Films die de tranen uit je ogen kussen

Agnès Varda (1928 – 2019), filmmaker Bijna blind maakte Varda op haar 89-ste nog een hippe film. Veelzijdig en jong van geest bleef ze haar hele leven als filmmaker. Sinds ze als eerste vrouw een ere-Oscar in 2018 kreeg, is ze een feministisch voorbeeld.

De Franse filmster Agnès Varda in 1970, die vrijdag op 90-jarige leeftijd overleed.
De Franse filmster Agnès Varda in 1970, die vrijdag op 90-jarige leeftijd overleed. AFP

Ze is een van de meest nieuwsgierige, creatieve en innovatieve (en altijd zichzelf vernieuwende) filmmakers van de afgelopen honderd jaar, Agnès Varda, die vrijdag op 90-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker in haar woning in Parijs overleed.

En tegelijk bleef ze baldadig en impulsief als een meisje met malle fratsen. Dat is niet kleinerend bedoeld. Integendeel. Zo sprankelend en radicaal van geest, zo onbevooroordeeld en geïnteresseerd blijven, zo onafhankelijk, dat is alleen aan groten voorbehouden. Varda maakte nog films toen ze al zo goed als blind was, bijvoorbeeld de documentaire roadmovie Visages Villages (2017) met hipsterfotograaf JR. En toch zag ze nog steeds de meest trefzekere beelden van wat ze ‘gewone’ mensen noemde. Het marginale, veronachtzaamde was voor haar het centrum van de wereld.

‘Grootmoeder Nouvelle Vague’

Hoewel Varda vaak de ‘grootmoeder van de Franse Nouvelle Vague’ werd genoemd, naar de vernieuwende filmstijl van filmers als Jean-Luc Godard en François Truffaut, was ze maar een paar jaar ouder dan die mannen. Ze werd op 30 mei in 1928 in Brussel geboren als Arlette (Agnès) Varda, dochter van een Franse moeder en een Griekse vader. ‘Grootmoeder van de Nouvelle Vague’ was een erenaam die zowel haar belang voor die nog steeds invloedrijke filmstroming aangaf, als haar outsider-positie. Want helemaal grijpbaar werd ze nooit. Ze begon haar carrière als fotograaf, wat haar naar de beroemde Parijse linkeroever van de Seine bracht, waar ze kunstenaars, bohémiens en het leven van alledag portretteerde. Kort na het maken van haar eerste film La pointe courte (1954) leerde ze daar haar echtgenoot en collegafilmmaker Jacques Démy kennen. Ze zou tot zijn dood in 1990 met de biseksuele Démy samenblijven. Een jaar na zijn dood filmde ze de liefdesbrief Jacquot de Nantes, een mix van speelfilm, filmclips en documentairebeelden (onder andere van de zieke filmmaker zelf, Démy overleed aan HIV), even exuberant als Démy’s eigen films.

Jane Birkin over ouder worden

Haar rijke oeuvre bestaat uit minstens evenveel genres en stijlen. Ze vergeleek filmmaken met een vorm van schrijven – cinécriture – waardoor haar handschrift altijd zichtbaar is. Ze maakte feministische speelfilms (Cléo de 5 à 7, 1962; Le bonheur, 1965; Sans toit ni loi, Gouden Leeuw Venetië, 1985) en excentrieke kortfilms (het in haar eigen straat opgenomen L’opéra-mouffe, 1958, waarin ze op haar zwangerschap reflecteert). En met haar in een hoogstpersoonlijke stijl, vaak half-geënsceneerde gefilmde documentaires (Daguerréotypes, 1975; Jane B. par Agnes V, 1988, waarin ze met actrice Jane Birkin praat over ouder worden), maakte ze school. Maar het waren niet alleen haar eigenwijze films, maar ook haar eigenzinnige karakter en haar vrouwzijn in een mannenwereld die haar te lang in de marge van de filmgeschiedenis hebben gepositioneerd.

Daar kwam de laatste jaren verandering in. Met Les glaneurs et la glaneuse (2000) zette ze al de toon voor een manier van documentaire maken die zowel persoonlijk als een theorie van alles kon zijn. Altijd razendsnel heen en weer flitsend tussen het kleine en het grote.

Filmen niet alleen mannenzaak

Sinds ze in 2008 het autobiografische Les plages d’Agnès maakte, opende ze de ogen van een nieuwe generatie met name vrouwelijke filmmakers, schrijvers en programmeurs die op zoek waren naar rolmodellen om aan te tonen dat de filmgeschiedenis niet alleen maar een mannenzaak was. Vanaf dat moment stroomden de ere- en oeuvreprijzen binnen, culminerend in een Academy Honorary Award in 2018. Ze was niet alleen de eerste vrouw die een ere-Oscar in ontvangst mocht nemen, maar ook de oudste laureaat ooit. Het zegt wel iets over wat de filmgeschiedenis nog recht heeft te zetten. Haar werk kun je nu misschien het beste in omgekeerde volgorde bekijken.

Varda op het Filmfestival in Berlijn, februari 2019, bij de première van haar film ‘Varda par Agnès’.

EPA/ ADAM BERRY

Op het laatste Filmfestival Berlijn presenteerde ze de autobiografische documentaire Varda par Agnès, gebaseerd op de vele lezingen en voordrachten die ze de afgelopen jaren over haar werk hield, vol onbekende filmclips, verrassende links en spitsvondige terzijdes. Ze was filosofisch en geëngageerd. Iemand die je zou willen zijn, als je later groot bent. ,,Agnès Varda heeft plezier als ze haar films maakt, dus we mogen ze met plezier bekijken”, zei collega Truffaut al over haar in 1957, toen hij zelf nog een jonge filmcriticus was. En toch ga ik ze ook met verdriet terugkijken. Varda maakte films die de tranen uit je ogen kussen. Haar rol in de filmgeschiedenis is nog maar net begonnen.