Forse vermindering van dierproeven met apen

“Helemaal zonder proeven op apen kunnen we nu nog niet, maar dit is een wezenlijke eerste stap”, stelt minister Engelshoven.

Een van de ruim 1.400 apen in het BPRC in Rijswijk. De minister gaat het aantal proeven en apen sterk verminderen.
Een van de ruim 1.400 apen in het BPRC in Rijswijk. De minister gaat het aantal proeven en apen sterk verminderen. Foto Pim Ras/Hollandse Hoogte

Het kabinet gaat het aantal dierproeven met apen de komende jaren met veertig procent terugdringen. Dat heeft minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) in afgesproken met het BPRC in Rijswijk - de grootste apenonderzoekscentrum van Europa.

Het BPRC doet nu nog tussen de 200 en 250 proeven per jaar. Daarmee wordt onderzoek gedaan naar ziektes zoals malaria en aids. Tussen 2020 en 2025 moet het aantal proeven zijn teruggebracht tot zo’n 120 tot 150. De fokkolonie telt nu nog ruim 1.400 apen, dat moeten er tegen die tijd 1.000 zijn. Dierenwelzijnsactivisten protesteren al jarenlang tegen het werk van het BPRC.

De minister hoopt op “concrete stappen naar een wetenschap met minder proeven met apen en meer dierproefvrije innovatie”. De proeven met apen zouden onder meer kunnen vervangen worden door onderzoek via computersimulaties. “Helemaal zonder proeven met apen kunnen we nu nog niet, maar dit is een wezenlijke eerste stap.” Ook zal de minister meer proeven toestaan in het geval van een pandemie, wanneer er op korte termijn een medicijn gevonden moet worden.

Naast het BPRC worden er ook testen gedaan met apen in het Erasmus Medisch Centrum en het Nederlands Herseninstituut. De drie instituten moeten volgens de minister onder meer verder gaan samenwerken om “overlap in onderzoek te voorkomen”.