In de kliniek was Michael P. een modelpatiënt

Zaak-Anne Faber Genadeloos oordeelde de Onderzoeksraad voor Veiligheid deze donderdag over het detentieverloop van Michael P. die wordt vervolgd voor de dood van Anne Faber. Er was onvoldoende zicht op de risico’s, procedures werden niet goed gevolgd en cruciale informatie werd niet gedeeld.

De forensisch psychiatrische kliniek FPA Utrecht waar Michael P. zat.
De forensisch psychiatrische kliniek FPA Utrecht waar Michael P. zat. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Op de dag dat hij Anne Faber ontvoert, heeft Michael P. nog een afspraak met zijn psycholoog. Die merkt op 29 september 2017 niets van de Ritalin die P. heeft gebruikt, maar geeft hem een compliment voor zijn goede gedrag. Voor het eerst in zeven jaar mag P. op nachtverlof, om mee te gaan naar de 20-wekenecho van de vrouw met wie hij het bed had gedeeld. Michael P. krijgt in die periode ook een grotere kamer toegewezen.

P. was oneerlijk tegen behandelaars om „zijn eigen ding te kunnen doen”, zegt hij later tijdens politieverhoren. Hoe kon hij iedereen voor de gek houden, wordt hem tijdens zo’n verhoor gevraagd. „Je doet gewoon normaal”, zegt hij. „Dat is het begin.”

Uit de drie rapporten die donderdag zijn verschenen, van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, blijkt dat er grove fouten zijn gemaakt rond de behandeling van Michael P. De veiligheidsrisico’s zijn verkeerd ingeschat en P. maakte misbruik van een systeem dat het beste voor heeft met een ex-delinquent die terugkeert in de maatschappij.

„Bij de opname van betrokkene in de forensische zorg verandert zijn titel van gevangene in patiënt en zo wordt hij ook behandeld”, staat in het rapport van de OVV. Door de sterke nadruk op het verlenen van zorg aan de patiënt, raakt de andere component van de forensische zorg, namelijk „de inperking van de risico’s die van hem uitgaan”, volgens de OVV uit beeld. „Een verlofprogramma dat ingaat voordat een straf ten einde is, zoals bij P., is een goede stap”, zegt voorzitter van de OVV Tjibbe Joustra. „Maar de belangen van de maatschappij en de omgeving moeten goed worden afgewogen. Dat moet opnieuw worden bekeken.”

Lees ook: Het dilemma van de tbs-weigeraars

P. weigert medewerking

In juli 2010 wordt Michael P. aangehouden op verdenking van het gewelddadig verkrachten van twee minderjarige meisjes. Gedurende zijn proces wordt hij ingesloten in de Penitentiaire Inrichting Arnhem-Zuid. De reclassering stelt een advies op over onder andere recidivekans. Michael P. weigert dan voor het eerst zijn medewerking, aan een observatieonderzoek in het Pieter Baan Centrum (PBC). In een rapport schrijven de psychiaters in die dagen dat zij „door de weigerachtigheid van Michael P. geen diagnose kunnen stellen”. Ze kunnen ook geen inschatting van toerekeningsvatbaarheid geven.

Uit de rapporten die donderdag verschenen, blijkt dat meteen bij het begin van zijn detentie zijn specifieke problemen zijn onderschat. In de PI in Vught, waar hij een celstraf van twaalf jaar uitzat, zijn de „onderliggende psychiatrische problemen en mogelijk aanwezige zedenproblematiek” bij P. onvoldoende erkend, concluderen de Inspectie Justitie en Veiligheid en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Hij werd vooral behandeld voor „gewelddadig handelen” en amper voor zijn zedenproblemen. Daardoor is het risico dat hij opnieuw een zedendelict zou begaan vanaf het begin verkeerd ingeschat.

In het laatste jaar in de PI Vught, waar hij zijn straf dan uitzit, is een delictanalyse gemaakt. Maar tegen de bevindingen daarvan maakt P. bezwaar. Van de 25 pagina’s worden uiteindelijk ongeveer 5 pagina’s overgedragen aan de kliniek in Den Dolder, waar hij zijn resocialisatietraject gaat beginnen. „Het was een vrijwillige overplaatsing en dan kan een cliënt bezwaar maken”, zegt OVV-directeur Joustra. De OVV adviseert om een overplaatsing voortaan niet door te laten gaan als de gevangene niet alle informatie over wil dragen.

Lees ook: Hoe burgers en politie 13 dagen zochten naar Anne Faber

Een positief beeld

In de week voorafgaand aan de acceptatie van P. door de kliniek in Den Dolder, begint het behandelteam met de voorbereidingen. Tijdens de screening wordt opgemerkt dat P. wel een erg hoge straf heeft opgelegd gekregen. Daarom vragen ze de gevangenis om nadere informatie over de persoon. De PI Vught beantwoordt de vraag met een positief beeld. „Hij doet het prima, is psychisch stabiel, goed begeleidbaar, gaat keurig naar zijn dagbesteding en therapieën, geeft negatieve urinetests en is intrinsiek gemotiveerd. Het is een jongen waar je echt geen problemen mee krijgt.” Ze noemen P. zelfs „echt een modelpatiënt”. „En dat hoewel er in Vught diverse keren maatregelen tegen hem zijn genomen vanwege geweldsuitbarstingen”, zegt Joustra. „We hebben niet kunnen vaststellen waarom het zo is gelopen”, zegt Joustra. De informatie die de PI Vught dan geeft is cruciaal, want het neemt de aanvankelijke aarzeling van de kliniek weg.

Snelle voortzetting van het ‘plan’

Zo komt P. op 24 januari 2017 terecht in de kliniek op een groot parkachtig terrein aan de rand van Den Dolder, waar hij in zijn vrije tijd sloopwerkzaamheden verricht aan een oude keuken. Hij werkt er in de groendienst, houdt de perkjes bij.

De Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) in Den Dolder voert het geplande ‘vrijhedenstappenplan’ van P. voortvarend uit. Volgens het rapport van de OVV vraagt P. zelf ook vaak om snelle voortzetting van het plan. Eind april, drie maanden na zijn overplaatsing, mag hij in de omgeving rondreizen en familie bezoeken. Hij rijdt zowel in de auto van zijn moeder als in die van zijn vader.

In de onderzoeken die voorafgaan aan de rechtszaak voor de moord op Anne Faber houdt P. opnieuw informatie achter. „De verdachte geeft geen volledige openheid over zijn seksuele voorkeur”, schrijft het PBC in een rapport. Zijn ontwikkelingsstoornis heeft in de loop der jaren geleid tot een „ernstige persoonlijkheidsstoornis”. Hij lijdt aan „prikkelzucht met een agressieve, wraaklustige tendens als hij zich benadeeld voelt.”

‘Hij zit er goed bij’

Op vrijdag 29 september, de dag van de verdwijning van Anne Faber, rapporteren de begeleiders en regiebehandelaar geen bijzonderheden over het gedrag van Michael P.

„Hij zit er goed bij’’ en is „goed gestemd aanwezig”. De zoektocht naar Anne Faber is ondertussen in het omliggende gebied aan de gang.

Vijf dagen na de ontvoering van Anne Faber verschijnt Michael P. niet bij het avondeten. Als hij om 22.00 uur nog niet terug is, zoekt een begeleider telefonisch contact. P. zegt dat hij een terugval heeft gehad, cocaïne heeft gebruikt en in Amsterdam is. Om 04.30 uur die nacht brengt de moeder van P. hem terug naar Den Dolder. Hij ziet er „timide” uit en zijn nek zit onder de rode striemen. Door het werk in de groenvoorziening, zegt hij. In de namiddag van 9 oktober 2018 arresteert de politie Michael P. wegens verdenking van betrokkenheid bij de verdwijning van Anne Faber. P. zit een straf uit van 28 jaar cel en tbs voor moord, vrijheidsberoving en verkrachting.