Hij schudde zekerheden van zich af

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Floor Haak (1932-2019), bevriend met prins Claus, was een vrijdenker bij de overheid.

Gijs Haak

De dag dat Floor Haak ophield met eten en drinken, was de klepel uit de staande klok gevallen. „Dat hoort helemaal bij Floors universum”, zei zijn zoon Michiel.

Haak liep nog met zijn rollator door het huis, liet in de serre de zon op zijn gezicht schijnen, keek naar het ploegen op het Zeeuwse land. „Kijk, daar is het roodborstje.” Hij spoot met een plantenspuit water in zijn mond om nog goed te kunnen praten. „Ik ben aan het smokkelen.” Zijn twee zoons trokken bij hem in.

Hij bladerde in de lokale krant op zoek naar de overlijdensadvertentie van zijn buurman. „Die ligt ook op sterven”, zei hij. „Hij zal toch niet eerder dood gaan dan ik?”

Zijn heupen waren versleten. Hij kon zichzelf niet langer onderhouden. „En ik wil niet naar een verpleegtehuis”, zei hij. Op eigen kracht en initiatief, zonder hulp van de medische wetenschap ging Haak zijn levenseinde tegemoet. Hij zou – 2 maart – principieel sterven zoals hij principieel geleefd had.

Toen Floor elf was, haalden Duitse soldaten zijn vader en moeder uit hun huis in Amsterdam. Een represaille voor het verzetswerk dat zij hadden gedaan. Hij zou ze nooit terugzien. Later schreef hij: „We zijn in het besef dat we zo weinig zeker kunnen weten.” Dat zou het motto van zijn leven worden.

Hij studeerde scheikunde, werkte aan de Universiteit van Amsterdam, trouwde, kreeg kinderen en ging in Wassenaar wonen. „Een keurig burgermansgezinnetje”, zegt Michiel Haak. „Dat wilde mijn vader ook, juist omdat hij dat zelf niet had gehad.”

Hij liet ons al vroeg zien dat de wereld buiten Wassenaar heel anders in elkaar zit

In de jaren zestig zag hij dat het mode werd om wetenschapsbeleid te ontwikkelen – „in de veronderstelling dat de toekomst afhing van wat de wetenschap produceert”, zei hij daarover. Hij werd secretaris van de Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid en zag hoe de negen gewichtige leden elke vergadering lange betogen hielden zonder ooit tot een conclusie te komen.

„Mijn onder de indruk zijn van hun wijsheid en het belang van de wetenschap verdween als sneeuw voor de zon.” De wetenschap, concludeerde Haak, zoekt naar de werkelijkheid, maar steeds als ze die denkt te vatten, ontsnapt die aan haar greep. „Zo ging ik aan alles twijfelen. In plaats van onzeker te worden, draaide ik het om: ik begon de zekerheden van me af te schudden.”

Als ambtenaar bij Volksgezondheid liet Haak een steeds sterkere sceptische stem horen. In de commissie Biowetenschappen en Maatschappij vond hij vanaf 1975 een bondgenoot in prins Claus die hem schreef dat hij zich zorgen maakte over de ambities van de biomedische wetenschap die „maar doende is nieuwe dingen te ontdekken zonder zich af te vragen of de mensheid daar gelukkiger van wordt”.

Haak ging columns voor Het Financieele Dagblad schrijven, onder de naam Escapades. Het bondgenootschap met de prins ontwikkelde zich tot een vriendschap. „Ik denk in U iemand gevonden te hebben die over veel vragen rond leven en dood, gelijk denkt als ik”, schreef Claus zijn „weggenoot”. Haak schreef enkele speeches voor Claus, over het geestdodende onderwijssysteem en over de onbegrijpelijkheid van de materie.

Zijn zoons raakten soms in de war van Haaks maatschappijkritiek. „Hij liet ons al vroeg zien dat de wereld buiten Wassenaar heel anders in elkaar zit”, zegt zijn zoon Gijs. „Maar het vereist kracht om niet mee te gaan met de rest. Dat maakte mijn middelbare schooltijd soms eenzaam.”

„Ik las eens een column van hem over de ideale school”, herinnert Michiel Haak zich. „Daar kreeg je alleen vakken die je interesseerden. Daar hoefde je niet te presteren. De tranen stonden in mijn ogen. Dat wilde ik ook. In werkelijkheid moest ik de volgende dag gewoon naar school en toen ik wilde stoppen met mijn studie, raadde hij dat af. Ik denk dat hij wilde dat ik goed terechtkwam in deze maatschappij, hoe verkeerd geweven die ook was.”

Toen zijn vrouw begin jaren tachtig overleed, stond Haak voor de keus: ga ik in een hutje op de hei wonen of in het oog van de revolutie? Hij verhuisde terug naar Amsterdam, demonstreerde mee tegen kruisraketten, verdiepte zich in de alternatieve geneeskunde en werd speechschrijver van de even tegendraadse staatssecretaris van Volksgezondheid Joop van der Reijden. Die schreef in 2002 in Haaks liber amicorum: „Eigenwijze vrijdenker, die niet veel vrienden op het ministerie had, juist omdat je het vertikte om gedisciplineerd, volgzaam mee te denken met al die eenzijdig, vooral wetenschappelijk gevormde, cartesianen.”

„Je moet het mysterie niet oplossen”, zei Floor Haak op zijn sterfbed. „Je moet het aanvaarden.”

Op zijn overlijdensannonce staat een foto van hem: naakt ten voeten uit, met zijn armen in de lucht gestoken. De onbeschermde mens. Onder de foto staat: „Adieu?”