Boos over bonussen? Een ‘beleggersrevolte’ kan lonen

Bonus Banken als ING zuigen het maatschappelijk ongenoegen naar zich toe, maar andere concerns betalen pas echt hoge bonussen. Kunnen hun commissarissen die bedragen uitleggen?

Het antwoord van de Shell- en Unilever-commissarissen op de ‘beleggersrevolte’ van vorig jaar illustreert dat het kan helpen als beleggers in opstand komen.
Het antwoord van de Shell- en Unilever-commissarissen op de ‘beleggersrevolte’ van vorig jaar illustreert dat het kan helpen als beleggers in opstand komen. Illustratie Roland Blokhuizen

Winsten groeien, bonussen bloeien. Het bedrijfsleven boekte vorig jaar recordwinsten, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek deze week. Dat zie je terug in de bonussen voor topmanagers. Meer dan 18 miljoen euro voor Shell-topman Ben van Beurden. Ruim 13 miljoen euro voor bestuursvoorzitter Nancy McKinstry van uitgever Wolters Kluwer. Ruim 9,5 miljoen voor Paul Polman, die eind vorig jaar stopte als voorzitter van voedings- en zeepconcern Unilever. Bijna 6,9 miljoen voor Heineken-baas Jean-François van Boxmeer.

Het zijn stuk voor stuk kapitale bedragen. Je ziet de afstand groeien tussen de absolute top van de arbeidsmarkt en ‘gewone’ werknemers. Dat roept de vraag op: leggen de commissarissen die deze beloningen goedkeuren de uitkomsten uit aan hun aandeelhouders en de samenleving? Zo ja, hoe?

Daar openbaart zich een opmerkelijke tweedeling. Shell en Unilever, twee half- Angelsaksische concerns, proberen de kritiek voor te zijn. Ze zetten de deur op een kiertje om de buitenwereld deelgenoot te maken van de discussie in hun vergaderingen over de hoogte van de beloningen. Ze organiseren eigen tegenspraak. De van oudsher Nederlandse concerns, zoals Heineken en Wolters Kluwer, doen dat niet. Zij berichten de uitkomst van de bonusregelingen en gaan over tot de orde van de dag.

Speelt er meer dan nationaliteit? Shell is officieel een Brits bedrijf, maar met Nederlands hoofdkantoor. Unilever is half Brits, half Nederlands. Ze hebben méér gemeen: ze kwamen vorig jaar juist op het onderwerp beloningen frontaal in botsing met hun aandeelhouders.

Best wel hoog

Wat zeggen die twee hun aandeelhouders nu?

Neem de aandelenbeloning die Shell-topman Van Beurden over de periode 2016-2018 ontving. Waarde: meer dan 15 miljoen euro. Dat komt bovenop zijn contante bonus van 3 miljoen.

Die beloning in aandelen is best wel hoog, erkennen de commissarissen. Ze hebben er de nodige tijd over vergaderd. Ze weten hoe kritisch de buitenwereld is. Bij Shell stemden beleggers met 25 procent van de aandelen vorig jaar tégen het beloningsbeleid. Daar is het concern van geschrokken. We waren „zwaar teleurgesteld”, schrijven de commissarissen in het jaarverslag.

De tegenstemmen veroorzaakten zoveel reuring dat de commissarissen onder leiding van de Amerikaanse oud-topbankier Charles Holliday zelf op onderzoek zijn uitgegaan. Ze deden navraag bij hun vaste, grote beleggers. Die steunden hen wel. Ze informeerden ook bij een adviesbureau dat beleggers juist aanraadde tegen te stemmen. Dat bureau vond dat een ernstig ongeluk in Pakistan ten onrechte geen gevolgen had gehad voor de topbeloningen.

De commissarissen beloven nu beterschap.

Verder bleken beleggers het beleid te complex te vinden. Dus is het motto nu: versimpeling en ‘versobering’. De contante bonus van Van Beurden wordt verlaagd van 150 naar 125 procent van zijn vaste salaris (ruim 1,5 miljoen euro) als hij de doelstellingen realiseert die met de commissarissen zijn afgesproken.

Ondanks de kritiek vorig jaar laten ze het totale bedrag voor Van Beurden over 2018 toch intact. Zijn langetermijnbonus is gekoppeld aan de prestaties van Shell ten opzichte van de concurrenten. De economische omstandigheden (olieprijs, rente, groei) waren voor iedereen gelijk.

Conclusie van de commissarissen: Van Beurden heeft het gewoon verdiend. Op de vier prestatiecriteria, zoals de winst per aandeel en het beleggersrendement, versloeg Shell de concurrentie drie keer en was het één keer tweede.

‘Matiging’ is ook het nieuwe devies van Unilever. Vorig jaar stemden beleggers met 36 procent van de aandelen (op de vergadering in Londen) en 27 procent (in Rotterdam) tegen het beloningsbeleid. De reactie nu? De commissarissen verlagen het salaris én de maximaal haalbare beloning van Alan Jope, de opvolger van Polman. Jope gaat gaat 14 procent minder salaris (1,45 miljoen euro) verdienen dan zijn voorganger kon krijgen.

Kritiek, welke kritiek?

Shell en Unilever staan ook in Nederland in de schijnwerpers. Denk aan de energietransitie. Denk aan de dividendbelasting.

Maar, het verrassende is: de beloning van Van Beurden, voor Nederlandse begrippen uitzonderlijk hoog, heeft zelfs in deze verkiezingsweken geen rimpeling teweeggebracht. Voor de FNV is het wel koren op de molen: volgende week wil de vakbond actie voeren wegens de vastgelopen cao-onderhandelingen en dan is het prettig afzetten tegen een baas voor wie het wel allemaal goed is geregeld.

Lees ook: De groeiende kloof zit ’m in de bonussen

Maar verder... vergelijk dat met de algemene opwinding vorig jaar na de aankondiging van ING dat bestuursvoorzitter Ralph Hamers een 50 procent hogere beloning zou krijgen. De bank haalde rap bakzeil, maar had wel alle politieke en maatschappelijke ongenoegen naar zich toe gezogen. Dat herhaalde zich deze week toen Hamers de euvele moed had in de Financial Times het restrictieve Nederlandse bonusbeleid te kritiseren.

De ING-commissarissen onder leiding van Hans Wijers (oud-minister van Economische Zaken, D66, oud-topman Akzo Nobel) hebben een nieuw beloningsbeleid maar op de agenda gezet voor volgend jaar.

Actie loont

Het antwoord van de Shell- en Unilever-commissarissen op de ‘beleggersrevolte’ van vorig jaar illustreert dat actie van beleggers loont. Al gaat het om een bescheiden nivellering. „Ze hebben voorzichtig een trend naar matiging ingezet”, concludeert beloningsadviseur Hein Haenen van Orange Focus.

In vergelijking met de stampij bij de half-Engelse concerns zijn Nederlandse multinationals, zoals Wolters Kluwer, Heineken, Philips en Ahold Delhaize, een oase van rust. Zij zien Shell en Unilever wel als concurrenten op de arbeidsmarkt voor topkader. Ze betalen zelf ook kapitale bonussen. Bestuursvoorzitter Nancy McKinstry van Wolters Kluwer stond jarenlang bovenaan de bonuslijstjes, maar is gepasseerd door Van Beurden.

De FNV voert actie voor een nieuwe cao, en dan is het prettig afzetten tegen een baas voor wie het wel allemaal goed is geregeld

De uitleg en verdediging van de beloningen die deze Nederlandse multinationals in hun verslagen geven, leest nogal formalistisch. Ze nemen de beleggers niet mee in hun afwegingen. Als die beleggers een tegenstem willen laten horen, hebben ze het bij deze bedrijven dan ook lastiger dan bij de ‘Engelsen’.

Het concrete beloningsbeleid is doorgaans geen apart punt waarover aandeelhouders kunnen stemmen. Wie als belegger onvrede wil uiten, moet dan tegen de hele jaarrekening stemmen. Dat deed niemand vorig jaar bij Wolters Kluwer. Bij Heineken stemde 0,08 procent tegen, bij Philips 0,48 procent.

De turbo

Al zetten Shell en Unilever nu stappen naar matiging, aan één cruciaal element in de beloningen wordt niet getornd. Dat zijn de uitgangspunten voor de langetermijnbonus die in aandelen wordt uitgekeerd. In die uitgangspunten zit altijd een ‘bonusturbo’. Neem opnieuw de beloning van Van Beurden als voorbeeld. Hij krijgt 340 procent van zijn salaris als aandelenbonus wanneer hij zijn doelen haalt. Bij superieure prestaties kan hij zijn beloning nog eens verdubbelen, zoals vorig jaar.

Die ‘turbo’ van 340 procent maakt het verschil. Bij Unilever is dat ‘maar’ 200 procent, ook met de mogelijkheid dat te verdubbelen. Bij Heineken gaat het om 150 procent, met kans op verdubbeling. Bij Wolters Kluwer is het 285 procent, met een mogelijkheid het aantal bonusaandelen met nog eens 50 procent te verhogen bij „maximale prestaties”.

Deze turbo’s op de aandelenbeloning en de koersstijging van de aandelen in de bonus zijn de belangrijkste verklaringen voor de hoge bonussen van McKinstry en Van Beurden. Serieuze matiging aan de top begint bij een rem op de turbo.