Vrij zijn is...luchtdirigeren

Vrij en fotograaf laten zien hoe we uit de sleur breken.

Richard van Roessel (54) stond eerder in NRC. In 2008 won hij het allereerste Nederlandse Kampioenschap Luchtdirigeren. „Hij heeft zo veel flair, grootse gebaren en exuberante expressie dat zijn karikaturaal dirigeren verandert in pure humor”, schreven we toen over hem. Elf jaar later meldt hij zich op een woensdagmiddag met een emmer tulpen en een koffer vol benodigdheden bij Klein België in Haarlem, een woonzorgcentrum voor veertig ouderen met dementie. Op de parkeerplaats staat zijn zwarte Volvo break, ‘maestroclass.nl’ en ‘maestro-uitvaarders.nl’ valt op de zijkant te lezen.

Want dat is Richard van Roessel, voormalig financieel manager, gaan doen nadat hij kampioen was geworden én een lange fietstocht had gemaakt: zijn leven omgooien. Hij geeft nu masterclasses, nou ja maestroclasses dus, bij bedrijven, op evenementen maar vooral aan senioren.

In het begin was dat sappelen („Pas sinds tv-programma Maestro is dirigeren hot”), vandaar een opleiding tot uitvaartbegeleider, voor werk dat er goed bij aansloot: „Ik geef de mensen bij leven een glimlach en bij sterven ook.” Vanmiddag ontvangt hij zijn gasten in rokkostuum, deelt Chinese eetstokjes uit („Meneer, mag ik u een baton geven?”) en laat door de speakers alvast An der Schönen Blauen Donau van Johann Strauss klinken.

Een beetje bewegen in die stoel hè, dat is goed voor de bilspieren. En vergeet het stokje niet!

Richard van Roessel

Het gaat van Wenen naar Parijs („Wie is daar weleens geweest? En toen hebt u gezoend zeker?”) en van Tulpen uit Amsterdam naar André Rieu. „Een beetje bewegen in die stoel hè, dat is goed voor de bilspieren. En vergeet het stokje niet! Maak die armen maar los!” Dan komt Pavarotti de Nessun Dorma zingen. Of eigenlijk: Herman. „Gezellig”, zegt hij in de microfoon op het podium, „gezellig, gezellig”. „Het klopt niet”, klinkt het uit de zaal. Richard van Roessel: „Nee, maar weet u: ik klop ook niet. Niemand klopt hier hoop ik, dan zijn we heel gezond.” Herman: „Gezellig.”

Ingrid komt naar voren voor een aria van Puccini („Wat een ster! Ben je beschikbaar in juli? Dan bel ik straks André Rieu. En dan gaan Herman, jij en ik samen naar Maastricht!”), Hilda, Rietje en vrijwilliger Henk („Noem mij maar Leonardo”) gaan het podium op voor de titelsong van Titanic. „Dan zijn jullie in de zaal nu de golven en de ijsbergen. Ga maar staan, ijsbergen! Kan de boot er nog langs? Ja, nog net!” De helft van de zaal staat, bijna iedereen zwaait met zijn stokje. Of nee, met zijn baton: „Je moet het wel een beetje verkopen, hè.”