Recensie

Recensie Boeken

Hoe provincialen een rijke stedeling wegtreiteren

Elvis Peeters Dora, een rijke stedeling, gaat de provincie in. Surveillerende buurtelingen saboteren haar auto en drijven haar in het nauw. (●●●●)

Wanneer een dorpeling overlijdt, trekt hoofdpersoon Dora behoedzaam haar camera.
Wanneer een dorpeling overlijdt, trekt hoofdpersoon Dora behoedzaam haar camera. Foto Getty Images/iStockphoto

De doden fotograferen bij wijze van kunstproject. Met die zelfopgelegde taak scharrelt fotografe Dora door de ommelanden. Wanneer een dorpeling overlijdt, trekt zij behoedzaam haar camera. Verder biedt dit dorre gebied weinig redenen voor bezoek: veel meer dan wat boerderijen, bewoond door mensen die elkaar en deze nieuwe dame met achterdocht begluren, vind je er niet.

Deze argwanende, stille omgeving is het decor van Elvis Peeters’ nieuwe roman, die kort op de massamigratienovelle Brood (2018) volgt. Blijkbaar werd Peeters – in feite bestaand uit het getrouwde duo Jos Verlooy en Nicole van Bael – zo gegrepen door de tegenstelling tussen het welvarende centrum en het dorre buitengebied dat dit nieuwe verhaal niet lang op zich kon laten wachten.

Dat contrast tussen stad en land begint inmiddels een vaste gast te worden in Peeters’ oeuvre: in De ontelbaren ving een groep vluchtelingen de barre reis van Afrika naar Europa aan. Ditmaal maken we de reis andersom: een rijke stedeling trekt op eigen houtje de provincie in.

Surveillance

Al snel keren de plattelanders zich tegen Dora, en beginnen zij haar te treiteren als een pester die bij elke mogelijkheid de eenzame studiebol pootje haakt. Als haar auto voor de zoveelste keer onklaar wordt gemaakt, is Dora gedwongen in het dorp te blijven hangen. Terwijl ze juist had besloten haar fotografieproject te hebben afgerond: ze wil weg.

Net wanneer de situatie in saaie cirkeltjes om zichzelf heen dreigt te gaan draaien, schakelen we over naar de stad. Daar maakt Dora’s zwangere zus Marie zich inmiddels flinke zorgen: ze was toch van plan geweest naar huis te komen? Hier thuis worstelen ze met andere problemen: het komende kind legt de mankementen in de relatie tussen Marie en haar man Stern onder een vergrootglas.

Waar de delen die zich afspelen in de ommelanden op afstandelijke toon worden verteld, komt in deze stadse stukken ruimte voor emotionele nabijheid. Dora’s verhaal is meeslepend vanwege die surveillerende buurtelingen die haar in het nauw drijven; dat van Marie onttrekt zich aan het alledaagse door kernachtige observaties van de strubbelingen die haar zwangerschap met zich meebrengt. Stern voert zijn rol van toekomstige vader houterig uit, als een toneelstuk dat hij van anderen heeft afgekeken. Wanneer hij in de auto een hand op Marie’s buik legt, getuigt dat wat haar betreft bijvoorbeeld van ‘opgefokte sentimentaliteit’, alsof die hand voldoende is om zijn verbondenheid te uiten.

Spionagegevoel

Echt uitdagend wordt De ommelanden door de veelheid aan perspectieven die Peeters inneemt. Dora vertelt haar verhaal niet alleen zelf; zij wordt ook geobserveerd door de ommelanders, die zo dicht op haar huid zitten dat ze zelfs haar gedachten beschrijven. Die nabijheid versterkt het spionagegevoel dat Peeters met al dat geloer toch al zo sterk neerzette.

Van modieuze Boer Zoekt Vrouw-idealisering hebben de weilanden, koeien en mest geen last, in het debuut van de Duitse Alina Herbing. Ze schrijft over Christin, een jonge vrouw uit de stad, ongeschikt voor het landleven. Lees ook: Vluchten voor het landleven in vijverfeesten, alcohol en affaire

En dan wordt in De ommelanden ook nog gekeken door onder meer de ogen van Gilas, zo ongeveer de enige helpende hand in het dorp, door zus Marie en door partner Stern. Bovendien wordt het geheel van bovenaf geduid door een koorachtige verteller, die zich wat belerend uitspreekt over het smalle onderscheid tussen mens en dier, onze taak de aarde heel te houden en de noodzaak samen te leven in harmonie. De ommelanden verkondigt daarmee niet alleen een explicietere, maar ook een bredere politieke boodschap dan eerdere romans van Peeters’ hand – en het is de vraag of hij daar wel goed aan heeft gedaan. Desalniettemin slaagt hij er in De ommelanden wonderwel in alle verschillende perspectiefballen in de lucht te houden, de lezer meevoerend in een tweevoudig aangrijpend verhaal, dat een even weerbarstig als optimistisch einde kent.