Melkert: „Als ziekenhuizen allemaal vanuit hun eigen silo zeggen: ‘Wij zijn concurrenten van elkaar’, kan je zorg op de juiste plek vergeten. Dan geeft de macht van het geld de doorslag.”

Foto Andreas Terlaak

‘Minder markt en meer geld nodig voor ziekenhuizen’

Interview | Ad Melkert, voorzitter ziekenhuiskoepel Het hoofdlijnenakkoord uit 2018 om zorgkosten te beteugelen lijkt te ambitieus. Ziekenhuizen zitten „te krap in de jas”, vindt hun voorzitter.

Nee, Ad Melkert vindt het voorzitterschap van de koepelorganisatie van ziekenhuizen ook niet de meest logische vervolgstap na zijn banen bij de Wereldbank, het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP en als speciaal VN-gezant voor Irak.

Maar daarvoor nog, in de jaren negentig, was hij als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en als financieel woordvoerder in de Tweede Kamer, „vanzelf heel veel met zorg bezig” geweest. Zorg fascineert hem naar eigen zeggen mateloos, zijn hele leven al.

Met zijn nieuwe functie is hij terug in het Nederlandse debat. En daarin is hij vooral bekend als de PvdA-politicus die in 2002 aftrad als fractievoorzitter na een verkiezingsnederlaag in de Tweede Kamer. Eerder, in een televisiedebat na afloop van de gemeenteraadsverkiezingen betoonde hij zich een slecht verliezer tegenover een triomfantelijke Pim Fortuyn. Of hij parallellen ziet met de opkomst van Thierry Baudet? „Daarop reflecteren mogen anderen doen.”

Sinds december is hij voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). In zijn eerste interview in die functie zet hij vraagtekens bij de haalbaarheid van het hoofdlijnenakkoord dat zijn voorganger vorig jaar mei sloot met verzekeraars en Volksgezondheid. Om zorgkosten in de hand te houden zou het budget van ziekenhuizen in 2019 hooguit nog 0,8 procent groeien, aflopend tot 0 procent in 2022. In ruil daarvoor zou meer zorg naar de eerste lijn worden verplaatst; huisartsen, wijkverpleging.

Minder dan een jaar later signaleert Melkert over de budgetafspraken dat „de jas te krap is”. „Als ik een paar jaar vooruit denk, zie ik dat er wel heel veel bij elkaar komt.”

Hij verwijst naar een groeiende zorgvraag door vergrijzing, het schreeuwend tekort aan zorgpersoneel, noodzakelijke ICT-investeringen en leningen voor dure innovaties. „En dan is er nog de klimaatagenda: we moeten ziekenhuisgebouwen verduurzamen.”

Lees ook: Hoe slimme ambtenaren 1,9 miljard op zorg bespaarden

Waarom zijn er dan niet minder ambitieuze afspraken gemaakt?

„De NVZ-bestuurders die hun handtekening onder het hoofdlijnakkoord hebben gezet, zijn ook ziekenhuisbestuurders. Zij deden dat met open ogen, omdat ze nog een heleboel mogelijkheden zien om efficiënter te werken. Groei terugbrengen naar nul procent is een prikkel die heel serieus wordt genomen. Ik wil alleen signaleren dat er ontwikkelingen zijn die uiteindelijk gaan bepalen hoe ver we komen. Vroeger of later barsten we uit de jas. We lopen het risico dat wachtlijsten langer worden, of de kwaliteit van zorg minder.”

Over de nieuwe cao voor ziekenhuispersoneel lopen nu onderhandelingen. Vakbonden eisen 5 procent meer loon. Maakt het hoofdlijnenakkoord het überhaupt mogelijk die looneis in te willigen?

„Ik kijk met ambivalente gevoelens naar die eis. We willen gemotiveerd personeel, we willen minder werkdruk. We willen de trend stoppen dat verpleegkundigen uit dienst gaan om als zzp’er meer te verdienen, terwijl vaste krachten vaker voor onregelmatig werk in worden gezet. Maar als we ons aan de afspraken voor beperkte groei houden, kunnen we het personeel minder bieden dan we zouden willen. We zitten in de knel en ik voel me daar niet senang bij. ”

Ziekenhuizen sluiten in rap tempo hun spoedeisende hulp. In 2003 waren er 107, nu 83 – en van drie is sluiting aangekondigd. Is dat wenselijk?

„Nee.”

Wat is eraan te doen?

„We moeten met zorgaanbieders, verzekeraars en gemeenten beter in beeld brengen hoe het zorgaanbod in Nederland gespreid is. En dan duidelijke afspraken maken over een soort ruggegraat van voorzieningen.”

Minister Hugo de Jonge [Volksgezondheid, CDA] zei pas nog tegen het Algemeen Dagblad dat marktwerking in de zorg is doorgeslagen.

„Samenwerking en concurrentie kunnen elkaar bijten. Daarom moeten we anders gaan nadenken over aansturing en bekostiging van zorg. Vanuit de regio is meer regie nodig. We moeten de schotten doorbreken tussen eerstelijnszorg, zoals die van huisartsen, en gespecialiseerde zorg in ziekenhuizen. Met elkaar bepalen welke samenwerking het meest effectief en efficiënt is. Dat is niet via open mededinging te regelen. Het vraagt om een verschuiving van concurrentie- naar samenwerkingsmarkt.”

Samenwerkingsmarkt, het klinkt prachtig. Maar ziekenhuizen durven nauwelijks met elkaar over specialisaties te spreken, uit angst voor de mededingingsautoriteit ACM.

„De rol van de ACM zal moeten, en gaan veranderen. De toezichthouder zou zich meer moeten richten op echte marktpartijen, zoals leveranciers van medicijnen, medische hulpmiddelen of technologie.”

De concurrentiewaakhond moet, als het om ziekenhuizen onderling gaat, pas op de plaats maken?

„Het zal moeten veranderen. Wat mij trof in het gesprek dat ik had met Martijn Snoep, de nieuwe ACM-voorzitter, is dat zij dat ook zien. Ze denken zelf ook na over wat nou de gevolgen zijn van deze nieuwe wensen van de politiek over meer samenwerking. Als ziekenhuizen allemaal vanuit hun eigen silo zeggen: ‘Wij zijn concurrenten van elkaar’, kan je zorg op de juiste plek vergeten. Dan geeft de macht van het geld de doorslag.”

Betere samenwerking in de regio was een van de afspraken in het hoofdlijnenakkoord. Wordt daar genoeg aan gedaan?

„Op dit moment ontbreken duidelijke afspraken over wie waar de regie heeft. Ik zou graag een versnelling willen zien. Tegelijk vind ik in de eerste maanden van mijn deep dive in de zorgwereld de complexiteit ook wel adembenemend. Het is nu belangrijk dat de politiek de huidige richting consistent aanhoudt. En dat ze dus niet binnenkort weer met heel andere ideeën komt.”

Over politieke plannen gesproken: in de Eerste Kamer ligt al jaren een wetsvoorstel om winstuitkering mogelijk te maken aan investeerders in ziekenhuizen. De coalitie lijkt niet te durven. Wat vindt u van het voorstel?

„Er zijn veel investeringen nodig, in ICT, gebouwen en duurzaamheid. Maar als we dit soort principiële veranderingen willen doorvoeren, moet daar draagvlak voor zijn. Dus moeten we nadenken of er manieren zijn om verschillende meningen dichter bij elkaar te brengen. Misschien met financiële investeerders die niet in het hart van de markt zitten, maar in het publiek-private domein. Denk aan een instelling als InvestNL, of aan pensioenfondsen. Zo vergroten we de mogelijkheden, zonder ons over te geven aan aandeelhoudersmotieven waar we niet gelukkig van worden.”

Naar pensioenfondsen als mogelijke investeerders is vaker gekeken, maar de ervaring leert dat zij hun eigen investeringen kiezen op basis van wat rendabel is.

„Uiteindelijk hebben pensioenfondsen er belang bij dat de Nederlandse economie en samenleving sterk blijven. Een van de voorwaarden daarvoor is dat mensen gezond en productief zijn. Ik zou bijna zeggen: het is een basis voor de pensioenpremies die ze ontvangen. Met publiek-private financiering kunnen we het publieke belang afschermen tegen de naakte marktwerking.”