En het andere meisje lag boven op de intensive care.”

Ze zaten in een kamertje apart om te praten over de dienst. Wie mag wat zeggen, wat mag ik zeggen? Wat voor meisjes waren het? Waar genoot je van? Wat vond je leuk om samen te doen? „Dat zijn leuke onderwerpen. We hebben ook gelachen.” Het echte rouwen, zegt Gemma, begint pas als zij weer weg is.

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0900-0113 of www.113.nl.