Opinie

    • Opiauteur

Maak geen haast met de keus waar de nieuwe verbinding over de Maas komt

De gemeente Krimpenerwaard wil dat de nieuwe oeververbinding ten oosten van de Van Brienenoordbrug komt, in plaats van bij Feijenoord, en is bereid om daar iets voor te doen. Maar die beslissing moet niet gehaast worden genomen, vindt Kees Larooij. Burgers moeten betrokken worden bij het wegen van de gevolgen.

Pepijn Barnard

De files op de A16 en de Van Brienenoordbrug zijn berucht. Ook wie over de Algerabrug moet, staat elke dag in de file. Als oplossing moest er een tweede oeververbinding over de Nieuwe Maas komen, werd afgesproken bij het bestuurlijke overleg over het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT) van november 2018. Rotterdam moet immers als economisch belangrijke locatie goed bereikbaar zijn. Er zijn nu nog 2 locaties voor deze nieuwe oeververbinding ‘in de running’: de Oost-variant bij Rotterdam Feijenoord en de Oost-Oost-variant tussen Ridderkerk en de Krimpenerwaard. Medio 2019 moet de keuze gemaakt zijn.

Geen nieuwe brug, een nieuwe metro

De brug bij Fijenoord gooit hoge ogen omdat die binnen Rotterdam grote (economische) voordelen biedt, en belangrijk is voor de woningbouw en het stedelijk OV. Daar zijn de inwoners van De Esch het overigens absoluut niet mee eens: zij willen hun groene en relatief rustige woonomgeving juist houden zoals die is: zonder brug.

Gericht op Rotterdam

In de luwte van deze discussies is er in de Krimpenerwaard óók altijd gepleit voor een betere bereikbaarheid. Voor de duidelijkheid: in de Krimpenerwaard liggen 2 gemeentes: Krimpen aan den IJssel en de gemeente Krimpenerwaard; in totaal ongeveer 85.000 inwoners. Van oudsher is het westelijke deel van de Krimpenerwaard altijd gericht geweest op Rotterdam. Anderen werken juist in de Krimpenerwaard zelf of in Gouda en omstreken: Midden Holland.

Het aantal mensen uit de Krimpenerwaard dat in Rotterdam werkt neemt toe; tegelijkertijd zijn steeds meer Rotterdammers geïnteresseerd in de rust van de Krimpenerwaard. Die rust en ruimte is ook precies wat veel inwoners van de Krimpenerwaard zo aantrekkelijk vinden: waar kun je nog weidevogels gaan tellen of vissen midden in de polder?

En daarmee zitten we gelijk midden in de discussie die woedt: de groene rust behouden of juist ruimte geven aan verbinding en economische ontwikkeling? Een vraag die het wezen van dit deel van het Groene Hart raakt. Dat geldt in ieder geval voor de gemeente Krimpenerwaard. Hoeveel verkeer komt er straks doorheen? En staan we dan niet alsnog even lang in de file? Maar dan met een heleboel anderen? Loopt er straks een rijksweg door de polder? Het houdt de gemoederen flink bezig. Soortgelijke zorgen zijn er overigens ook in Ridderkerk.

Snelle keuze

Ik heb het altijd opvallend gevonden dat de definitieve keuze tussen de twee locaties zó snel gemaakt moet worden dat het vrijwel onmogelijk is om de inwoners effectief te laten participeren in het keuze-traject. Er zijn voorlichtingsavonden geweest, dat wel. De toekomstige omgevingswet legt echter (terecht) veel meer de nadruk op burgerparticipatie. Daarvoor ontbreekt nu de tijd. Pas na de keuze voor de ene of de andere locatie is er tijd voor een verdiepingsslag, samen met inwoners van het betrokken gebied.

Burgers laten zich inmiddels wel horen. Zo viel mijn oog laatst op een petitie die in Capelle aan den IJssel was gestart. Daarin pleiten de initiatiefnemers vóór de oeververbinding tussen de Krimpenerwaard en Ridderkerk. Juist omdat zij het zo zat zijn om elke dag weer hun wijk niet eens uit te komen. Bij de petitie hoorde een verhelderende afbeelding, waarop te zien is dat het verkeer van Krimpen aan den IJssel, Krimpenerwaard en wellicht een deel Capelle aan den IJssel naar de A16 wordt geleid via de nieuwe oeververbinding Oost-Oost (via Ridderkerk dus). Daarmee worden de Van Brienenoordbrug, het Kralingseplein en de Algerabrug ontlast.

De meerderheid van de gemeenteraad van de gemeente Krimpenerwaard is ook voorstander van die Oost-Oost variant. Er wordt druk nagedacht over wat die oeververbinding ons waard is; welk ‘bod’ de gemeente zal doen om bij te dragen aan die oeververbinding. Voor mij is echter een ding helder: als je een bod doet, dan moet ook duidelijk zijn wat je daarvoor terugkrijgt! In positieve opbrengsten en negatieve consequenties. Het is belangrijk te weten of de reistijd tussen de gemeente Krimpenerwaard en Rotterdam straks beter zal zijn. En wat de impact is op de natuur en leefomgeving. Is de nieuwe infrastructuur straks inpasbaar? Het geheel moet positief zijn. Dáárvoor doe je immers een bod!

Raadslid Krimpenerwaard (CDA)