Opinie

Vergelijken is nodig om verschil te zien

Floor Rusman

Eens in de zoveel tijd komt hij terug: de vraag of je vergelijkingen mag maken met de jaren dertig en het fascisme. Onder anderen Andries Knevel en Sywert van Lienden maakten zich vorige week op Twitter kwaad over de ‘jaren dertig’-roepers die opdoken na Thierry Baudets toespraak: onfris, vonden zij.

Het helpt natuurlijk niet dat het woord fascisme zo ongeveer synoniem is voor al het slechte in de wereld. George Orwell schreef al in 1944: „Ik heb het toegepast horen worden op boeren, winkeliers, lijfstraffen, de vossenjacht, stierenvechten, Kipling, Gandhi, Tsjang Kai-Sjek, homoseksualiteit, astrologie, vrouwen, honden en weet ik wat nog meer.”

Vooral in de jaren tachtig leidde de losse omgang met het begrip fascisme tot oprekking ervan. De Anne Frank Stichting noemde de Centrumpartij van Hans Janmaat fascistisch en vond dat die juridisch moest worden aangepakt. De aanwezigheid van hooligans bij voetbalwedstrijden leidde tot artikelen over „het fascismeprobleem rond de voetbalvelden”. Het tijdschrift Marge beschreef in 1983, in een themanummer getiteld Tussen verwarring en verzet: fascisme en welzijnswerk, hoe welzijnswerkers worstelden met mensen die „kankeren op buitenlanders” – een voorstadium van fascisme, dachten ze toen.

Het probleem is dat die verwijzingen naar het fascisme en de jaren dertig niet bedoeld waren als een vergelijkend onderzoek met de ideeën van toen, maar als een manier om bepaalde opvattingen buiten de orde te plaatsen. Maar vergelijken kan ook op een andere manier. NRC publiceerde in 1983 een redelijk nuchter paginagroot artikel waarin de Centrumpartij van Hans Janmaat op verschillende punten werd vergeleken met de NSB. De conclusie: naast wat overeenkomsten waren er ook grote verschillen, zoals het feit dat Mussert een sterke leider wilde en Janmaat meer directe democratie.

Tegenwoordig zijn media, uit angst voor het demoniseringsverwijt, voorzichtig met het publiceren van dergelijke artikelen. Jammer, want juist nu is zoiets zinvol. Als een politicus zelf goedkeurend verwijst naar fascistische denkers als Pierre Drieu La Rochelle, meermaals moedwillig een term gebruikt die populair is onder extreem-rechts (‘boreaal’), luncht met een white supremacist (Jared Taylor) en een retoriek gebruikt die draait om verval, strijd en wedergeboorte, vraagt hij er wel een beetje om.

Zo’n vergelijking zou niet moeten dienen om hem het zwijgen op te leggen, maar om te onderzoeken in welke traditie hij staat en of de zorgen van de fascismeroepers terecht zijn. De verschillen, zowel in ideologie als in context, kunnen groter blijken dan de overeenkomsten. De historicus Hermann von der Dunk zei daarover twee jaar geleden in NRC: „Zonder vergelijking zie je geen verschillen. En het zijn de verschillen die de doorslag geven bij de verdere ontwikkeling van de geschiedenis.”

Wie vergelijkingen met de jaren dertig tot verboden terrein bestempelt, plaatst dat decennium buiten de geschiedenis: alsof het een kwaadaardig unicum was dat los stond van de decennia ervoor en die na de Tweede Wereldoorlog. Baudet zal het ermee eens zijn dat we dit niet moeten doen, want hij maakt de vergelijking zelf ook: in zijn toespraak bij de Vlaams-nationalistische IJzerwake in 2014 gaf hij een lange opsomming van fascisten die een verenigd Europa bepleitten. De boodschap: niet de natiestaat, maar juist het supranationalisme heeft een fascistisch verleden.

Prima dat hij dit doet en begrijpelijk ook, want naast jurist is Baudet ook historicus. Maar dan vindt hij het vast niet erg dat ook zijn eigen ideeën tegen de achtergrond van de geschiedenis worden geplaatst.

Floor Rusman is redacteur van NRC

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.