Patiënt of delinquent, dát is de vraag

Risico’s Het tbs-systeem, waarvoor de basis al in 1925 werd gelegd, heeft als belangrijk doel de samenleving te beschermen. Probleem: wie niet meewerkt kan zelden tbs worden opgelegd. En zo kwam P. in een licht regime en werd hij helemaal verkeerd getaxeerd.

Berkelaantje op de route van Anne Faber.
Berkelaantje op de route van Anne Faber. Foto Bas Czerwinski / ANP

„Het woord straffen staat niet in ons vocabulaire”, vertelde een zorgverlener tegen de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV). Het staat volgens de onderzoekers symbool voor de cultuur in een deel van de forensische instellingen: cliënten worden gezien als patiënt, niet als dader die mogelijk opnieuw in de fout kan gaan.

Michael P., de man die in 2017 Anne Faber verkrachtte en vermoordde, zat een jarenlange gevangenisstraf uit vanwege een ernstig zedendelict (verkrachting van twee minderjarige meisjes in 2010) en meerdere geweldsdelicten. Tijdens zijn gevangenschap en bij zijn stapsgewijze terugkeer in de samenleving heeft het volgens de OVV „ontbroken aan duidelijk zicht op de kans dat hij zou kunnen recidiveren.”

Lees ook: Michael P. kon zich voordoen als ‘modelpatiënt’.

Door die slechte risico-inschatting en beroerde communicatie zat Michael P. in een forensische instelling met een mild regime, waar hij veel bewegingsvrijheid had. Een zogenoemd ‘hoog-risicogeval’ dat zichzelf kon voordoen als relatief normale patiënt. Waar ging het mis?

Terugkeer in de maatschappij

Al in 1925 wordt in Nederland de basis gelegd voor het tbs-systeem: opsluiting voor een bijzondere categorie mensen met ernstige psychiatrische problemen. In de tientallen jaren daarna is er steeds meer oog voor de psychische problematiek die schuilgaat achter de delicten die deze mensen plegen. In de jaren negentig krijgen forensische instellingen buiten de gevangenis de taak om gedetineerden te helpen bij hun terugkeer in de maatschappij. Tbs is nog altijd het zwaarste regime: hekken, tralies, bewakers en nauwelijks vrijheden. Belangrijkste doel is bescherming van de samenleving. Probleem: mensen die niet meewerken aan gedragskundig onderzoek kan zelden tbs worden opgelegd. Michael P. ontliep op deze manier ook een tbs-maatregel.

Buiten de gevangenismuren zijn er nog de Forensisch Psychiatrisch Klinieken en de Forensisch Psychiatrische Afdelingen. Ze worden steeds een stapje minder streng en Michael P. kwam in Den Dolder onderaan de ladder terecht. Ze wisten in die kliniek door slechte communicatie vrijwel niets over zijn zedenverleden. P. mocht al na een paar weken ver van de kliniek reizen en kon in de auto van zijn ouders lange tochten maken.

Dat medewerkers in Den Dolder hem als patiënt behandelden, hem het vertrouwen en al snel veel vrijheid gaven, verbaast tbs-advocaat Jan-Jesse Lieftink dan ook niet. Het is de taak van dit soort instellingen om ex-gevangenen op een goede manier de samenleving in te krijgen. „Deze man had nooit in zo’n licht regime mogen zitten. Het is daarvoor al misgegaan, bij de risico-inschatting in de penitentiaire inrichting”, zegt Lieftink. OVV-voorzitter Tjibbe Joustra erkent dat het te makkelijk is om te zeggen dat medewerkers te veel vertrouwen in P. stelden. Wel zegt hij: „De professionals zijn zeer geëngageerd maar zullen het wantrouwen in hun achterhoofd moeten hebben.”

In de gevangenis van Vught, waar P. eerst zat, worden de risico’s onderzocht op recidive. Gedragswetenschappers hebben daarvoor ‘taxatie-instrumenten’. Overeenstemming over het beste instrument is er in Nederland niet. Sommige gedragswetenschappers vinden dat lijsten met vragen over het delict, gedrag in de gevangenis en persoonlijke omstandigheden sowieso minder zeggen dan het ‘klinisch oog’ van de behandelaar.

In dit geval besteedde slechts één delictanalyse aandacht aan P.’s zedenachtergrond en de risico’s op recidive die die met zich meebrengt. Deze analyse kwam pas beschikbaar toen P. al bijna weg was uit Vught - zijn behandeling kon niet meer worden aangepast. Zo verdween de zedengeschiedenis van P. bijna volledig naar de achtergrond. Wat wél bekend was werd nauwelijks gedeeld met Den Dolder, ook omdat P. dat zelf niet wilde met een beroep op privacy - de onderzoekers zijn daar kritisch over.

Veel recidive bij zedenmisdrijven

Het eerder gepleegde zedendelict is van groot belang omdat juist zedendelinquenten vaak opnieuw een misdrijf plegen, vertelt onderzoeker en hoogleraar criminologie Arjan Blokland (Universiteit Leiden). Hij bracht de recidive in kaart van 500 zedendelinquenten. Binnen 25 jaar werd 71 procent nog eens veroordeeld. Bij 31 procent ging het weer om een zedendelict. GGZ Nederland en minister Dekker (VVD, Rechtshandhaving) pleiten nu voor betere mogelijkheden om risico-analyses te kunnen maken. Advocaat Lieftink vindt het nogal laat. „Hier zijn enorme blunders gemaakt. Stel je eens voor: risico-taxatie is al héél moeilijk, nattevingerwerk soms, maar als informatie zo slecht wordt gedeeld is het onmogelijk.”