Opinie

Van lezen word je empathisch en slimmer

Ook vermindert het de kans op dementie en geeft het zin aan het bestaan.

Michel Krielaars

In deze Boekenweek is een onderzoeksrapport van KVB Boekwerk verschenen waarin de zaligheden van het lezen worden aangeprezen. Zo blijkt daaruit dat lezen tot grotere empathie leidt, omdat het je meer dan het kijken naar een film tot nadenken aanzet en het je ‘voorstellingsvermogen’ vergroot. Ook vermindert het de kans op dementie, word je er intelligenter van en geeft het zin aan het bestaan. Een boekhandel zorgt als ‘culturele ervaring’ voor meer sociale cohesie en heeft daardoor een ‘positief effect op de leefbaarheid van een gebied’. Bij het lezen van zulke voor de hand liggende conclusies besefte ik eens te meer dat het boekenvak in crisis verkeert en de leesbevorderaars een zoveelste wanhoopsoffensief hebben ingezet.

Om kinderen van tien jaar aan het lezen te krijgen wordt in de Dokk1-bibliotheek in het Deense Aarhus een experiment uitgevoerd, het Tent-reading. In een donkere ruimte staan tien kleine wigwams opgesteld, terwijl op de wanden knetterend kampvuur wordt geprojecteerd. Een kind van tien mag vervolgens een boek uitzoeken om, gewapend met een zaklantaarn, samen met een klasgenootje in zo’n tent te gaan zitten lezen. Een halfuur krijgen ze dan de tijd om te ervaren hoe spannend dat kan zijn. De boodschap is dat het zoveel leuker is om in bed een boek te lezen dan onder de dekens te spelen met je smartphone.

Maar zou het niet nog simpeler kunnen? Moet je een kind bijvoorbeeld niet gewoon in een kamer vol boeken laten grasduinen om hem of haar de daar verzamelde schatten te laten ontdekken? Niets is tenslotte leuker dan dat.

Over het genot van dat ontdekken publiceerde Alberto Manguel, de grootste leesbevorderaar op aarde, in 2018 een nieuw boek: Packing My Library. An Elegy and Ten Digressions. Hierin vertelt hij over zijn leeservaringen naar aanleiding van zijn verhuizing, in 2015, van een grote pastorie op het Franse platteland naar een driekamerflatje in Manhattan. Zijn 35.000 boeken staan sindsdien, ingepakt in dozen, in de opslag, waardoor hij er tijdelijk afscheid van heeft moeten nemen.

Manguels is geen snobistische verzamelaar van ‘hoge literatuur’. Wel bevat zijn bibliotheek zo ongeveer alles wat hij in zijn zeventig jaar lange leven gelezen heeft, van de Gouden Boekjes, de sprookjes van Grimm en detectives tot de werken van Aristoteles, Ovidius, Petrarca, Dante, Shakespeare, Swift, Zola, Somerset Maugham, Kafka en Cynthia Ozick. Tezamen vormen zijn boeken zijn gelaagde autobiografie, omdat ze een weerspiegeling zijn van de verschillende fasen van zijn leven. Zo begon hij als kind in Tel Aviv aan de Gouden Boekjes, omdat zijn vader ambassadeur van Argentinië in Israël was. ‘Ieder boek bevat het moment waarop ik het voor het eerst las’, schrijft hij dan.

Omdat Manguel niet meer bij zijn boeken kan, is hij gedwongen zich te herinneren wat hij aan dat lezen heeft overgehouden. In die geheugenkunst, die prachtige hoofdstukken over boeken en leeservaringen (zoals over Don Quixote) oplevert, evenaart hij de door hem bewonderde blinde schrijver Jorge Luis Borges. Niet voor niets is Manguel tegenwoordig directeur van de Nationale Bibliotheek van Argentinië. Want Borges was dat ook en hij beschouwde die bibliotheek als een universele verzamelplaats, waarin alles samenkomt. Voor bevlogen lezers als Manguel moet zoiets een lustoord zijn.