De tandarts die zijn lichaam molesteerde voor de motorsport

Motorcross Zondag is de GP van Valkenswaard. Zonder de geblesseerde held van motorcross-minnend Nederland: Jeffrey Herlings. Zijn voorganger Gerrit Wolsink is door het grote publiek vergeten.

Gerrit Wolsink in actie op de GP van Markelo in 1979.
Gerrit Wolsink in actie op de GP van Markelo in 1979. Koen Suyk/Anefo

De ‘koning van Carlsbad’. ‘De ster van Lochem’. ‘De vliegende tandarts’. Het zijn bijnamen die zeker jonge generaties weinig zegt. „Het publiek wordt jonger en ik word ouder”, constateert Gerrit Wolsink aan de vooravond van de GP van Valkenswaard. Dat deert hem niet, al is hij blij dat Andere Tijden Sport een documentaire over hem maakte. „Ik heb een leven geleid om te koesteren.”

In de jaren zeventig verwierf Wolsink een heldenstatus in Amerika. Zes zomers trok hij met een bus kriskras door het land om te racen, van Nebraska tot New York en van Ohio tot Oregon. De grootste faam verkreeg hij door te zegevieren in de koningsklasse van de motorsport, de 500cc – tegenwoordig MXGP. Vijf keer won Wolsink voor het oog van 60.000 toeschouwers de GP van de Verenigde Staten in Carlsbad, twee keer werd hij tweede. Het leverde hem een onsterfelijke status op. ABC Sports verzorgde ieder jaar een twee uur durende spektakeluitzending aan de GP. De race werd met dertig camera’s vastgelegd en integraal uitgezonden. Met miljoenen kijkers was het jaarlijks een van de best bekeken programma’s. Wolsink kroonde zich tot King of Carlsbad.

Onsterfelijke status

Dat zal hij blijven, altijd, want sinds 2008 wordt de race niet meer verreden. „Mede daardoor heb ik een mythische status”, lacht hij. Dat realiseerde hij zich pas een jaar of tien geleden. „Ik was er echt nooit mee bezig, je focust je op de sport. In Europa werd er ook niet over geschreven, hier is Carlsbad weggezakt. Toen ik een paar jaar geleden terugging naar Amerika, werd ik herkend. Mensen noemden me een held. Toen pas kwam het besef. Toch mooi.”

De wieg van Wolsink staat in Hengelo, een dorp in Gelderland met, tegenwoordig, 8.000 inwoners. Voor Wolsink waren er meer dromen dan daden. „Ik probeerde te voetballen, maar ik functioneerde niet in een teamsport. Op de motor mocht je als eenling de bossen in.” Zijn vader was garagehouder en reed motor, evenals zijn oom. Ook Gerrit ging sleutelen. „Er woonde vijfhonderd man, geen moer te doen. Het opvoeren van scooters is me met de paplepel ingegoten. En dat eenzame crossen door de bossen trok me, ik was altijd al een einzelgänger.” Het gezin verhuisde van Hengelo naar Lochem, een dorp 20 kilometer noordelijker, tussen Armhoede en Zwiep. Wolsink bleef crossen, leerde zijn motor door haakse bochten te manoeuvreren, in balans te blijven in het rulle zand en over de heuvels te stuiteren. Daar staat hij te boek als de ster van Lochem.

Een interview met wereldkampioen Jeffrey Herlings: „Je ziet amper crossers zonder littekens”

Wolsink ging tandheelkunde studeren in Amsterdam en verloor de motor aanvankelijk uit het oog. Tot hij na twee jaar aanmodderen zijn opleiding met de motorsport ging combineren. Het team waar hij voor reed, Husqvarna, een fabrikant van naaimachines en tuingereedschap, leverde materiaal voor zijn motor. „Ze wilden mij sponsoren op voorwaarde dat ik mijn studie afmaakte. Daardoor werd het zaak mijn uren efficiënt in te delen.” De motor werd de aanjager van zijn studie. „Ik haalde mijn tentamens plots in één keer.”

Motorgeweld

Hij was 26 en tandarts. Maar voordat Wolsink een praktijk opende, wilde hij zijn hobby voldoende uitleven. Wolsink won veel, de zeges in Nederland en in het buitenland regen zich aaneen. Toen hij zich tot Nederlands kampioen kroonde, kreeg hij een plek in de 500cc.

Wolsink reisde de wereld over. Races van Canada tot Rusland. Zomers spendeerde hij in Californië. Wat hem trok in Amerika: het weer, het strand, de vrouwen. Als motormuis leefde Wolsink die dagen tussen pop- en filmsterren als Steve McQueen. De makke in zijn motorsportcarrière: Wolsink werd nooit wereldkampioen. Belgisch teamgenoot Roger De Coster bleef hem steeds voor.

Wolsink is nu in de zeventig. Het motorgeweld van zijn jonge jaren heeft zijn tol geëist. Hij is zeven centimeter korter dan in zijn gloriedagen: door de vele klappen op het lichaam is veel kraakbeen weggesleten. Ook heeft hij een kunstheup en een kunstknie, en normaal lopen gaat niet meer. Zelfs de arena van zijn hoogtijdagen is door de tand des tijds aangevreten. Van het circuit in Carlsbad resteert slechts een betonnen startbalk, en de contouren van de eerste en de laatste bocht. Van zijn eigen status is in Nederland weinig meer over. „Ik wilde geen Sjaak Swart worden. Ik ken de kunst van het ouder worden.”

De aflevering ‘Gerrit Wolsink, Oerend Hard!’ van Andere Tijden Sport is zondag om 23.15 uur te zien op NPO1.