Opinie

Hoe voetbal voordelig kan uitpakken voor walvissen

Carolina Trujillo

Ik viel min of meer per ongeluk in Malta-Faeröer. Hup Malta, dacht ik meteen, want Faeröer ken ik alleen van de in bloed gedrenkte beelden van de grindadráp. U weet wel, die walvisjacht waarbij ze met bootjes scholen grienden naar de kust drijven. Daar wachten de sterke mannen van dat volk de walvissen op met haken waarmee ze de ruggengraten van nog zwemmende dieren voor de ogen van familie en vrienden doorhakken. Familie en vrienden van de walvissen, bedoel ik, maar het geldt eigenlijk ook voor de Faeröers zelf. Het is een wreed schouwspel.

Veel minder wreed is het voetballen van de Faeröers want die staan binnen het kwartier 1-0 achter op Malta en dat is, hoorde ik ook bij toeval, de nummer 182 op de FIFA-ranglijst. Faeröer staat op 97. Dat heb ik opgezocht want ik wist niet eens dat dit door mij met liefde gehate volk aan voetbal deed. Ik juich als Malta voor de tweede keer scoort, maar dan realiseer ik mij dat het misschien wel goed is dat die kwibussen meedoen. Als ze zich kwalificeren zijn straks op Faeröer alle voetballers weg, plus de fans die naar het continent komen om hun eilanden te volgen. Hier kunnen ze niet op grienden jagen. Indirect kan de kwalificatie van Faeröer de meest diervriendelijke EK-deelname in de geschiedenis worden. Hup Faeröer kan ik nog net roepen voor het laatste fluitsignaal. 2-1 verloren.

Faeröer zit in groep F met Spanje dat aan stierenvechten doet en de Noren die nog op walvissen jagen. Dat maakt F de dierenbeulengroep. Tot hier liep mijn column op rolletjes samen met mijn wereldbeeld, maar ik vond het nodig me te verdiepen in de griendenjacht, iets wat ik eerder wel had gedaan, maar alleen door de lens van dierenwelzijn. Ik ben nu vier dagen verder. Nederland heeft de administratieve handeling tegen Duitsland verloren en ik heb meer over de grindadráp gelezen dan mij lief was, nu bekeken door de bril van de antropologie en de journalistiek.

De Faeröerse walvissenjacht is niet commercieel. De Faeröers verdelen het vlees onderling en verkopen niks. Als ze genoeg hebben, stoppen ze met jagen, dat kan je van de Japanners, IJslanders of Noren niet zeggen, maar omdat zij de walvissen op open zee afslachten en dus uit het zicht zou hun groep, aangenomen dat ze zich ooit zouden kwalificeren, nooit die van de dierenbeulen worden genoemd.

Wat wij dieren in onze megastallen aandoen telt al helemaal niet, ook dat gebeurt uit het zicht. Bovendien houden wij de dieren hun hele leven gevangen en doden we ze in veel grotere aantallen en goeddeels voor export. Voor geld dus, meer dan om zelf te eten. En ik maar met mijn vingertje naar Faeröer wijzen.

Ondanks het nieuw verworven inzicht vind ik dat mensen met hun haken bij walvissen vandaan moeten blijven, dus zat ik dinsdag als gloednieuwe supporter, met een vegan afhaal van de Surinamer, klaar voor Roemenië-Faeröer. Faeröer verloor 4-1. Dat is slecht voor de walvissen. Suriname staat trouwens 153 op de ranglijst. Hun vegan broodjes op 1.

Carolina Trujillo is schrijfster.