Wie voor het eerst wil gaan hardlopen moet dat nu doen

42,195 km Schrijver Abdelkader Benali maakt zich op voor de marathon van Rotterdam. Hoe bereidt hij zich voor?

Ik lig op mijn rug en kijk naar het systeemplafond terwijl de fysiotherapeut het gebied rond mijn knie onder handen neemt. We praten over onze kinderen, de zoektocht naar de juiste school en de beste strategie voor de marathon. „Een scheurtje in de meniscus heb je niet”, zegt Bas. „En als je die al had, was het maar de vraag of er geopereerd zou worden. Dat gebeurt steeds minder.” Hij adviseert me rustig aan te doen, door de marathon te lopen alsof het een conditietraining is. „Conditie heb je wel, in vorm ben je niet.” Hij knijpt lang en diep in de spieren rond mijn knie, dan mag ik weer gaan staan.

De volgende dag, donderdag, loop ik in Nijmegen met een tachtigjarige door het bos achter de atletiekvereniging. De vorm die ik niet heb, heeft de tachtigjarige Fons in overvloed. Het hoeft allemaal niet zo snel meer voor hem, hij pakt heuveltje na heuveltje en vertelt me intussen wat zijn geheim is. „Ik ren alleen van september tot maart, ik kan niet tegen hitte.” De marathon is voor hem de afsluiting van het seizoen, daarna loopt hij geen wedstrijden meer. Met dit regime loopt hij op hoge leeftijd nog steeds – ik doe er goed aan naar hem te luisteren.

De volgende dag doe ik op straat hardloopwedstrijdjes met mijn dochtertje. Ze schiet er vandoor, ik laat haar natuurlijk winnen. Voldaan kijkt ze achterom. Een echte vader buigt nederig het hoofd voor zijn dochter. Met haar op de achterbank rijd ik op maandagochtend naar de hardloopwinkel van Hakim in Utrecht.

Op zondag liep ik vijftien kilometer, vertel ik hem, en tijdens het lopen ervoer ik een bijzonder verlicht moment. „Het ging kilometer na kilometer steeds sneller. In dit heldere lenteweer voelt iedereen zich een kampioen in de dop.” Wie voor het eerst wil gaan hardlopen moet dat nu doen. Niet te koud, niet te warm. Ik liep met dikke benen terug naar huis – en dikke benen voel ik wanneer ik alle frustratie eruit gelopen heb.

Mijn dochter stormt door de winkel: zien lopen, doet lopen

Hakim laat me op een apparaat staan. Het maakt een digitale voetscan, zodat hij kan zien of ik goed sta. Het blijkt dat ik een hoge wreef heb: het middenstuk van de onderkant van mijn voet maakt nauwelijks contact met de grond. Dat wist ik allemaal niet. „Gaan we wat aan doen”, zegt Hakim. Hij stopt in de hardloopschoenen een ondersteunend zooltje. Ik kreun van genoegen bij het trekken van een sprintje door de zaak. Alsof ik word opgetild. Veerkracht.

We rommelen wat aan met nieuwe schoenen. Dozen vliegen open, het papier waarin ze zijn gewikkeld vliegt in het rond. Mijn dochter stormt door de winkel: zien lopen, doet lopen. We komen erachter dat de ene maat 45 de ander 45 niet is. Dan komen we bij het paar dat het best bevalt.

„Dit wordt het?”

„Ja, deze worden het.” Met twee dozen onder de arm verlaat ik de winkel. In gedachten sta ik al bij de start.